Terug naar begin»

 

Reisverhalen   

 

Europa (Nederland, Belgie, Luxemburg, Frankrijk en Spanje)

 

Marokko

Mauritanie

Mali

Burkina Faso

Ghana

 

Zuid-Afrika

Botswana 1

Namibië

Botswana 2

Zambia

Malawi

Tanzania 1

Kenia 1

Oeganda

Kenia 2

Tanzania 2

Kenia 3

Tanzania 3

Kenia 4

Ethiopie

Sudan

 

Saudi Arabie

Jordanie

Jordanie HCAW

Syrie

Turkije

 

Bulgarije

Roemenie

Hongarije

Oostenrijk

Duitsland

Nederland

IMPI's ADVENTURES

 

Reisverhalen

Turkije

 

Met het uploaden van de foto's tussen de tekst hier in Bulgarije, lijken de foto's heel erg onscherp. Ik hoop dat dat alleen aan mijn internet / laptop ligt. Zo niet, dan hoop ik dat het toch duidelijk genoeg is.

 

Vrijdag 19 augustus rijden we om half 12 tegen de Turkse grens aan. Er staat, zoals bij de meeste grenzen, een lange rij vrachtwagens, waar we ons langs manoeuvreren.Helaas komen we niet zo ver, want de poort is dicht. Er staat één auto voor ons en een tijdje later nog 4 achter ons, maar we hebben geen idee waar we op wachten. We houden het maar op een vroege lunchpauze, ook al lijkt dat een overbodige luxe tijdens de Ramadan. Maar alle vrachtwagenchauffeurs om ons heen zitten samen in de schaduw flink te eten, drinken en roken, dus zo´n probleem zal het niet zijn. Bovendien hebben we begrepen dat Turkije het minst streng is qua moslimregels van alle landen uit het Midden Oosten. Als de poort eindelijk open gaat rijden we naar het loket, waar de man een blik op onze papieren werpt en ons doorverwijst naar een ander loket. Daar stappen we uit de auto en geven onze paspoorten af. De douanier vraagt of we een visum nodig hebben en bij een positief antwoord geeft hij ons een briefje en wijst naar links. We pakken het briefje aan en lopen naar het kantoor in die richting. Dat blijkt een onbemande veterinaire office te zijn, dus we lopen verder. We hebben eigenlijk geen idee wat we zoeken, laat staan waar we het zoeken moeten. Het grote gebouw een eindje verderop blijkt een hal vol restaurantjes en winkeltjes te zijn, maar verder zien we niks. Als we teruglopen stopt een taxichauffeur naast ons die ons in gebrekkig Engels vraagt of we een visum hebben. We zeggen geen idee te hebben waar we moeten zoeken. Hij rijdt naast ons terug naar de grote hal en wijst ons dan dat we erdoorheen moeten en aan de andere kant buitenlangs 100 meter door moeten lopen. Daar is dan een klein loketje waar we de visum kunnen kopen. We bedanken de man en lopen erheen. Bij het loketje kunnen we inderdaad in 10 seconden twee stickers kopen voor US$ 20 (€ 15) per stuk en we lopen terug. De douanier plakt de stickers in onze paspoorten, die hij daar nog had liggen en we mogen verder rijden. Dan komen we bij de autocontrole, waar ze een snelle blik over de auto en Klaas laten gaan en dan mogen we doorrijden naar het laatste loket. En terwijl Ro de auto parkeert regel ik de autopapieren. De man voert alles in in de computer en dan mogen we bij een tafeltje een stempel halen. En ook deze keer is het carnet niet gestempeld. De laatste keer dat ons carnet was gestempeld was in Sudan!

 

Sinds we een jaar of zo geleden hadden besloten naar Nederland te rijden via deze weg, kwam het onderwerp van de diesel en benzine in Turkije af en toe ter sprake. Turkije schijnt het duurste land ter wereld te zijn qua brandstof en ook nog eens een gigantisch groot land. Maar ze staan niet toe dat je reserve brandstof het land mee inneemt. De inhoud van extra jerrycans worden bij controle geconfisqueerd. We waren er nog niet uit of we het risico zouden nemen: 40 liter à € 20 uit Jordanië meenemen met een waarde van € 60 in Turkije. Met de (grote) kans dat het in beslag wordt genomen. Maar nu het eindelijk zo ver was, hadden we geen keus. Er was amper diesel in Syrië te krijgen en die paar tankstations die onderweg open waren, hadden gigantische rijen vrachtwagens en personenauto’s. We hadden daar geen zin in. Dus we hadden deze ochtend zekerheidshalve de jerrycans leeggegooid in de gewone tank. Maar niemand heeft de moeite genomen onze jerrycans te controleren, waarschijnlijk omdat ze weten dat er toch geen diesel te krijgen is in Syrië. Alleen jammer dat we nu niet met een volle auto Turkije in kunnen en we dus de € 1,50 per liter diesel voor heel wat van de 2.000 kilometer moeten betalen. En met een auto die, met een beetje geluk 1:8 rijdt, is dat niet grappig.

 

We hadden besloten direct naar de zee te rijden. Dus vanaf de grens naar het westen en bij het plaatsje Kirikhan een klein stukje naar het zuiden om daar de bergen over te rijden. Eenmaal aan de andere kant komen we uit in Iskenderun. Het is een leuke route om te rijden en de dorpjes onderweg in de bergen zien er gezellig uit. Als we eindelijk een pinautomaat vinden zijn we helemaal tevreden. Eenmaal in Iskenderun besluiten we richting het noorden te rijden en onderweg te kijken of we een leuk plekje om te kamperen kunnen vinden. Helaas vinden we vooral veel havens. De kustweg is erg onprettig om te rijden: heel veel stoplichten, veel industrie en ongezellige dorpjes. Als we voor de zoveelste keer een klein weggetje richting water zien, besluiten we daarin te rijden om te lunchen. We komen bij een soort vakantiewoning park uit en parkeren direct aan het water. Het strand is bezaaid met plastic en andere troep, maar voor onze late lunch is dat geen bezwaar. We weten niet of we hier in bikini / zwembroek rond kunnen lopen, dus we waden maar met spijkerbroek en al de zee in. De broek is toch zo droog in deze hitte. We denken dat we hier ook best kunnen overnachten qua veiligheid, maar we vinden het niet zo mooi. We besluiten verder te rijden.

  

Maar we volgen nu het verharde zandpad i.p.v. dat we terug gaan naar het asfalt met de vele stoplichten. Deze route is zo veel mooier en we rijden tussen velden vol gewassen, bomen en idyllische huisjes. We schieten niet zo hard op, maar genieten wel. Na een uurtje houdt de weg op en veranderd het in asfalt. De enige keus die we lijken te hebben is de snelweg op. In de komende 4 minuten rijden we hoog in de bergen langs het kronkelweggetje waar we net een uur over hadden gedaan en komen langs de plek waar we geluncht hadden. Bij Ceyhan draaien we weer richting het westen en rijden we de tolweg op. We kopen een tol-kaart en vervolgen onze weg naar Adana, de op 3 na grootste stad van Turkije. We hebben geen zin om de stad in te gaan, dus we blijven op de snelweg en rijden er snel doorheen. De stad staat bomvol appartementencomplexen/flatgebouwen. Nog nooit hebben we er zoveel vlak naast elkaar zien staan. En tussen alle gebouwen in komen andere uit de grond als paddenstoelen. Als we bijna bij Mersin zijn, verlaten we de snelweg. We rijden van de kust weg en richting bergen. We hopen ergens een rustig plekje om te slapen te kunnen vinden, maar de bergweggetjes hebben geen zijwegen, tenzij het naar een huis gaat. Uiteindelijk stoppen we midden in een dorpje bij een restaurant. Aan de andere kant van de weg is een groot open stuk grond dat als parkeerplaats voor het restaurant wordt gebruikt. We mogen daar gerust van de eigenaar overnachten en hij denkt dat het wel veilig is. We besluiten te blijven. Ik haal in het restaurant een biertje voor Ro en het blijkt niet heel goedkoop te zijn, namelijk 5 Lire (€2), wat later de normale prijs in eetgelegenheden blijkt te zijn. Terug bij de auto warmt Ro de pasta van gisteren op. Tijdens het eten komt één van de obers uit het restaurant naar ons toe. Hij wil dat we met hem meekomen. We zeggen dat we even opruimen en er met 5 minuten zijn. Hij verstaat geen Engels, maar lijkt het te begrijpen. Als we aankomen krijgen we een romantisch tafeltje in de sfeervol verlichtte tuin tussen de mooie bomen en planten. Hij maakt het gebaar voor geld en schudt nee en wijst naar hemzelf. We nemen aan dat we niet hoeven te betalen voor wat komen gaat. Even later heeft hij een Engelse leraar gevonden die dit nog even komt bevestigen. Er wordt een bord vol watermeloen en galiameloen stukjes voor ons neergezet en we krijgen een fles water. Daarna komt de thee en een bakje vol nootjes. Ro besteld nog maar een biertje en onder het genot van live muziek hebben we een heerlijke avond. Opeens staat er een erg opgewonden jongedame voor onze neus die ons letterlijk van de tafel trekt en meeneemt naar hun tafel. Ze zijn allebei dronken en kunnen amper een woord Engels, maar ze praten honderduit. Hun tafel staat vol niet aangeraakt eten en er worden voor ons borden bijgezet. Wij zaten al vol van onze pasta, de meloenen en nootjes, maar ze blijven ons bord volgooien. Uiteindelijk eten we dan maar wat meer meloen. Ze bestellen nog een bier voor Ro als hij even niet oplet, waardoor hij nu een derde biertje weg moet zien te werken. Ze proberen ook van alles voor mij te bestellen, maar ik houdt het op water. Als Ro eindelijk zijn bier op heeft kunnen we onszelf excuseren en gaan we terug naar de auto. Hele lieve mensen en als we niet zo moe waren geweest, dan was het vast leuker geweest. Maar dronken mensen proberen te volgen die geen taal spreken die je verstaat, is soms een beetje te veel van het goede. Als we bij de ober de biertjes willen afrekenen wil hij daar niks van weten. We vinden Turkije nu al leuk! Eenmaal in de daktent is het gezang met gitaar nog steeds oorverdovend hard, maar we vallen ondanks dat verbazingwekkend snel in slaap.

 

Zaterdag 20 augustus blijkt de rotswand ons goed in de schaduw te houden en kunnen we uitslapen tot 8 uur, voor het te warm in de tent is. We ruimen langzaamaan op en rijden richting Mersin. Vanaf hier willen we de kustweg weer verder volgen. We zien weer vele vele appartementen complexen en bijna net zoveel supermarkten. Bij één van deze laatste stoppen we voor wat inkopen en rijden verder. Niet heel veel later zien we een grote camping aan de linkerkant. We draaien en besluiten erheen te gaan. We waren pas net onderweg, maar we hebben geen idee of we nog veel campings tegen gaan komen en hebben de afgelopen 2 dagen wel genoeg gereden. We parkeren onder één van de vele grote dennenbomen en gaan naast de auto zitten. Het is heet, erg heet, en zelfs naar de zee lopen (ongeveer 50 meter) is ons teveel. Maar aangezien het nog geen 11 uur was en we de hele dag door moesten komen, heb ik na een paar uur toch die lange tocht overwonnen. Helaas bleken er zoveel stenen in het water te liggen, dat ik er op blote voeten niet door kwam. En ik had de verkeerde slippers bij om ze aan te houden. Dus onverrichte zaken terug naar Ro. Daarna hadden we allebei geen zin om het nog een keer te proberen. Weer een paar uur later besloot ik naar de ingang te lopen om te kijken wat ze allemaal hadden. Er was een restaurant en een winkeltje dat ijs verkocht. Maar natuurlijk had ik geen geld bij. Eenmaal terug bij Ro, ongeveer 500 meter terug, had ik het te heet om nogmaals het hele eind te lopen. Ongeveer anderhalf uur later had Ro eindelijk de kracht om op te staan en is hij ijs gaan halen. Ja, dat was zo ongeveer wat wij deze dag gedaan hadden! Oh nee, tijdens zonsondergang zijn we toch nog naar het water gelopen. De stenen bleken maar anderhalve meter het water in de gaan en daarna was het zacht en fijn zand. We hebben een tijdje liggen dobberen tot het te donker begon te worden.

  

Zondag 21 augustus vond Ro het wel goed en wilde hij hier nog een dagje blijven. Ik vond het prima, want ik had eindelijk het laatste seizoen van de tv serie Lost gekocht, dus dan kon ik die mooi zien. Ro was sinds Madaba bezig in de Millennium trilogie van Stieg Larsson en kon deze drie boeken moeilijk weg leggen. Hij was de hele dag aan het lezen, terwijl ik de Dvd's keek. En zelfs voor deze rustige bezigheden was het gewoon te heet. Ook deze avond nog een tijdje gezwommen om af te koelen.

 

Maandag 22 augustus moesten we maar weer eens verder. De kustweg was erg mooi. Soms reden we direct naast het water, soms gingen we een stukje door de bergen, maar elke keer weer kwamen we bij die ontzettend blauwe zee uit. We raakten niet uitgekeken op de bomen, want die hadden we wel gemist. Sinds Kenia (een half jaar geleden alweer) hadden we weinig bomen meer gezien en zeker geen hele bossen zoals hier. Zo groen en fris. Na vele uren rijden kwamen we rond 16:00 uur aan bij het Mamure Castle. Direct daarnaast was een camping waar we in zijn gedraaid. Het was een leuke plek en de eigenaresse begon direct in het Duits tegen ons. Zoals we later merkten spreken veel Turken in de toeristen branche beter Duits dan Engels. Wij verstaan Duits wel, maar we praten terug in het Engels. En dat verstaan zij dan weer. Werkt prima. We krijgen het mooiste plekje van de camping, direct aan het strand aan de rechterzijde en gelijk voor ons begint de muur van het kasteel. We gaan in het restaurant zitten, want daar is het beste internetbereik. Ik kan de website en emails bijwerken, terwijl Ro nog steeds met de trilogie bezig is. Na een heerlijk dineetje op het strand gaan we nog even zwemmen, met het kasteel direct naast ons. Erg romantisch.

    

Dinsdag 23 augustus worden we weer rond 8 uur wakker. Unaniem besluiten we ook hier nog een nachtje te blijven. Ondanks dat de dagen te heet zijn, minstens 35 graden met af en toe een verwelkomend zuchtje wind, zijn de nachten aangenaam. De temperatuur is soms nog net te hoog als we willen gaan slapen, maar met alle “ramen” open gaat het net. Als het waait kan zelfs het muggengaas omhoog, aangezien er geen muggen zijn als het waait. Zonder muggengaas is het sowieso een stuk koeler in de tent. Maar vroeg in de ochtend, vrijwel elke nacht, moeten we het dekbed over ons heen trekken, omdat alleen het laken te fris is. We maken ons niet te druk, doen rustig aan, zwemmen in de zee en maken een wandelingetje. Niet naar het kasteel, want daarvoor moet je een stukje omhoog. Zelfs ’s ochtends om 8 uur is het al te heet om daarheen te gaan. En ’s avonds bij zonsondergang is het toch snel te donker. Bovendien hebben we al genoeg oude gebouwen gezien de afgelopen 2 jaar en we vinden het vanaf het strand ook wel goed. Op het strand zijn vele kleine ronde afzettingen, waar schildpaddeneieren onder liggen. Volgens de eigenaar van de camping naast ons komen ze in deze periode allemaal uit, maar de meeste nesten zijn al leeg. Een kampeerder vertelde ons later dat er de vorige nacht niks was uitgekomen (gelukkig maar, want als hier baby schildpadjes waren uitgekomen terwijl wij een boekje aan het lezen waren 40 meter verderop, dan had ik dat niet leuk gevonden). De nacht daarvoor hadden mensen tot 6 uur ’s ochtends zitten wachten. We hebben een tijdje gekeken, maar waren te lui om hier de hele avond naar te staren. We besloten een paar afleveringen van de tv serie House in de daktent te kijken en ondertussen te controleren of er niet een aantal zaklampen op het strand waren. Tegen de tijd dat we gingen slapen waren er nog geen lampen te zien en besloten we dat we dan maar pech hadden als ze later toch uit kwamen.

  

 

 

Woensdag 24augustus moesten we maar weer eens verder. We hebben niet gevraagd of er nog eieren uit waren gekomen, we hoeven het niet te weten. We pakken de auto in, maar als we willen starten gebeurt er helemaal niks. We hadden de 12 Volt aansluiting op de startaccu waarschijnlijk teveel gebruikt, door de laptop er uren op aangesloten te hebben gehad en de camera batterij te hebben geladen. Oeps.... Maar onze buren willen wel even helpen. Ze parkeren hun camper achter onze auto, we koppelen de startkabels aan elkaar om de afstand te overbruggen en sluiten de accu’s op elkaar aan. Het duurt een hele tijd voor onze accu genoeg geladen is om te starten, maar het lukt gelukkig wel. We bedanken de vier Italianen met hun hond. Dan nemen we ook afscheid van de eigenaresse en rijden we weer verder langs de kust. Maar eerst moet het onvermijdelijke toch gebeuren: tanken. We tanken de auto vol, 100 liter voor 150 euro. Pfff, dat is niet grappig. We hadden besloten dat we in één toeristenstad in het centrum gaan kamperen. Gewoon om het even mee te maken. We hebben geen idee welke stad een camping in het centrum heeft, maar vanaf Alanya beginnen we op het letten. Alanya is een echte toeristenstad, vol boulevards, strandtentjes en toeristen. De stranden staan vol ligbedden en parasols, netjes in rijen. Daarop liggen de horden toeristen te bakken in de zon. Wij zijn dit niet meer gewend en aan de veelvoud van toeristen moeten we nog wennen, maar het ziet er allemaal wel gezellig uit. Maar we zien geen camping en rijden in één keer door de stad en er weer uit. Ergens halverwege Alanya en Antalya zien we twee borden voor twee campings. De eerste is een achtertuin, zonder schaduw en hoog boven de zee. Mooi uitzicht, maar de klim terug naar boven na een verkoelende duik leek veel te vermoeiend. De tweede camping was veel beter, gewoon op zeeniveau en leuk aangekleed. Je moet prioriteiten stellen en niet te veel bewegen is momenteel onze hoogste prioriteit. We hangen een beetje rond tot de zon ver genoeg gezakt is om de tocht van 50 meter (op gelijke hoogte) naar de zee aan te durven en nemen een duik. Het is zelfs een beetje koud. Voor het eerst in weken, misschien wel maanden, voelen we kou. Wauw, dat hadden we eigenlijk niet zo heel erg gemist. Bibberend lopen we terug naar de auto, drogen ons af en maken ons klaar voor de nacht. Als ik nog even naar de wc ga, zitten er achter mij in het raamkozijn 2 hele mooie groen/zilveren kikkertjes. Ik ga snel Ro halen, want hij vindt kikkertjes leuk. We proberen foto’s van ze te maken, maar ze springen nogal snel en ver. Als we ze genoeg geïrriteerd hebben gaan we in de daktent liggen onder een lakentje. Dan hebben we het weer warm genoeg.

  

Donderdag 25 augustus drijven we rond 8 uur de tent alweer uit. Ik probeer nog even dapper in de tent mijn emails te beantwoorden, maar als ik daar mee klaar ben moet ik er echt uit. Helaas heeft de douche geen water, wel een paar mooie kikkertjes. Ik maak nog een foto in daglicht, maar ze zitten niet zo handig en ik durf ze niet te storen, omdat ze geen enkele kant op kunnen springen, behalve in mijn gezicht. Rond half 11 rijden we weg. Een uurtje later zijn we in Antalya. We besluiten zoveel mogelijk van de stad te zien, zonder te stoppen met rijden. Het loopt al tegen de 40 graden en stoppen voor een stoplicht is een opgave. Het is een leuke stad met veel leuke winkels, waar ik best even had willen rondsnuffelen. Maar zelfs al zou ik de moed ergens vandaan toveren om met deze hitte kleren te gaan passen, dan nog kunnen we de auto niet zomaar ergens parkeren en Klaas in die hitte in de auto laten liggen. Het beestje is gebraden voor ik het eerste kledingstuk heb gepast. Dus we bekijken de stad al rijdend. En mochten we een camping tegen komen, dan stoppen we daar. Maar we vinden niets, ook al hebben we de stad van links naar rechts 3x door gecrost. Als we de stad uitrijden blijken we geen mogelijkheid meer te krijgen om door het binnenland te rijden, maar is alleen de kustweg een optie. Tenzij we de stad voor de 4e keer door willen. Ro had liever door het binnenland gereden, omdat hij hoopte dat er daar minder bergen waren. Onze Impi doet het geweldig, maar Ro blijft bang dat ze er ineens mee ophoudt. En dan zijn die kleine kustweggetjes waarbij we constant 500 meter omhoog en omlaag gaan, niet de beste route. Maar nu we geen echte keus hadden genieten we weer van het uitzicht. We komen alleen geen campings tegen. Alleen net buiten Antalya, naast een haven, maar die leek niet zo leuk en we konden nog wel een stukje rijden. Dat stukje duurde uren en uren. Er zijn op zich wel genoeg mooie plekjes om te bushcampen, maar een camping is wel zo gezellig. En zolang we niet te moe zijn, rijden we door. Volgens de Lonely Planet is er een mooie camping in Cirali. Normaal gaat de weg tot max 600 meter hoogte door de bergen en dan weer naar beneden naar een dorp. Na dat dorp weer omhoog, tot het volgende dorp op zeeniveau. Cirali en Olympus waren echter een uitzondering. Op 550 meter hoogte ging een weg steil naar beneden naar Cirali en een eindje verder recht naar beneden naar Olympus. We konden ook op 550 meter hoogte blijven en doorrijden. Ro vond het niet het risico waard om Impi straks zo steil omhoog te laten klimmen, dus we reden door. De volgende camping in de Planet was pas in Kas. We hoopten eerder iets anders tegen te komen, want dat was nog wel een eindje.

 

Maar we vonden niks anders en kwamen rond half 4 aan in Kas. We vonden de camping (Kas Camping, heel origineel) vrij snel, vonden een plekje achteraf, waar het niet volgebouwd was met tenten en waar we wel schaduw hadden. Na een half uurtje zijn we naar beneden gelopen waar de bar is en de steigers over het water. Met een trap zak je verder af het water in. Het is gelijk diep. We zwemmen een tijdje en proberen te kijken of er iets in het water zwemt (behalve toeristen). Het water is erg helder, maar we zien weinig. We balen dat we onze snorkel nog in de auto hebben. Dan komen opeens alle mensen met snorkel en de duikers vlakbij ons in een cirkel en kijken omlaag. We kijken mee, maar zien niks. We weten dat er iets bijzonders is, maar weten niet wat. We geven het op en kijken van een afstandje. We debatteren nog met elkaar wie de snorkel gaat halen. Opeens zwemt er iets groots recht op me af. Ik ben zo gefascineerd dat ik te lang blijf kijken. Op het laatste moment ga ik opzij en roep ondertussen naar Ro dat het een grote schildpad is. Ro komt naar me toe en we zien vlak achter de plek waar ik net was, zijn grote hoofd boven water komen om adem te happen. De hele groep snorkelaars is ondertussen ook achter ons en terwijl de schildpad weer afdaalt, vormen zij een cirkel naast ons. Ro gaat snel onze snorkel halen. Ondertussen leent een vriendelijke Duitser mij zijn bril zodat ik alvast een blik kan stelen. Diep onder mij, volgens de man 5 meter, is de schildpad op de bodem aan het eten. Er zwemmen ook nog een paar mooie felblauwe visjes en wat andere saaiere zeebewoners. Vol ongeduld wacht ik daarna op Ro, die ook nog een niet gepland wc bezoek had ingeroosterd, waardoor het veel te lang duurde. Maar de schildpad had geen haast, was niet onder de indruk van de mensen boven hem en de 2 duikers iets dichter bij hem en bleef rustig dingen van de bodem eten. Elke zoveel minuten komt hij boven om te ademen en gaat dan weer naar beneden. Ro kijkt eerst een tijdje en daarna ik. Hij komt dan voor het eerst dat we de snorkel hebben naar boven en ik vertel hem waar hij het hoofd kan verwachten. Het beestje is dichtbij, maar ik ben te druk met boven en onder kijken en Ro te wijzen waar hij moet kijken, om het goed te zien. Daarna kijkt Ro terwijl hij eet en daarna naar boven komt. Daarna mag ik weer. Als het beestje dan boven komt is hij heel dichtbij. Ik moet Ro naar achteren trekken, anders was hij zo tegen Ro aangezwommen. Ik blijf onder water en zie hem recht voor me op een goede meter afstand omhoog komen. Als hij boven is kijk ik ook even boven en ga dan terug naar beneden met hem. Hij komt eerst weer op ons af, draait dan bij en zwemt een stukje verder. Daar hapt hij weer adem en gaat vervolgens recht naar beneden om verder te eten. Wauw, dat was gaaf. Weer één van de dingen op ons “to-do” lijstje voor we dood zijn afgestreept. Daarna ga ik dit verslag schrijven, terwijl Ro ons eten (restje van gisteren) opwarmt. Na het eten typ ik vrolijk verder, terwijl Ro zijn nieuwe boek (The Testament – John Grisham) gaat lezen, nu hij de trilogie uit heeft.

   

Vrijdag 26 augustus begint de dag heet en rustig. We doen vrij weinig, snorkelen twee keer zonder een schildpad te zien, lezen en ik begin met het laatste fotoalbum van deze reis (neem ik aan), totdat we tegen 5 uur rustig aan naar het dorp lopen. Het is nog steeds heet. We stoppen even bij het oude Romeinse Theater, kijken daar even rond en lopen verder. Ondanks dat het een echt toeristenstadje is, vinden wij het erg leuk. Kas heeft gezellige straatjes met honderden restaurantjes, café´s, hotelletjes, souvenirs winkeltjes enzovoorts. We hebben honger dus gaan eerst eten bij een leuk restaurantje. Het is nog vroeg, we zijn de eerste, dus we hoeven niet lang te wachten. Na het eten slenteren we rond door het stadje tot een uur of half 9. Dan lopen we rustig aan terug naar de camping.

   

Zaterdag 27 augustus hadden we besloten nog een dagje hier te blijven. Maar om nou weer de hele dag niks te doen, daar hadden we geen zin meer in. Dus om 11 uur zijn we in de snikhitte naar het dorp gelopen. Onderweg hebben we voor Klaas nog nieuwe medicijnen bij een dierenarts kunnen krijgen. Eenmaal in het dorp, zo´n 800 meter lopen, moeten we eerst even bijkomen. We gaan op een terrasje aan het water zitten en bestellen drinken met een tosti. Als alles op is en we weer een beetje afgekoeld zijn, slenteren we weer verder. We wandelen door de kleine straatjes vol mensen. Er lopen erg veel straatkatten in Turkije rond en deze plek is geen uitzondering. Echter is het centrum van dit stadje ook vol loslopende honden. Het merendeel van de honden heeft wel een halsband om en we vragen ons af of die allemaal een eigenaar hebben die ze vrij rond laten lopen. De vorige avond zagen we twee grote Duitse Herders midden op straat lopen toen er een scooter aan kwam rijden waar de honden op af renden. We dachten dat de jongens de honden aanreden, maar ze stopten naast de honden. Eén van de twee honden sprong op de scooter waar de voeten staan en de andere hond rende achter de scooter aan toen ze weer wegreden. Het hoofd van de herder zagen we tot ze uit het zicht verdwenen rechts van de benen en zijn staart kwispelde aan de linkerkant. Dat was een mooi gezicht. Niemand joeg katten of honden weg en ze lagen echt overal. Allemaal leken ze in goede conditie en goed gevoed. Als het niet zo heet was, hadden we ons hier de hele dag wel kunnen vermaken. Helaas begonnen we om een uur of 2 weer aan de terugweg. Eenmaal terug op de camping leest Ro verder in zijn boek en werk ik aan het fotoalbum. Zelfs in de schaduw is het heet en we zijn blij als de avond valt, die een heel klein beetje koeler is.

   

Zondag 28 augustus doen we uiteraard weer rustig aan en rijden op ons gebruikelijke tijdstip, half 11, weg. In Afrika wilden we vaker vroeg wegrijden, omdat het te heet was om rond het middaguur nog in de auto te zitten. Hier in Turkije is de beste plek tijdens de middaguren IN de auto, omdat je tijdens het rijden nog wat rijwind krijgt. We vinden het aangenamer om van 11 tot 15 uur te rijden dan ergens stil te staan. De eerste paar uur rijden we langs de zee. Daarna gaat de weg landinwaarts. We tanken nog een keer net iets meer dan 50 liter voor 200 Lire (€80). Op een gegeven moment krijgen we de keus tussen terug langs de zee of wat meer landinwaarts. Beide wegen komen op hetzelfde punt uit en zijn nagenoeg even lang. We besluiten een keer het binnenland in te gaan, deels omdat het daar misschien koeler is, deels omdat we dan eens wat anders zien en voornamelijk omdat we dan 2 keer een cultureel erfgoed missen en we dus niet weer de zoveelste voorbij hoeven te rijden, zonder de moeite te nemen ernaar te kijken. Deze keer kunnen we zeggen dat we niet in de buurt waren, haha. We hadden vooraf niet gedacht dat we helemaal naar Selcuk zouden rijden, want dat was aardig ver. Maar we gingen zo lekker en het waaide lekker door in de auto, dat we er “opeens” toch waren. Selcuk ligt naast Ephesus (Efes), de “best bewaarde klassieke stad in dit deel van de mediterranen”. Je schijnt er een zeer goed beeld te kunnen krijgen van hoe de romeinen vroeger leefde. En om nou niet helemaal als cultuur barbaren door Turkije te denderen, besloten we dat we dan in ieder geval dit “wereldwonder” maar eens gingen bekijken. Eenmaal in Selcuk vonden we na een paar verkeerde afslagen de camping. De prijs was echter behoorlijk aan de hoge kant. Tot nu toe betaalden we tussen de 22 Lire (€9) en 30 Lire (€12) per nacht. Hier wilden ze 48 Lire (€19). Gelukkig is afdingen mijn specialiteit en we mogen blijven voor 33 Lire (€13). Het is een heel stuk aangenamer qua temperatuur hier en we hopen dat dit geen uitzondering is en morgen ook zo blijft. Er staat een fris windje en de temperatuur is net onder de 30 graden. We parkeren de auto, koken en eten een pastasalade en gaan dan nog even de stad in. Het blijkt een leuker stadje te zijn dan we hadden verwacht en we dwalen een eind verder dan de bedoeling was.

  

Maandag 29 augustus is onze trouwdag. Vier jaar geleden waren we getrouwd in Zuid Afrika en nu mogen we dat in Turkije vieren. We doen uiteraard rustig aan in de ochtend. We willen aan het eind van de middag naar Efes, zodat we daar met zonsondergang ook zijn. Als om een uur of 11 de warmte nog steeds aangenaam is, besluiten we om te gaan wandelen. We lopen naar het stadje en daar aangekomen gaan we een beetje shoppen, maar vinden niks leuk genoeg. We nestelen ons op een gezellig terrasje waar we een spelletje schaak spelen. Het is spannend, maar Ro is de duidelijke winnaar. Tijdens het schaken eten we een kipsalade en een wafel met chocolade & fruit. Erg lekker! We wandelen op ons gemakje terug naar de camping, waar we rond half 3 aankomen. Het idee om nu nog naar Efes te gaan lijkt opeens niet meer zo handig, want de voeten doen al een beetje pijn. We rusten even bij de auto, ik zoek foto’s uit terwijl Ro zijn boek leest. Als zijn boek eindelijk uit is, is het bijna 18:00 uur en gaan we maar op zoek naar een leuk restaurantje. We hadden er al eerder één gevonden en die gingen we maar uitproberen. Het was een gezellig backpackershostel met restaurant. Het eten viel een klein beetje tegen, maar de ambiance maakte veel goed. Na het eten hebben we nog een spelletje gespeeld. Backgammon is een veel gespeeld spel in Turkije, maar helaas weten we niet (meer) hoe het moet, dus houden wij het bij tric-trac. Deze keer was ik de winnaar. Daarna lopen we het centrum nog even in. Als we op een bankje in een parkje zitten, zien we een oud Turks echtpaar op een kleinbalkonnetje eten op tafel zetten en samen opeten. We hopen maar dat wij over 50 jaar ook samen op zo’n balkonnetje zitten. Het was een mooi einde vanonze vierde trouwdag!

   

 

    

Dinsdag 30 augustus staan we vroeg op en rijden naar Efes, waar we om iets over 9 uur aankomen. We parkeren de auto onder een grote boom en het is nog niet te warm. We vermoeden dat de auto de hele dag in de schaduw zal blijven staan, maar zeker een paar uurtjes. We kunnen met een gerust hart naar binnen, zonder bang te zijn dat het te heet is voor Klaas. We moeten 7,50 Lire (€3) parkeergeld betalen en 20 Lire (€8) pp om binnen te komen. Er lopen wel wat mensen rond, maar het lijkt niet overdreven druk. We hebben eigenlijk geen idee hoe groot het is of wat we allemaal moeten bezichtigen. We hebben uiteraard weer geen folder/kaart/boek, dus we bekijken het op eigen inzicht. Als we de eerste “straat” uit hebben gelopen gaan we naar links. We zien het hele grote stadium aan het eind van de “straat” waar 25.000 mensen in pasten. We lopen er rustig heen en zien dan rechts een overkapping. We besluiten daar eerst heen te gaan en dit stadium op de terugweg te bezoeken. Aan de rechterkant hebben we opeens zicht op de oude bibliotheek en daar zijn al weer wat meer mensen. Als we helemaal aan het eind van het pad zijn en naar links afslaan, zien we een mensenmassa waar de Efteling een puntje aan kan zuigen. We snappen niet waar ze vandaan komen. En welke kant we ook opgaan vanaf hier, wij blijven tegen het verkeer in lopen en we snappen niet waar we fout zijn gegaan en welke route we hadden moeten nemen. Maar we proberen om de vele hoofden heen de oude ruïnes, beelden en dergelijke te bewonderen. Dan nemen we een pad met weinig architectonische hoogstandjes en dus ook weinig mensen. De grote touringcar-groepen worden hier door hun gids niet heen gebracht, dus we kunnen in alle rust rondwandelen. Eenmaal terug op het hoofdpad blijkt de hoofdingang hier te zijn. Geen idee waar wij dan zijn begonnen? We hadden gewoon de verkeersborden gevolgd, dachten wij. Maar hier werden de mensen dus letterlijk met busladingen tegelijk voor de poort afgezet en de bussen reden daarna naar “onze” ingang om ze daar weer op te halen. We liepen nu met de grote massa terug naar de bibliotheek die we nu gingen bekijken. Er is niet zo veel van over, maar het is nog wel duidelijk een mooi gebouw geweest. We worstelen ons uit de massa en lopen terug naar het stadium. Deze zijn ze aan het restaureren, wat helaas een beetje afdoet aan het uitzicht. En het is jammer dat er hier maar één klein gangetje is opengesteld voor het publiek, terwijl we in Jerash (Jordanië) door de gangen konden dwalen. Als we weer richting uitgang willen lopen begint er net weer een voorstelling. In romeinse kostuums zien we de koning en koningin, samen met hun entourage, op hun tronen kijken naar een dansvoorstelling en een gladiator gevecht. Het was kort maar krachtig. Persoonlijk vond ik de oude ambachten leuker: drie mannen lieten zien hoe ze hier vroeger schoenen, zwaarden en beelden maakten. Nog even bij de mooie grote zware stenen doodskisten gekeken (en uiteraard stiekem even uitgeprobeert hoe zoiets ligt) en daarna de uitgang weer opgezocht. Klaas lag inderdaad nog compleet in de schaduw en het was lekker koel in de auto. Het was half 12 geweest toen we bij Efes wegreden. Terug in het centrum van de stad bleken alle winkels dicht te zijn. We vroegen ons af of het misschien een feestdag was en eenmaal opgezocht in de Lonely Planet bleek het Victory Day te zijn. Misschien was het daarom zo druk in Efes?

  

 

  

 

  

 

   

We hadden voor de verandering (uhum) geen doel voor hoe ver we zouden gaan vandaag. We reden gewoon op ons gemakje. Na een paar uur rijden komt er een man naast ons rijden die gebaart dat er iets mis is. Ik hang uit het raam, maar zie niks. We stoppen en hij stopt voor ons. Hij zegt dat ons rechterachterwiel heel erg wiebelde. Hij denkt dat de lager vervangen moet worden. Ro probeert hem duidelijk te maken dat hij weet wat hij moet doen en het geen probleem is, maar de man is erg bezorgt en blijft uitleggen wat Ro moet doen. Als we hem op het hart hebben gedrukt dat we het op kunnen lossen neemt hij afscheid van ons en rijdt hij verder. Ro begint, na het wiel verwijderd te hebben, alle onderdelen los te halen tot hij bij de lagers is. In het begin draaide het differentieel inderdaad slecht, maar nadat Ro halverwege was begon het steeds beter te draaien. Eenmaal bij de lagers bleek daar niks mis mee te zijn. Wel kon Ro de lagers nu goed invetten en daarna mocht alles weer terug. Echt iets verandert had Ro dus niet, hopelijk is het wel opgelost. We rijden verder en ondervinden geen problemen. We stoppen nog even bij één van de outletstores langs de snelweg en ik koop voor 16 Lire (€6) een korte broek. We komen rond 16:00 uur langs 2 campings, maar beide vinden we er ongezellig uitzien. Dan gaan we net zo lief bushcampen. We rijden door. De route van vandaag is de saaiste in Turkije tot nu toe, we zien geen bossen, geen zee, geen leuke dorpjes, dus we rijden net zo makkelijk door. Als het 18:00 uur is geweest zitten we tussen de olijfbomen, waar we eigenlijk wel tussen willen bushcampen, maar we vinden geen mogelijkheid. Tot we een afslag zien die ook naar een camping gaat. We besluiten eerst daar te kijken. We rijden kilometers lang tussen de olijfbomen en het weggetje wordt steeds minder een weg, steeds smaller en we voelen ons weer een beetje in Afrika. Helaas blijken de eigenaren ons verbaast aan te kijken als we vragen of we kunnen kamperen. “Kamperen? Nee, dat kan hier niet. Daar hebben we geen mogelijkheden voor.” Dat we langs 10 borden van hun zijn gereden waarop stond “Natuurpark, Picknick & Camping” en dat er achter hun hoofd een prijslijst hangt met daarboven dezelfde tekst, lijkt geen verband met onze vraag te hebben. We vinden het niet zo erg, want we hadden genoeg mooie plekjes gezien. Naast 3 kasteelachtige hotels een eindje terug was een mooie picknickplaats waar we vast kunnen slapen. En dan kunnen we in het kasteeltje eten. Eenmaal daar maken we eerst een wandeling met Klaas. Daarna gaan we het restaurant – hotel in. We vragen of we iets kunnen eten. De man begrijpt geen Engels en we gebaren verder. Dineren kan pas om 19:00 uur. Prima, dat moet het ondertussen wel bijna zijn, dan maar vast een drankje. Eenmaal aan een tafel doen we de laptop open en zien dat het 19:20 uur is. Uh, we zullen het wel verkeerd begrepen hebben. Ik loop naar de receptioniste en vraag of we gebruik mogen maken van het internet. Ik heb een code nodig. Ze praat in het Turks tegen me, ik zeg dat ik haar niet begrijp en ze wuift me weg en staart weer naar haar computer. Erg onbeleefd. Ik vraag het aan een andere man, hijkan ook geen Engels, maar snapt wel wat ik wil. Hij haalt de eerste man erbij en hij vraagt welk kamernummer. Ik kijk hem verbaast aan want hij weet dat we net zijn aangekomen en zeg “no room”. Hij vraagt mijn naam en gaat druk op zoek in hun gastenboek. Ik probeer te zeggen dat dit zinloos is, maar het heeft geen zin. Ik wacht rustig af en bekijk de 4 zwaluwen die door de receptie vliegen. Als ze het eindelijk lijken te snappen schrijft de man de code op, terwijl de receptioniste hem boos aankijkt. Het internet werkt en we halen onze mails binnen, chatten met mama en bekijken het nieuws over een bomaanslag afgelopen zondag in Turkije in een stadje waar we pas geleden door waren gereden. Vandaar dat een paar Turkse mannen tegen Ro de laatste dagen praatten over terreur in Turkije. Wij snapten er al niks van. Als Ro het biertje en Cola Light af wil rekenen, omdat we geen diner lijken te kunnen nuttigen, blijkt het maar 7 Lire (€3) te zijn. Maar we hebben alleen een briefje van 5 en van 50. Ze willen niet wisselen, dus hoeven we maar 5 (€2) af te rekenen. We parkeren de auto om de hoek onder een boom, nemen melk en cornflakes mee de daktent in en eten ons late diner tijdens een paar afleveringen van “House”.

   

Woensdag 31 augustus is het zelfs koud. Vroeg in de ochtend kruipen we tegen elkaar aan onder ons dunne dekbedje. Als Ro er rond 7 uur uitgaat, krul ik me nog maar even goed in de deken. Maar om iets over half 8 kom ik er ook maar uit, ruimen we op en rijden we verder. We zijn nu niet ver meer van Troy, dus na anderhalf uur rijden komen we daar aan. We parkeren weer onder een grote boom, kopen entreekaartjes voor 15 Lire (€6) pp en gaan naar binnen. De Lonely Planet had ons gewaarschuwd dat Troy het minst imponerende cultureel erfgoed van Turkije was, maar ja, het is ook één van de enige die wij vooraf kenden. Dus we proberen het gewoon. Het Trojaanse Paard staat gelijk bij de ingang, waar we uiteraard de nodige foto’s maken. Daarna lopen we door de ruïnes van Troy. Er staat weinig meer overeind. Je ziet alleen de onderkant van de stadsmuren, de onderste stenen van de huizen, de laagste stenen van het paleis enzovoorts. Alleen een kleine arena op het eind is nog als dusdanig te herkennen. Ik vond het nog wel enigszins interessant, maar Ro had zijn interesse al snel verloren. We bekijken wel alles, lezen een aantal van de vele informatieborden, lopen alle zijweggetjes in tot we zeker zijn dat we alles wel gezien hebben. Want als we er toch zijn, kunnen we het maar beter goed doen, toch? Om half 12 lopen we er weer uit. Klaas ligt lekker in de koele auto te slapen.

  

 

  

We rijden een paar honderd meter en stoppen bij een restaurantje. Klaas kan hier mooi onder de auto liggen, terwijl wij een ontbijt/lunch bestellen. Ze hebben qua broodjes alleen “tost”. We denken dat het een soort tosti is, dus bestellen er maar twee. Het blijken inderdaad een soort kruising tussen Panini en Tosti te zijn met een gesmolten witte kaas ertussen. Lekker! Dan rijden we weer verder. We rijden naar Canakkale, vanwaar we de ferry moeten nemen over de Dardanelles rivier, die afkomstig is van de “Sea of Marmara” waar Istanbul aan ligt. We vermoeden dat we bij het oversteken van deze rivier Azie zullen verlaten en Europa in zullen rijden, maar we weten het niet zeker. We zijn er nog niet aan toe Azië te verlaten, maar het is nog wel erg vroeg om te stoppen met rijden, bovendien zien we ook geen geschikte kampeerplek. We besluiten naar de ferry te rijden. Het is een simpel en goedkoop proces: voor 23 Lire (€9) zetten we de auto op een grote ferry, wachten we ongeveer 15 minuten op het dek tot we vol zijn, dan varen we naar de overkant in nog eens 15 minuten, waar we het schip weer afrijden. Tijdens de boottocht bedenken we ons dat het wel toepasselijk zou zijn als we nu echt in Europa aan zijn komen. In dat geval hebben we zowel de oversteek van Europa naar Afrika, de oversteek van Afrika naar Azië en de oversteek van Azië terug naar Europa met een ferry gedaan. Ook wel een bijzonder gevoel is het als we de boot afrijden (en later door het mooie landschap langs de rivier richting het noorden rijden), terwijl we niet weten op welk continent we zijn. Misschien is dom een betere beschrijving, maar ik vind dat zo hard klinken.

We tanken nog één maal voor 200 Lire (€80) iets meer dan 50 liter en dat moet meer dan genoeg zijn om ons naar Bulgarije te brengen. We stoppen onderweg bij een groenten- en fruitstalletje om wat inkopen te doen, blijkt de Turkse verkoopster in Nederland geboren te zijn. Ze spreekt nog goed Nederlands en kan dit in de zomermaanden dagelijks oefenen als ze hier haar groenten verkoopt. Op haar 20e heeft ze het koude Nederland verlaten voor het zonnige Turkije. Uiteraard vergeten we te vragen in welk continent we eigenlijk zijn, dus rijden we zonder deze informatie maar met honing, meloen, tomaten en paprika’s verder. Een paar kilometer later zien we een camping. Het ligt gelijk aan de rivier, is een beetje spartaans, maar heeft ook wel iets. Het is nog steeds vroeg (14:15 uur), maar we zijn allebei een beetje moe. Geparkeerd onder een grote schaduwrijke boom schrijf ik dit verslag, terwijl Ro aan een nieuw boek begint maar na ongeveer 10 minuten op de stoel naast mij ligt te snurken. We bestellen rond 17:00 uur köfta (gehaktballetjes) en frietjes voor één persoon en eten het samen op, aangezien het een beetje prijzig is (23 Lire, €9), maar zooooo lekker ruikt. Anderhalf uur later eten we nog een kopje zelfgemaakte soep en om half 9 is het eindelijk donker en mogen we naar bed. De laatste tijd zijn de avonden weer lang. De zon gaat pas laat onder en daarna is het niet meteen donker. We zijn dit niet meer gewend. Op zich is het wel lekker en we hebben de lange avonden wel een beetje gemist, maar om 8 uur naar bed gaan omdat het toch donker is en er niks te doen is, dat kan nou eigenlijk met goed fatsoen niet meer. En dat is jammer.

   

Donderdag 1 september werk ik ’s ochtends nog een tijdje aan het fotoalbum in de daktent. Als het half 10 is, stop ik ermee en kom naar beneden. We ruimen op en rijden richting het noorden. Na bijna 2.000 kilometer naar het westen te hebben gereden, voelt het goed om eens niet richting Nederland te rijden. We verlaten al snel de rivier aan de rechterkant en daarna ook de zee aan de linkerkant. Dit gebied wordt ten volle benut voor akkerbouw en het uitzicht zijn constante velden zonnebloemen, mais of andere gewassen. Dit gaat uren door. Er is verder niks. Het was een dag vol beslissingen, die wij op onze geheel eigen wijze nemen: op het allerlaatste moment. Na vertrek hadden we ongeveer een uur om te besluiten of we Griekenland in wilden, want dan zouden we bij die afslag komen. Ik wilde voornamelijk graag naar Griekenland, omdat ik er nog nooit ben geweest. En we wilden allebei graag Griekenland met Turkije vergelijken, omdat er zoveel dingen uit de Griekse oudheid al in Turkije te vinden waren. Maar op de splitsing reden we toch rechtdoor richting Bulgarije. We wilden allebei liever daarheen dan naar Griekenland, omdat je nou eenmaal makkelijker later een vakantie boekt naar Griekenland dan Bulgarije. En je kan natuurlijk vanuit Griekenland later Bulgarije in, maar dan is het hele rondje Griekenland extra. Een omweg om terug bij hetzelfde punt te komen. Op zich niet erg, maar onze financiën zijn ook niet zo rooskleurig meer voor zulke uitstapjes. We besluiten gelijk naar Bulgarije te gaan. Dan komt er de volgende beslissing: welke grensovergang? We hebben nog steeds geen enkel boek, kaart of enige informatie over Europa, dus welk deel leuker is weten we niet. Het enige wat we kunnen doen is een grove routeuitzoeken op de GPS. Ro leek het wel leuk om naar de Black Sea te gaan, dus dan is de meest noordelijke grensovergang het makkelijkste. De eerste grensovergang slaan we dus over en rijden eerst terug naar het oosten richting Istanbul. En terwijl we al 2 weken geleden hadden besloten Istanbul over te slaan, gooit Ro die vervelende vraag nog even in de groep: “Of gaan we toch nog even naar Istanbul? We zijn er tenslotte nog geen 200 km vandaan.” Ik was al bijna om, toen hij doodleuk vertelde dat het van hem niet hoefde. Nou, van mij ook niet echt, dus dat kwam goed uit. Maar bij de afslag naar de noordelijke grens zag het er allemaal nog meer verlaten uit dan de afgelopen uren. De kans dat we nog ergens leuk kunnen kamperen werd steeds kleiner. We begonnen ons te realiseren dat we wellicht vandaag Turkije nog zouden verlaten. We stoppen onderweg nog even om Klaas te laten wandelen en om wat te reorganiseren in de auto. Ik heb wel eens gehoord dat Bulgarije een lastig land kan zijn, waar de hele auto wordt leeggehaald om binnen te komen. De laatste 20 kilometer naar de grens gaat door de bergen en deze staan vol met grote groene bomen. Mooier dan we eerder hebben gezien aan de kust. Eenmaal bij de grens parkeren we de auto en lopen het gebouw in. We kunnen ons niet herinneren dat we ooit eerder bij een grens zijn geweest waar de formaliteiten van mensen die zowel het land in- als uitgaan, bij hetzelfde loket waren. Soms is het wel hetzelfde gebouw, al is dat ook een uitzondering, maar hetzelfde loket is nieuw voor ons. Voor het paspoort in- of uitstempelen zijn wel 2 loketten, naast elkaar. Ons loket is leeg, bij het loket om het land binnen te komen staat een lange rij. En terwijl ik de paspoorten snel laat stempelen staat Ro alvast in de ellenlange rij voor de auto. Deze is wel gemengd, helaas, en de meesten moeten het land in, wat meer werk is dan eruit. Dan rennen een aantal mensen opeens naar de andere kant van het gebouw, waar ze een tweede loket hebben geopend. Ro sluit daar achteraan aan, terwijl ik ons plekje in de rij warm houdt. Als hij een tijdje later met de duim omhoog uit het kamertje komt, verlaat ik de rij, waarin ik misschien een meter (van de 5 ofzo) ben opgeschoven. We hebben geen idee of we klaar zijn, maar verwachten wel ergens te worden tegengehouden als dat niet zo is. We rijden naar de uitgang en worden tegengehouden. Ik moet nog één stempel, omdat de auto in mijn paspoort staat bijgeschreven. Ik loop terug, terwijl Ro bij de uitgang wacht in de auto. Als ik de juiste man eindelijk gevonden heb, blijkt het om een autocontrole te gaan. Tja, vertel ik de man, de auto staat al achter de douane. Geen probleem, dan krijg ik de stempel direct. En deze keer mogen we Turkije dan echt verlaten. Op naar Bulgarije.....

 

Wij vinden Turkije een leuk land. Vooraf hadden we het er alleen maar over de ruim 2.000 kilometer en de hoge brandstofprijzen, maar verder wisten we niet wat ons te wachten stond. Alleen Cappadocia was iets waar we vooraf over gehoord hadden en graag hadden willen zien. Maar aangezien dat op 1.500 meter hoogte ligt en we niet zeker wisten of Impi dat aan kan, hebben we het maar niet geprobeerd. We vinden het wel jammer dat we dat gemist hebben, maar we hebben zoveel moois gezien, dat het ook niet zoveel uit maakt. Bovendien, mochten we besluitenover een jaar naar Azië en Australië te rijden, dan moeten we weer door Turkije, dus dan kunnen we maar beter wat moois over laten voor die reis.

 

We zijn verrast over de manier waarop ze hier met dieren omgaan. We weten dat honden vanuit Turkije naar Nederland en andere Europese landen worden overgevlogen, om ze daar een beter leven te geven. Maar wij vonden dat er goed met honden en katten wordt omgegaan hier. Toegegeven, er zijn veel te veel straatkatten en zonder castratie en sterilisatie worden het er alleen maar meer, tot er een ziekte uitbreekt waardoor er velen sterven. Dus dat zou beter kunnen. Maar wij hebben heel vaak bakjes water en kattenvoer bij huizen zien staan. De katten en honden zagen er weldoorvoed uit. Misschien dat dit in de wintermaanden anders is, als er minder toeristen zijn, die ook de nodige etenswaren “per ongeluk” van hun tafel laten vallen. Maar vergeleken met Jordanië is dit een hemel voor honden en katten. Ook (aangelijnde) honden op erven, in winkels of bij huizen hebben bijna altijd de mogelijkheid om in de schaduw te liggen en water.

  

Maar ook in heel veel andere dingen lijkt Turkije veel moderner dan Jordanië. De huizen zijn hier beter. De wegen zijn goed. Het geheel ziet er veel verzorgder uit. En het grote verschil is de rommel op straat, die hier in Turkije amper aanwezig is. Tuurlijk ligt er hier en daar een fles langs de snelweg en kan het een zooitje zijn op parkeerplaatsjes, maar dat is in Nederland ook. Maar het is zo’n verademing om niet het gevoel te hebben dat het hele land één grote vuilnisbelt is. In Afrika was het ook vaak de gewoonte al je troep op straat te gooien, maar op de een of andere manier kan ik het daar beter begrijpen dan in het Midden Oosten. Hier zijn de mensen een stuk rijker en hebben de mogelijkheid tot een scholing. Ze zouden beter moeten weten in Jordanië. En wat ik zelf ook heel prettig vind aan Turkije en wat wellicht ook die modernere indruk geeft: de mannen dragen hier weer gewoon broeken in plaats van die lange gewaden. Ik vind een broek bij een man gewoon wat meer sexy dan een jurk. En de luidsprekers van de moskeeën lijken hier ook minder hard te staan en tenzij we tegenwoordig dieper slapen en het niet gehoord hebben, hebben ze (in ieder geval op de plekken waar wij sliepen) geen gezang om 5 uur ’s ochtends. Een hele verademing. We vinden de Turken een vriendelijk volk. We zijn niet één keer lastig gevallen, maar hebben wel veel leuke ontmoetingen gehad. We worden zelfs niet meer van alle kanten aangestaard, maar dat komt waarschijnlijk omdat ze hier genoeg toeristen zien. We hebben aardig wat campers uit Duitsland, Frankrijk, Italië en Oostenrijk gezien. We hebben zelfs 6 personenauto's uit Nederland gezien. Nederlandse kentekens (en hun bestuurders) zijn we regelmatig in Afrika tegengekomen, maar dit waren de eerste personenauto’s in bijna 2 jaar.

 

We hebben voor € 310 diesel getankt in Turkije, wat ons slechts 200 liter Diesel had opgeleverd, wat ons weer 1.600 km verderop heeft gebracht. Samen met de nog overgebleven 100 liter uit Jordanie, was dit gelukkig meer dan voldoende. We hebben 2.105,6 kilometers gereden in Turkije. We hebben in totaal met Impi nu 49.096 kilometers gereden.

 

 

Ps. heb het zojuist op wikipedia nagekeken waar het Europese deel van Turkije begint en die zeggen het volgende: "Het oudste en westelijke deel van de grootste stad Istanboel, en het gebied ten westen daarvan ligt in Europa. Het Aziatische en het Europese deel worden gescheiden door de Dardanellen, de Zee van Marmara en de Bosporus, die gezamenlijk de Middellandse Zee met de Zwarte Zee verbinden." We waren dus inderdaad na de bootovertocht in Europa!

 

Hieronder de route die we hebben gereden. De gele punten zijn de plekken waar we geslapen hebben.

 

De totale route (in het blauw) in het Midden Oosten (en meteen een klein stukje Afrika) was als volgt:

 

 

 

 

Foto's               

 

Europa (Nederland, Belgie, Luxemburg, Frankrijk en Spanje)

 

Marokko

Mauritanie

Mali

Burkina Faso

Ghana

 

Zuid-Afrika

Botswana 1

Namibië

Botswana 2

Zambia

Malawi

Tanzania 1

Kenia 1

Oeganda

Kenia 2

Tanzania 2

Kenia 3

Tanzania 3

Kenia 4

Ethiopie

Sudan

 

Saudi Arabie

Jordanie

Jordanie HCAW

Syrie

Turkije

 

Bulgarije

Roemenie

Hongarije

Oostenrijk

Duitsland

Nederland

YourCompany.Com © 2003 • Privacy Policy • Terms Of Use