Terug naar begin»

 

Reisverhalen                                

Nederland

 

Zuid Oost Azië

Thailand 1

Cambodja

Vietnam

Laos

Thailand 2

Maleisië 1

Borneo Sarawak

Borneo Brunei

Borneo Sabah

Maleisië 2

Indonesië Java

Indonesië Bali

Indonesië Lombok & Sumbawa

Indonesië Flores,Rinca&Komodo

Indonesië Sumbawa & Lombok

Maleisië 3

 

Australië & Nieuw Zeeland

Western Australia

South Australia

New South Wales (NSW)

New Zealand South Island

New Zealand North Island

NSW & Victoria

Tasmanië

Victoria

NSW & Canberra

Queensland

Northern Territory

Western Australia

 

Nederland

 

 

IMPI's ADVENTURES

 

Reisverhalen

Thailand 1

Deel 1: 22-01-2013 (vanaf 18-1)

Deel 2: 25-01-2013 (vanaf 22-1)

Deel 3: 31-01-2013 (vanaf 25-1)

Deel 4: 09-02-2013 (vanaf 31-1)

Deel 5: 19-02-2013 (vanaf 08-1)

 

Vrijdag 18 januari lopen we rond een uur of 1 ’s middags de Thaise zon tegemoet. Voor ons gevoel is het pas 7 uur ’s ochtends, dus we zijn nu 25 uur wakker (met maar een paar uurtjes slaap die vorige nacht in Nederland). We volgen de borden naar de taxi’s en de vrouw zegt dat het ongeveer 450 Bath (€ 11,25) gaat kosten. We vinden het prima en krijgen gelijk een taxi. Al wegrijdend vragen we de chauffeur of hij weet waar we heen moeten, hij zegt “nee”, dus we laten het adres zien. Hij kijkt minder dan een seconde naar de uitdraai en lijkt te weten waar we heen moeten. Het daarop volgende uurtje gaan wij er vanuit dat we straks ergens verkeerd uitkomen, maar we leren al snel dat onze ideeën erg goed bij Afrika passen, maar dat het hier in Azië toch een stuk beter geregeld is. De chauffeur stopt bij een duur hotel, dus we geven aan dat dat niet kan kloppen. De conciërge wijst de taxichauffeur de hoek om en daar vinden we ons hotelletje. De taxichauffeur spreekt geen tot weinig Engels, dus hij laadt zwijgzaam onze tassen uit en wij geven hem 500 Bath. Het zal wel goed zijn, want hij rijdt weer verder. Ons hotel (Amazing House heet het, echt “amazing” is het niet) ligt midden in een gezellig straatje in de Old Town van Bangkok.

 

We moeten een half uurtje wachten tot onze kamer klaar is, maar zodra we die om 14:30 uur (8:30 uur thuis) betreden, vallen we bijna direct in slaap op de matrassen op de grond. We worden af en toe wakker, want ondanks de ventilatoren is het overdag in de kamer behoorlijk warm en is er veel lawaai van buiten. Maar al met al slapen we tot 21:00 uur. Dan besluiten we een rondje door de buurt te gaan lopen en wellicht iets te eten en drinken te scoren. Het is druk op straat en overal wordt eten in kraampjes langs de weg gemaakt. Bij één van deze kraampjes ruikt het zo lekker, dat we samen een noodle soep eten.

  

Na een wandeling van bijna 2 uur gaan we naar het restaurant tegenover ons hotel, waar ik een mango smoothie neem en Ro mini loempia’s en gemberthee. Het loopt tegen middernacht als we naar onze kamer gaan, maar van slapen is voor mij geen sprake. Ro valt redelijk snel in slaap, maar ik lig tot half 5 wakker (22:20 uur thuis).

 

Uitgegeven: 1.315 Bath (€ 35)

 

Zaterdag 19 januari is Ro al een uurtje wakker als ik rond half 11 wakker word. We besluiten om 11 uur naar het Grand Palace te wandelen. Het is ongeveer een uur lopen en we lopen tussen de vele kraampjes, waar de meest heerlijke geuren uit komen. Af en toe stoppen we om iets te proberen. Eenmaal bij de ingang van het paleis blijken we beide niet “properly” gekleed te zijn. Ik had speciaal een rok tot over mijn knieën aangetrokken (dat was prima) en een doek voor over mijn schouders meegenomen, maar dat bleek niet genoeg. Je moet iets met mouwtjes aan. Ro had een korte broek (tot over zijn knieën) aan, en voor het eerst werd hij ook geweigerd o.b.v. zijn kleding. Gelukkig kun je de correcte kleding gratis huren, maar de rij daarvoor was vrij lang. Als Ro zijn charmante lange broek aan heeft en ik mijn mooie roze blousje, lopen we naar de kassa. Het is een dure aangelegenheid, want we moeten ieder 500 Bath (€ 12,50) betalen. Eenmaal binnen de muren van het Grand Palace en Wat Phta Kaen kijken we onze ogen uit. Ro was hier als 12 jarig jongetje al geweest, maar helemaal herinnert hij zich dat natuurlijk ook niet meer. In één complex is op dit moment een dienst bezig, die alleen bezocht mag worden voor mensen die willen bidden, dus we gaan niet naar binnen en horen constant het mooie gezang. Gelukkig is er nog genoeg te bewonderen. De opbouw van het Grand Palace begon in 1782 en was het begin van Bangkok als hoofdstad. Hier vinden we ook de Emerald Buddha. In de tempel waar dit kleine beeld hoog op een gouden altaar staat mag niet gefotografeerd worden, maar vanuit het terras aan de voorkant mogen we met de telelens wel foto’s naar binnen toe maken. En dat lukt aardig. We bekijken alles, tenminste dat hopen we, want soms weet je niet meer 100% zeker of je daar nou wel of niet was geweest. Na ongeveer 2 uur rondgelopen te hebben, lopen we langs één van de huizen van de koning buiten de oude muur terug naar de ingang, waarna we nog een rondje door het museum maken. Daarna brengen we onze geleende kleding terug en lopen we bij de hoofdingang naar buiten.

        

 

We besluiten dat we het beste ook gelijk naar Wat Pho kunnen gaan, wat direct achter het Grand Palace ligt. We moeten nu alleen helemaal om de buitenmuren van het Grand Palace complex lopen en ik voel de blaren al beginnen. We lopen op flipflops en onze Nederlandse voeten zijn niet meer hetzelfde als onze Afrika voeten. We moeten weer opnieuw beginnen met wennen aan lange afstanden lopen op flipflops. Enigszins bijtend op onze lip lopen we rond half 3 Wat Pho binnen. Gelukkig is de toegangsprijs hier een stuk vriendelijker (100 Bath, € 2,50 p.p.) en mogen we wel met onze eigen kleding naar binnen. Wel draag ik het merendeel van de tijd mijn doek over mijn schouders. Het hoeft niet, maar het wordt wel op prijs gesteld. Wat Pho is Bangkok’s oudste en grootste tempel (vooral dat laatste werd niet op prijs gesteld door onze voeten) en wij vonden het misschien wel mooier dat het Grand Palace. Hier vinden we de 46 meter lange liggende buddha, de Reclining Buddha, in een tempel. Omdat er allemaal zuilen vóór het beeld staan is het lastig een foto van de gigantische buddha te maken. Ook vinden we hele hoge buddha’s, kleine buddha’s, oude kapotte buddha’s en nieuwere gouden buddha’s. Het is een groot complex met vele deuren waarachter je weer vele andere deuren vindt. Er is geen beginnen aan om een logische route te volgen als je alles wilt zien. We lopen steeds terug om zeker te zijn dat we niks moois gemist hebben.

      

 

Na bijna 2 uur besluiten we dat het wel mooi is geweest en lopen we naar de uitgang. Het is ruim een uur teruglopen en van lopen is eigenlijk geen sprake meer bij mij, want ik waggel en hink om de blaren op de voetkussens van beide voeten te ontlasten. Ook Ro heeft last van zijn voeten en rug, maar toch besluiten we terug te lopen. Deels omdat we het een beetje zwak vinden om op de eerste dag al op te geven, deels omdat het toch al een dure dag was en taxikosten niet noodzakelijk zijn, deels omdat het gewoon leuk is om door Bangkok te lopen.

  

Tegen 18:00 uur zijn we in het hotel en we vallen op bed. We hebben even rust nodig. Van 19:00 tot 20:00 uur neem ik een full body oliemassage voor 300 Bath (€ 7,50) bij een massagesalon om de hoek. Ik word meegenomen naar een kamertje boven en daar lagen 6 matrassen tegen elkaar op de grond. Iedere 2 matrassen worden afgeschermd door een half doorschijnende doek. Na een kwartier begint de man naast mij af en toe te kreunen en ik begin bang te worden dat ik bij een verkeerd soort massagesalon ben beland. Ik raak in gesprek met mijn masseuse en leer dat zij, zoals zoveel Thaise, 7 dagen per week werken en geen vakantiedagen kennen. Heel af en toe (minder dan 1x per jaar) mag ze haar familie en tienjarige zoon in het noordoosten van Thailand een paar dagen opzoeken, de rest van het jaar werkt ze elke dag van 9:00 tot 23:00 uur. Als ze geen massages heeft, krijgt ze ook geen geld. Ze moet wel 14 uur per dag aanwezig zijn. Hoeveel ze krijgt van de 300 Bath die ik betaal weet ik niet, maar ik vermoed nog geen 100. Als de jongen naast mij opeens heel hard begint te kreunen, moeten alle drie de masseuses lachen. Ze vertelt me dat de jongens een Thaise massage krijgen en hun botten werden gekraakt. Erg aangenaam klonk het niet, maar ik ga het zeker uitproberen. Alleen wel op een dag waarbij ik de volgende dag geen “verplichtingen” heb en niet hoef te bewegen!

Rond 20:15 uur besluiten we het centrum in te lopen. Dat betekent dat we ongeveer 20 minuten terug moeten lopen richting Grand Palace. We ruilen de flipflops om voor wandelschoenen en lopen naar een bruisend centrum. Het is er erg druk, vol toeristen en lokale mensen, vol restaurants en winkels en natuurlijk straatverkopers. We nemen kleine porties bij diverse straattentjes, omdat we gewoon niet kunnen kiezen. Alles ruikt zo lekker, ziet er lekker uit en wat we eten is ook heerlijk. We lopen de hele straat door, steken door naar een andere, net zo drukke straat. Onderweg zien we regelmatig verkopers met stokjes vol schorpioenen. We vragen ons af of je die op dient te eten. Dan zien we een standje vol gebakken spinnen, kakkerlakken, schorpioenen, larven, krekels, sprinkhanen, meelwormen, wespen etc. Ro zegt al jaren dat hij dat soort dingen wel zou willen proeven dus dit was het moment waarop hij kon bewijzen dat hij het ook zou doen als puntje bij het paaltje komt. Het puntje komt bij het paaltje, maar op mijn verzoek werd het geen vogelspin of schorpioen, omdat ik me voor kan stellen dat hij daar ziek van kan worden. Die dieren kunnen/hebben tenslotte gif in hun lijf. Een kakkerlak stond Ro zelf niet zo aan, zeker niet omdat je die af en toe voorbij ziet rennen op straat en ik al voor de grap (?) had gezegd dat ze die vanmorgen van de straat hadden geplukt. De keus werd al kleiner en Ro besluit voor de “veilige” gebakken grashopper (sprinkhaan) te gaan. Voor 50 bath (€ 1,25) krijgen we er 4, en gelijk worden er 2 weggeknaagd door Ro. Ze smaken nergens naar, behalve het zout dat ze erop hadden gedaan. De andere 2 bewaart hij voor de hotelkamer.

     

We lopen verder en wandelen uiteindelijk terug naar ons hotel. Het is rond half 12 als we daar aankomen. We skypen nog met het thuisfront, dan valt Ro in slaap en enkele uren later, rond half 3, val ik ook eindelijk in slaap. Mijn lichaam heeft altijd wat meer moeite met tijdverschillen / jetlags.

 Uitgegeven: 2.665 Bath (€ 70)

 

Zondag 20 januari ben ik om 7 uur klaarwakker. Ik heb 4,5 uur geslapen, maar ben wakkerder dan ooit. Als Ro een uurtje later wakker wordt vertrekken we naar de ferry. We willen naar Chinatown vandaag en ik had deze ochtend besloten dat we eerst een stop zouden maken bij Wat Arun. Volgens Ro is dat onhandig omdat we dan over moeten stappen met de ferry, maar we besluiten te kijken hoe dat werkt. We lopen op zeer pijnlijke voeten (in wandelschoenen, met doorgeprikte blaren bedekt met blaarpleisters) naar de rivier. We hadden waarschijnlijk een zijweg van de hoofdweg parallel aan de rivier te vroeg genomen, want we konden zo niet bij de opstapplaats komen. Iedereen wees ons de andere richting uit en we besloten maar die kant op te lopen. We kwamen bij halte 13 in plaats van 14 uit, maar dat was ook prima. De juffrouw die de tickets verkocht was niet helemaal duidelijk in haar Engels, maar we begrepen dat we voor 40 Bath (€ 1)  per persoon zo lang op de ferry mochten blijven zitten, dus zowel naar Chinatown (halte 4) of naar Wat Arun (halte 8). Zodra we uitstappen en weer opnieuw opstappen, betaal je opnieuw. Deze tourbootoperator stopt aan de andere kant van de rivier bij Wat Arun, dus daar moeten we nog met een boot oversteken. We kopen 2 kaartjes. De boot is groot, met genoeg stoelen en een gids die ons toeristen van alles verteld over wat we zien. Hij vraagt waar je heen wilt en laat je weten als je er bent.

  

We stappen uit bij halte 8 en lopen langs een andere kassa waar we 3 Bath p.p. (€ 0,08) moeten betalen om naar de overkant te varen. Eenmaal aan de overkant is het 11 uur. We betalen de toegangsprijs van 50 Bath (€ 1,25) en we besluiten gelijk het “Central monument of Wat Arun” te beklimmen, voor de zon te heet wordt. De trap omhoog ziet er steil uit. De trap bleek veel steiler dan ie leek, maar goed te doen en minder hoog dan het leek. Misschien voelde het niet zo hoog om te klimmen omdat de treden erg hoog waren, waardoor er niet zoveel waren? Het keramiek waarmee het gebouw is bekleed is erg mooi en de uitzichten van bovenaf over de stad en de rest van het complex ook. We maken een rondje op de  bovenste etage, op de 2 etages eronder en op de begane grond.

     

We besluiten dat het tijd is voor een ontbijt, maar we vinden niks nieuws om te proberen, behalve een rare Thaise appel. Dan word ik door een mevrouw omgetoverd tot een Thaise en mag ik poseren vóór Wat Arun. Ik heb nog geprobeerd Ro zover te krijgen ook deze outfit aan te trekken en mee te poseren, maar helaas, dat is niet gelukt.

    

Daarna lopen we de tempel naast Wat Arun in (geen idee hoe die heet) en bewonderen het boedistische ritueel waarbij een monnik de mensen besprenkeld met water en ze toespreekt. Het duurt ongeveer 3 minuten per groep.

   

Na 3 groepen besluiten we verder te gaan. We nemen de ferry naar de overkant voor 3 Bath (€ 0,08) en stappen op de boot naar Chinatown.

Ook nu betalen we 40 Bath (€ 1) en als we langs halte 5 komen, blijken we daar niet te stoppen. De gids verteld wel dat hier de beroemde bloemen- en groentemarkt te vinden is, die zeker een bezoekje waard is. We stoppen bij halte 4, ChinaTown. We lopen direct de winkelstraat in. Na een paar 100 meter besluiten we van de hoofdweg een zijweggetje in te slaan. Het steegje is smal, vol met kraampjes met daarachter winkels die weer uitkomen bij andere winkels en steegjes en kraampjes. Het lijkt oneindig. Het is ontzettend druk en gezellig. Alles wat je maar kan bedenken wordt hier verkocht. De eerste 10 minuten denk ik alleen maar “wie wil al die troep kopen?”, maar al snel zie ik toch dingen waarvan ik niet wist dat ik ze nodig had, maar opeens wel wil hebben. Zoals de leukste haarbanden, kettingen, shirts, andere haaraccessoires enzovoorts. Het is dat onze rugzakken al veel te zwaar zijn, anders had ik wel wat gekocht. We eten een pistachepannenkoek met worstje, drinken zelfgemaakte granaatappelsap en ploffen neer bij een iets groter kraampje (met tafels en stoelen!) waar we noodle soep bestellen. Als de jongeman ons vraagt of we ook iets te drinken willen en hij aangeeft wat hij heeft en ik blikjes zie staan, kiezen we voor ijsthee. Deze bleek niet in een blikje te zitten, maar was zelfgemaakt in versleten mokken, kant en klaar in de mok in de koeler. Het zat boordevol ijssnippers. We twijfelde even, want of dit gemaakt is van zuiver water was de vraag, maar we besloten dat we onze weerstand opgebouwd in Afrika toch een keer terug moesten krijgen. Maar tot nu toe (ruim 24 uur na deze maaltijd en drinken) hebben we nergens last van. Wellicht zijn we onze weerstand niet kwijtgeraakt de afgelopen 15 maanden en kunnen we gewoon verder gaan met ijs, milkshakes en voedsel van stalletjes nuttigen.

  

We lopen verder en komen uiteindelijk weer op de grotere weg. We steken over en lopen weer langs honderden kraampjes. In een andere zijweg (terug richting de rivier) houden opeens de kraampjes op en belanden we van totale drukte en mensenmassa’s in een verlaten straat. Van het één op het andere moment. Er lopen een paar straathonden en –katten, maar verder niemand. We bekijken de plattegrond in ons Thailand boek en zien dat we slecht één tot anderhalve kilometer verwijderd zijn van de bloemen- en groentemarkt. Er was daar ook een ferry opstapplaats, dus we hopen dat er toch af en toe een ferry zal stoppen. We weten niet precies hoe we er moeten komen, maar de Thaise bevolking is zeer vriendelijk en iedereen probeert ons de juiste kant op te wijzen. Aangekomen op de  bloemenmarkt zijn we onder de indruk van de vele bloemen en kleuren. Ook de bloemstukken die gemaakt worden zijn erg mooi. Ze hebben bloemen in alle maten en kleuren, zelfs blauw, maar vooral de gele/oranje die worden gebruikt bij Boedistische rituelen zijn er in overvloed. We lopen door de overdekte centrale markt en de wegen daarom heen.

   

Als we genoeg bloemen hebben gezien lopen we naar de ferry halte. We moeten even wachten, maar dan komt de “normale” ferry voor de lokale bevolking, niet de toeristenferry zoals wij 2x deze ochtend hadden gehad. Het is druk, dus we moeten op het achterdek staan, maar we betalen dan ook maar 15 Bath (€ 0,37) p.p., dus slechts 1/3 van de toeristenboot. We varen helemaal naar ons beginpunt, halte 13, vanwaar we terug naar het hotel lopen. Het is half 4 geweest als we daar aankomen en we zijn kapot. We vallen op bed en komen er niet meer vanaf. Pas rond 18:00 uur is de honger sterker dan de luiheid en lopen we naar het restaurant aan de overkant van de weg. We willen even internetten en eten samen een baquette. Rond 19:45 uur lopen we naar een restaurant een stukje verderop in de straat, waar Ro een wokschotel neemt en ik een Amerikaanse hamburger.

 

Daarna gaan we terug naar het hotel om nog wat te skypen en de tassen in te ruimen voor de volgende dag. We gaan Bangkok alweer verlaten. We willen nog veel meer zien, maar we komen hier sowieso terug, dus we bewaren nog wat.

Uitgegeven: 1.020 Bath (€27)

 

Maandag 21 januari staat de wekker om 7:30 uur. Voor het eerst ben ik om een fatsoenlijke tijd in slaap gevallen (rond 22:30 uur) en nadat ik een half uur klaarwakker naar het plafond had gestaard tussen 2:00 en 2:30 uur, werd ik pas om 7 uur wakker. Even later is Ro ook wakker en om 8 uur staan we bepakt en bezakt (of zoals Ro het noemt: verzakt) beneden. We hoeven maar 500 meter te lopen naar de bushalte en daar wachten we ongeveer 15 minuten tot onze bus nummer 53 komt. Deze zou ons naar het treinstation brengen. In de bus moeten we 6,5 Bath (€ 0,16) p.p. betalen. Na een korte rit stopt de bus en moet iedereen eruit. De conductrice wijst naar voren en zegt dat daar het treinstation is, tenminste, dat denken wij. We stappen uit, kijken om ons heen en besluiten de rivier over te steken. Daar zien we ook niks wat op een treinstation lijkt. Bovendien was de busrit wel erg kort. We lopen terug naar de bussen en de conductrice zegt in gebroken steekwoorden Engels dat we in bus nummer 53 moeten gaan zitten. Daar kwamen we net uit, maar we moeten overstappen naar dezelfde bus blijkbaar. Prima. We gaan zitten en als we rijden blijkt dat we nogmaals 13 Bath samen moeten betalen. Helaas hebben we nu geen kleingeld meer en alleen briefjes van 1.000 Bath (€ 25). Ze zucht, moet geld voorin halen, maar uiteindelijk krijgen we 987 Bath (€ 24,68) terug. Helaas voor ons in allemaal kleingeld, met een paar grotere briefjes van 100 Bath (€ 2,50).

Eenmaal op het treinstation verteld een vrouw ons waar de kaartjes voor de trein moeten halen, hoe laat de trein gaat en wat het kost. We dachten dat we haar verkeerd hadden verstaan, maar het was inderdaad maar 15 Bath (€ 0,37) p.p. om van Bangkok naar Ayutthaya te reizen per trein, ongeveer 80 kilometer. We halen nog een flesje drinken, een broodje voor Ro en gepelde grapefruit voor mij en gaan dan in de trein zitten. We zijn om 9 uur het station ingelopen, de trein zou om 9:25 uur vertrekken, dus we zijn ruim op tijd om een goed plekje aan het raam, aan de niet zonkant en onder de ventilator te zoeken. Om 10:15 staan we nog steeds stil en komt de conducteur vertellen dat iedereen die naar Ayutthaya gaat de trein op perron 10 kan nemen.  We lopen erheen, maar die trein is al behoorlijk vol. We vinden nog wel een plekje, maar met een klein raam, aan de zonkant en met een ventilator die we niet aan krijgen. Maar we gaan tenminste ergens heen. Maar na 100 meter gereden te hebben staan we ook daar 10 minuten te wachten, maar dan rijden we toch echt. De conducteur geeft in een soort van gebarentaal Engels aan dat we niet mee mogen met ons kaartje. Hij wijst aan dat er bij ons geen “express” op staat, zoals bij andere passagiers. Dit is de express trein en we moeten 10 Bath € 0,25) voor 2 personen samen bijbetalen. Geen probleem, kleingeld genoeg!

   

De eerste drie kwartier rijden we door Bangkok en stoppen we op elk station. We beginnen ons af te vragen wat er zo “express” is aan deze trein. Maar buiten Bangkok stoppen we niet meer tot Ayutthaya. In plaats van 2 uur doen we maar anderhalf uur over de rit, waardoor we slechts een half uur later dan gepland aankomen. Gelukkig had Ro zich de avond hiervoor verdiept in Ayutthaya en weet hij te vertellen dat we na het verlaten van het treinstation rechtdoor een straat in moeten lopen en dat we daar met een ferry een rivier over moeten steken naar het eiland waarop de binnenstad van Ayutthaya ligt. In de trein was ongeveer 10% backpacker en de meeste staan onzeker naar links en rechts te kijken, niet wetende waar ze heen moeten.

Wij zijn als eerste op de ferry. Voor de ferry betalen we 4 Bath (€ 0,10) p.p. en 3 minuten later lopen we het eiland op. Eenmaal bij de kruising is het volgens Ro om het even waar we heen moeten. We besluiten naar links te lopen en na 100 meter zien we het eerste hotelletje. Het is 12 uur. De kamer met ventilator, eigen “badkamer” met uitzicht op de rivier en een dek voor onze kamer waarop we boven het water kunnen zitten, kost 350 Bath (€ 8,75) per nacht. We besluiten te blijven.

  

Het is warm, dus we gaan even bijkomen. Om 1 uur lopen we het centrum in. We kopen wat drinken bij de supermarkt, later nog een speciaal honingdrankje bij een kraampje en al lopende zien we Wat Ratchaburana en besluiten erheen te lopen.

 

Onderweg stopt een tuktuk naast ons met de vraag of we een tour langs 6 tempels buiten het eiland willen maken. Hij laat zien wat we dan bezoeken, het duurt ongeveer 3 tot max 4 uur en kost 800 Bath (€ 20). We nemen zijn kaartje mee voor de volgende dag. We eten eerst nog in een restaurant, omdat we geen straatkraampje zien en ondertussen wel erg honger hebben. We krijgen twee volledige maaltijden plus fruitshakes voor 415 Bath (€ 10,37), niet echt duur, maar we moeten het niet te vaak doen.

 

Het restaurant zit tegenover de tempel, dus dat is handig. Na het eten lopen we gelijk naar binnen, waarvoor we 50 Bath (€ 1,25) p.p. toegang betalen. We slenteren wat rond, maar het is eigenlijk te heet. Er gaat 1 trap naar boven die we nemen. Bovenin is een hele smalle, steile trap naar het binnenste van de tempel. We dalen tot halverwege. Vanaf daar wordt het smaller en donker. En het lijkt onderaan gewoon te stoppen. We denken dat ze hier bezig zijn met restauratiewerk (de tempel staat ook deels in steigers) en het beton hier beneden is nieuw. Ik besluit toch even tot beneden af te dalen en trotseer de vele spinnenwebben. Zelfs als ik tot 3 treden na ben afgedaald lijkt het alsof het dood loopt. Maar helemaal beneden zie ik dat ik door een gat omhoog kan. Ik kom in een kleine graftombe vol muurschilderingen terecht. Snel roep ik Ro erbij. Als hij achter mij in de tombe  staat en hij en zijn rugzak de kleine opening versperren krijg ik een zeer claustrofobisch gevoel. Ik wist niet dat ik daar last van had, maar ik vind het opeens eng dat Ro de uitgang blokkeert en hij gaat eruit zodat ik aan de trapkant kan staan. De tombe is klein, dus ook wel snel gezien. Ik loop naar boven, want het is snikheet beneden, terwijl Ro wat foto’s maakt.

   

Eenmaal buiten spreekt een andere tuktuk bestuurder ons aan. Ook hij kan ons morgen 6 tempels buiten het eiland laten zien, maar hij vraagt direct slechts 600 Bath (€15). Hij vraagt waar we slapen en wil ons daar nu gelijk gratis heenbrengen en ons morgenochtend om 9 uur ophalen. We hadden ondertussen al besproken dat we zo’n tuktuk tour wel voor 600 Bath wilden doen, dus waarom niet met deze man die ons nu gratis naar de andere kant van het eiland gaat brengen? We besluiten dit te doen en een minuut laten rijden we met een verkoelend windje door de stad. Eenmaal in het hotel is het rond 16:00 uur en begin ik aan het schrijven van dit verslag en gaat Ro fotograferen en een boek lezen. Rond 19:00 uur lopen we de stad in op zoek naar iets te eten. Maar ik voel me niet zo lekker, een beetje grieperig gevoel en uitgeput. We blijven dus niet zo lang en ik eet niks. Ro neemt een soort omelet met noodles erin (pad thai egg wrap). Terug in het hotel gaat Ro op “onze” veranda lezen, terwijl ik al snel ga slapen.

 Uitgegeven: 1.430 Bath (€ 38)

 

Dinsdag 22 januari word ik heerlijk wakker rond 7:30 uur. Voor het eerst sinds 6 nachten heb ik fatsoenlijk geslapen! Ik voel me herboren.

Als Ro om 8:45 uur nog even snel een fles water gaat kopen staat de tuktuk al klaar. We haasten ons en om 8:55 uur begint de tour. Hij vraagt of we de Buddha in de boom al hebben gezien en als we aangeven van niet, dan zegt hij daar ook even extra te stoppen, gratis. Deze bekende bezichtiging vinden we  in Wat Mahathat (50 Bath, € 1,25 p.p.). We lopen langs de ruines, die op zich al indrukwekkend zijn, maar zoeken in het bijzonder naar het hoofd in de boom.

     

Terug bij de tuktuk vervolgen we onze weg en gaan we het eiland af. Als eerste stoppen we bij Wat Panan Choeng (20 Bath, € 0,50 p.p.) waar we Thailands grootste oude gouden buddha vinden in een monastery.

    

Daarna rijden we verder naar Wat Yai Chaya Mongkol (20 Bath, € 0,50 p.p.), waar een witte reclining buddha te vinden is, naast een grote tempel.

   

Vervolgens gaan we naar Wat Chaiwatthanaram (gratis), die op dit moment gerestaureerd wordt, waardoor we alleen buiten langs mogen wandelen. Ook mooi!

  

Met de tuktuk gaan we hierna naar Wat Phu Khao Thong (gratis), waar we de enige toeristen zijn. Ik klim de 97 treden in de hitte omhoog, terwijl Ro vrolijk in de schaduw van een boom een nieuwsgierig kalf fotografeert.

    

Dan is het tijd voor de laatste tempel van de tocht, de Wat Na Phra Men (20 Bath, € 0,50 p.p.), waar we een grote gouden zittende buddha bezichtigingen.

   

Als laatste laten we ons rijden naar de Reclining Buddha (gratis), waar een gigantische Buddha op een grasveld ligt.

  

De tuktuk chauffeur brengt ons terug naar ons hotel, waar we hem 620 Bath (€ 15,50) betalen. Het is bijna 12:30 uur, dus slechts 3,5 uur heeft deze tocht geduurd. We laden de batterij van de camera op in de kamer en lopen gelijk de markt op. Daar eten we bij een paar straat stalletjes, halen wat te drinken en lopen terug naar de kamer. Het is te warm om nog iets te doen, dus ik schrijf dit verslag af en zoek daarna de foto’s van de afgelopen 5 dagen uit (699 stuks), terwijl Ro aan het lezen is.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Tussendoor nemen we nog even de ferry naar de overkant, waar we het treinschema ophalen, zodat we morgen weten hoe laat we op het station kunnen zijn. Na een klein rondje gelopen te hebben, nemen we de  ferry terug naar het eiland. Terug op de kamer ga ik verder met de foto’s. Als ik bijna klaar ben met de foto’s heeft Ro teveel honger om nog langer te wachten. Het is ondertussen ook al 19:00 uur geweest. We lopen het centrum in en eten bij hetzelfde stalletje als waar Ro gisteren had gegeten. Daarna neem ik nog een soort slushpuppy/milkshake bij KFC en gaan we via de grote supermarkt terug naar de kamer. Daar upload ik bovenstaand verslag vast op deze website en zet alle foto’s erbij. Dat kost veel tijd omdat ik ze per stuk moet uploaden. Na ongeveer 2 uur is alles klaar. Ro zat ondertussen naast mij bij de receptie te internetten op zijn mobiel en te lezen. Om 23:00 uur sluiten we af en gaan we terug naar de kamer. Uiteraard omdat het bijna tijd is om te slapen, maar ook omdat we lek geprikt worden door de muggen.

Uitgegeven: 1.626 Bath (€ 43)

  onze kamer vanaf de ferry

Woensdag 23 januari sta ik vroeg op, omdat ik weer de halve nacht wakker heb gelegen. We hebben deze keer geen kamer aan een weg, maar wel aan een rivier waar vanaf een uur of 3 ’s nachts de boten met veel lawaai doorheen varen. Om 7 uur geef ik het op en begin de tassen vast in te ruimen. Als Ro een uurtje later wakker wordt wandelen we naar de ferry opstapplaats, omdat we daar fietsen kunnen huren. Voor 40 bath (€ 1) krijgen we een fiets de hele dag mee.

   

We fietsen dwars door Ayutthaya naar de andere kant van het eiland, waar we gisteren de olifanten zagen wandelen met toeristen op hun rug. We vonden het een beetje zielig en wilden dit van dichtbij bekijken. We waren de eerste toeristen toen we rond kwart voor 9 aankwamen. Er was geen olifant te bekennen. Maar na 2 minuten kwamen de eerste olifanten aanlopen. We konden ze goed observeren en zagen dat er vele dikke dekens onder de bankjes op hun rug werden gelegd. De mahouts leken vriendelijk voor hun eigen olifant, ze kregen schoon eten en drinken, maar ja, wat er achter de schermen gebeurt weet je niet. Dan komen de eerste toeristen en even later staat er een lange rij toeristen die willen rijden, terwijl er steeds meer olifanten bij komen. We besluiten het terrein op te lopen om het van dichterbij te bekijken. We kopen mais om een neurotische bull te voeren. Terwijl ik de mais koop zie ik opeens Ro zijn arm uit zijn slurf trekken. Hij doet een stap naar achteren en wil een foto maken en ik zie het van een afstand gebeuren, maar kan niks doen, als de olifant zijn slurf tegen Ro’s hoofd slaat. Gelukkig niet te hard, want hij laat de camera niet vallen. Met de mais loop ik terug en voer ik hem de mais. Dit stelt hij meer op prijs dan de camera blijkbaar.

   

Even later komen de baby olifanten. Ze worden uitgebreid gewassen en gevoerd.

   

Op een gegeven moment worden 2 jonge olifanten meegenomen naar onze kant van het hek. Ze moeten gaan zitten, hun voorpoten over elkaar slaan, hun mond helemaal openen en slurf omhoog. Dan mag een toerist op hun been gaan zitten en zo een foto maken. Vervolgens slaat de olifant zijn slurf om de toerist heen voor de andere foto. We vinden het erg zielig, want de houding lijkt me erg oncomfortabel voor de olifant. Helaas wordt er wel veel gebruik van gemaakt. De jongere olifant krijgt tussendoor wel wat rust, de al wat oudere olifant moet keer op keer op de foto. We hebben dit maar 15 minuten aanschouwt als we weer weg moeten, dus we hebben geen idee of ze dit tot 18:00 uur vanavond aan één stuk door moeten doen, of dat ze steeds pauze krijgen. Aan de andere kant zitten zij de hele dag in de schaduw, terwijl de volwassen olifanten de hele dag in de brandende zon met 3 personen en een bankje op hun rug moeten lopen. Olifanten horen vrij te lopen door het bos en niet in een stad. Dit is in ieder geval een stuk beter dan de olifanten die nog door de straten van Bangkok schijnen te lopen om toeristen te amuseren. Een ritje op een olifant kost hier 400 Bath (€ 10) voor ongeveer 20 minuten. Er lopen minstens 15 olifanten constant rond en de rij van toeristen werd niet korter.

Dan is het tijd om weer terug te fietsen, het is 10:20 uur. We willen de trein van 11:25 uur halen naar Pak Chong. We fietsen in 20 minuten terug en het is nu een stukje vermoeiender, omdat het een stukje heter is. We leveren de fietsen bij een zeer dankbare eigenaar in die zojuist 2 mensen vertelde dat hij geen fietsen meer heeft en ze nu terug kon roepen om de onze nogmaals te verhuren. We lopen naar het hotel, pakken onze rugtassen en lopen naar de ferry. Eenmaal op het treinstation zien we dat het pas 11 uur is. We zijn sneller dan we dachten. We kopen twee kaartje voor de trein naar Pak Chong voor 347 Bath (€ 9) samen in de 3e klas. Ook deze rit zou 2 uur duren. Doordat we zo vroeg zijn kunnen we op het station het laatste bankje innemen waar direct een ventilator staat. Overal in Thailand staan ventilatoren op openbare plaatsen, maar niet gericht op ieder bankje. Terwijl ik blijf zitten gaat Ro aan de overkant van de straat soep eten. Als hij terugkomt ga ik soep eten. Daarna zitten we in het heerlijke briesje te wachten tot de trein om 12 uur komt. Het wordt netjes aangekondigd dat dit onze trein is en al het personeel is weer zeer vriendelijk om elke toerist te vertellen dat deze trein naar Pak Chong gaat. Het kan bijna niet fout gaan. Als we een half uur onderweg zijn beginnen we te begrijpen waarom deze 2 uur durende treinreis veel duurder is dan de 2 uur durende vorige treinreis. Deze trein leidt ons dwars door wouden en vooral bijna constant bergopwaarts.

   

Net over 14:00 uur stoppen we in Pak Chong. We willen naar Khao Yai National Park, maar hadden besloten eerst hier te overnachten en morgenochtend door te gaan. Een medewerkster van Mike, de eigenaar van Booby's Appartments & Jungle Tour staat op het station. We vinden het wat duur en lopen de stad in. Na 200 meter zien we een hotel en daar checken we in. We nemen, tot verbazing van de receptioniste, de kamer met hurktoilet, omdat die 70 Bath (€ 1,75) goedkoper is dan met normaal toilet. De kamer kost 250 bath (€  6,25) en voor het eerst krijgen we een zacht matras in plaats van de brokken beton waar we de afgelopen week op hebben geslapen.

  

We lopen Pak Chong in en zoeken de plek vanwaar het openbaar vervoer naar het park gaat. We kunnen het nog niet precies vinden. Het is ongeveer 40 km naar de ingang, maar van daaruit moeten we liften of iets anders zien te regelen de laatste 14 km naar het visitors centre. Het lijkt mij handiger met een georganiseerde tour te gaan, dat is wel vele malen duurder, maar dan wordt je ook in het park naar alle highlights gereden en zit je niet vast aan de afstand die we vanaf de camping in het visitors centre kunnen wandelen. Maar we willen gewoon erg graag in het park kamperen. Nadat we het nog eens goed besproken hebben en de website van de tourorganisaties hebben bekeken, besluiten we voor de duurste optie te gaan: een 2,5 dag durende tour, waarbij we 2 dagen in het park zijn en daar kamperen. De eerste halve dag gaan we activiteiten buiten het park doen. Dit kost 3.000 Bath (€ 75) per persoon, maar dat is inclusief ontbijt, 2x lunch, 1x diner, 1 overnachting in het park, 1 overnachting in hun bungalows, fruit, water, snacks en een gids. We kijken eerst nog de eerste aflevering van de serie “Once upon a Time” die we op de laptop hadden meegenomen. Het is daarna half 6 en we lopen de stad in om de eigenaar van de tourorganisatie te mailen met de vraag of dit mogelijk is en of hij ons morgenochtend kan komen ophalen bij ons hotel. Dat blijkt geen probleem te zijn. Dan lopen we de stad in om te eten. Ik zie een soort lokaal bakkerijtje en koop wat verschillende dingen. Eén bleek vis te bevatten, dus die heb ik maar gauw aan Ro gegeven. Daarna zijn we naar een straatstalletje gegaan, waar Ro een rijst met gemengde zeevruchten nam en ik gebakken cashewnoten met zout en lenteuitjes. Die noten vullen zo goed, dan Ro de rest dankbaar door zijn rijst mengde. Na het eten hebben we nog maar 3 afleveringen gekeken, want er was verder weinig te doen en we waren wel toe aan een avondje rust.

Uitgegeven: 1.174 Bath (€ 31)

 

Donderdag 24 januari lopen we om half 9 naar het ontbijtrestaurantje naast ons hotel. De eigenaar blijkt een Deen te zijn en het restaurant, Jungle Café, was pas sinds gisteren open. Ro bestelde een ontbijt met 2 soorten brood, worstjes, spek, ham, gebakken eieren,  2 pannenkoeken, koffie en jus d’orange. Ik nam alleen een Kiwi Smoothie en zou een boterhammetje en pannenkoek met Ro mee eten. Het was meer dan voldoende! Voor dit geweldige ontbijt moesten we 200 Bath (€ 5) betalen, veel voor Thaise begrippen, maar wel lekker! We mogen de telefoon van de eigenaar gebruiken om Mike te bellen, die aangeeft dat hij ons over 15 tot 30 minuten op komt halen. We gaan snel onze tassen inpakken en we zitten om 1 over 10 weer in het café, als Mike al aan komt rijden. We stappen in zijn airconditioned truck en hij neemt ons mee naar zijn “resort”. We krijgen kamer 7, waar we een gigantische ruimte met heerlijke badkamer MET WARM WATER tot ons beschikking hebben.

  

Ro wandelt naar het grote winkelcentrum een stukje verderop, maar ik wil gelijk douchen. Ik ben waarschijnlijk raar, maar zelfs in deze temperaturen heb ik een hekel aan koude douches. In Afrika heb ik er meer dan voldoende gehad, maar het went niet. Om je af te spoelen als het heet  is, is het prima, maar als ik mijn haar wil wassen, dan heeft mijn voorkeur dat de kou er in ieder geval vanaf is. Zelfs na 6 dagen koud douchen, was ik toe aan een warme (en schone!) douche. Een uurtje later komt Ro terug met lekkere dingen, zoals papaya’s, bananen, broodjes, coca cola zero en wortelcakejes. Hij had ook gezocht naar iets voor mijn keel, omdat ik sinds 2 dagen constant blaf als een hond en mezelf (en Ro) wakker houdt, maar kon helaas niks vinden. We lunchen om 12 uur en hebben dan nog 3 uur te overbruggen vóór de eerste tour begint.

 

Om half 3 is eindelijk de werkdag in Nederland begonnen (half 9) en kan ik met mijn zusje mailen. Maar niet zo lang, want dan vertrekken we. We rijden eerst naar een plek waar je in koel zuiver en extreem helder water kan zwemmen. Daar waren we wel aan toe. Voor het eerst hebben we gezwommen in Thailand.

  

Na 40 minuten zwemmen rijden we naar de plek waar we we een grot in gaan. Het is een mooie grot, 2 ruimtes, waarbij de vleermuizen (en dus wij ook) vooral in de achterste grot aanwezig zijn. We zijn met 12 volwassenen en 3 kinderen. Als iedereen behalve wij en een stel uit Nieuw Zeeland naar een inham zijn gelopen en ze volgens mij allemaal in een spleet tussen de rotsen hadden gekeken, lopen wij er ook in. In die spleet, waar iedereen in gekeken had, ligt een grote groene slang. Ik snap niet waar al die mensen mee kijken, want hij was bijna niet te missen. Wij maken foto’s en als we genoeg hebben vertellen we onze gids dat ze daar een slang kunnen vinden. Iedereen gaat kijken en foto’s maken. Dan maken we nog foto’s van de vleermuizen en na een uurtje zijn we weer buiten.

   

We rijden naar een plek een paar honderd meter verderop, waar de vleermuizen rond 18:00 uur massaal de grot zullen verlaten. Het is pas 17:30 uur, dus we moeten geduld hebben. Ondertussen wordt de lucht steeds donkerder en na 15 minuten vallen de eerste druppels. Niet veel later komt het met bakken uit de hemel vallen. Gelukkig is er een afdakje van waaronder Ro de foto’s kan maken, anders wordt zijn camera nat. Om iets over 6 begint de stroom. In een nette rij vliegen miljoenen kleine vleermuizen een opening in de berg uit. De rij is oneindig lang. Helaas kun je door de bewolking de sliert niet al te  ver zien, maar voor de 20 minuten dat we staan te kijken, blijven ze de grot maar uit fladderen. Ondertussen is het weer droog. We rijden weg terwijl we vanuit de auto de zwarte slingerende lijn nog de berg uit zien komen. Ro had ergens gelezen dat het langer dan een uur duurt voordat ze allemaal de grot hebben verlaten. Je moet goed kijken op de foto’s hieronder, maar dan zie je op de 2e en 3e foto honderden kleine zwarte vleermuizen vliegen.

   

We rijden terug naar Bobby’s Appartement en onderweg stopt onze vriendelijke gids voor mij bij de apotheek, zodat ik iets voor mijn keel kan kopen. Met een lading strepsils en lokale snoepjes in ons bezit, komen we tegen 20:00 uur aan. Ondertussen heb ik het gevoel dat ik koorts heb weer terug, dus ik neem bij terugkomst mijn temperatuur op: 38,1. Niet erg, maar ook niet helemaal goed. We gaan naar het restaurant om te eten. Na mijn laatste hap wil ik gelijk naar bed, terwijl Ro nog even dooreet en gaat vragen of we eventueel de rest van de tour een dag uit kunnen stellen, als ik me morgen niet beter voel. Als Ro een tijdje later komt, blijkt het geen probleem om uit te stellen, alleen willen ze dat graag nu weten, anders beginnen ze om 4 uur met het maken van ons ontbijt en lunchpakket. Ik neem mijn temperatuur nog maar eens op en het blijkt 38,2. Als er een stijgende lijn in zit, is het wellicht beter een dag uit te stellen. We kijken nog naar de serie op de laptop en dan vallen we rond 22:30 uur in slaap.

Uitgegeven: 543 Bath (€ 14)

 

Vrijdag 25 januari worden we pas om half 9 wakker. Ik heb goed geslapen en de koorts is gelukkig weg. Helaas hoest ik mijn longen er weer bijna uit, dus dat is nog niet veel beter. Maar nu heb ik strepsils!

Rond het middaguur lopen we naar het winkelcentrum. Alles wat je maar kan bedenken verkopen ze hier. We nemen diverse soorten fruit mee, waaronder Dragon Fruit, eten voor vanavond en snacks voor morgen tijdens de tocht.

 Dan delen we samen een hotdog en een ananasbroodje en lopen weer terug.

  

Terwijl Ro gaat internetten, ga ik zijn broek maken. Daarna zitten we een tijdje in het restaurant en werk ik o.a. deze website weer bij.

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

 

‘s Avonds eten we wat we nog over hebben uit de supermarkt en gaan niet te laat naar bed. Helaas is er een bruiloft bij het huis schuin tegenover dat van ons, waardoor de muziek tot 2 uur ’s nachts heel luid is. We waren uitgenodigd op de bruiloft, maar ik had gehoopt dat een rustig nachtje de koorts zou laten verdwijnen. Helaas was dat niet het geval.

Uitgegeven: 538 Bath (€ 14)

 

Zaterdag 26 januari staan we om 6 uur op. We pakken de laatste spullen in voor onze 2 daagse tour door Khao Yai National Park. Ook pakken we onze grote rugzakken in, voor het geval Mike “onze” kamer kan verhuren. We geven hem de sleutel en tijdens het ontbijt skypen we nog even met Angelique en Mark, die net haar verjaardag hadden gevierd. Om 7 uur zwaait ze ons via de telefoon uit als we op de bankjes achterop de pick-up gaan zitten.

 

We zijn met 4 andere toeristen (een Frans stel en 2 Duitse jongens) en hebben een gids en een chauffeur. Na een goed half uur rijden stoppen we bij de ingang van het park om foto’s te maken, terwijl zij de toegangskaarten halen. Het kost 400 Bath (€ 10) per persoon, en volgens mij mag je zo lang binnen blijven als je wilt voor dat geld. Maar voor ons zit dit bij de tourprijs in.

 

De eerste 10 kilometer rijden we langs een berg op, waardoor je niet kan stoppen en er weinig wildlife kan zijn. Wel zie ik een zwart wit, wat ik denk, aapje in de boom. Als we in de jungle zijn waar het niet steil omhoog en omlaag gaat naast de weg, stoppen we als de gids een eekhoorn ziet. We stappen uit en ik zie hetzelfde “aapje” als net. Deze eekhoorns zijn behoorlijk groot en zwart wit. Heel mooi. We hebben er helaas geen foto van kunnen nemen. We stoppen nog op een uitkijkpunt waar we onze “leech” sokken (bloedzuigersokken) krijgen. Alsof het nog niet warm genoeg is om in lange broek, met sokken en wandelschoenen te lopen, trekken we er nu ook nog felblauwe zakken over onze sokken die we onder onze knieën vastknopen. Nu komt er zeker geen bloedzuiger op onze benen, maar helaas ook geen zuchtje wind.

  

We rijden naar het Visitor Center waar we het museum bezoeken en daarna rijden we een eind door het park, redelijk snel. Op een gegeven moment draait de chauffeur en rijden we terug naar het visitor center. Eenmaal daar aangekomen verteld de gids dat daar vaak olifanten rond dit tijdstip zijn en dat hij daarom even op en neer ging. We zien alleen aapjes en antilopen.

   

Dan rijden we een stukje weg van het Visitor Center en zet de chauffeur ons langs de weg af. De gids neemt ons mee de jungle in. Hij laat op de kaart de route zien, maar geeft aan dat we die niet volgen, omdat dat voor kinderen is. Wij nemen de moeilijke route. Het is een tocht van 5 tot 6 kilometer, waarbij we 4 kilometer over boomstammen klimmen, onder takken doorkruipen, niet over wortels proberen te struikelen, achter prikkels blijven hangen en gesneden worden door palmbladen, dit alles constant klimmend en dalend. En om het extra leuk te maken, is de luchtvochtigheid behoorlijk hoog en lijkt het alsof je dit alles in de sauna mag doen. Maar we gaan in een lekker tempo, stoppen af en toe, leren over diverse planten en insecten en bovenal: we genieten.

   

Na 4 kilometer komen we op een open vlakte met hoog gras. We lopen over de olifantpaden in de brandende zon (de jungle lijkt nu opeens een stuk koeler) naar de uitkijktoren.

  

Daar rusten we 15 minuten en daarna lopen we de laatste kilometer naar de auto. De chauffeur was ondertussen hierheen gereden, dus we hoeven niet terug naar het beginpunt. We rijden naar het visitor center waar we een heerlijke lunch (rijst met kip, sperziebonen, ananas en een sausje) krijgen. We fotografen nog een schildpad en gaan dan weer op pad. De chauffeur brengt ons naar een pad vanwaar we 2 kilometer moeten lopen naar een waterval, waar we kunnen zwemmen. Direct aan het begin van het pad zien we van bovenaf een mooie waterval, de Haew Suwat Waterfall, waar een scene uit de film “The Beach” met Leonardo DiCaprio is opgenomen.

  

 Maar we lopen gelijk door. Na 100 meter stopt de gids en wijst in een boompje. Daar ligt een redelijk grote groene slang, een viper, ik weet niet hoe die in het Nederlands heten, maar ze zijn behoorlijk giftig. De gids verteld dat deze slang altijd in deze of de 2 bomen ernaast ligt (tenzij hij aan het jagen is). Vandaar dat hij hem zag, want als je weet dat ie daar is, dan zie je hem wel, maar als hij niks had gezegd, dan loop je er zo langs.

Het pad naar de waterval is makkelijker dan de hike van deze ochtend, maar het is ondertussen wel nog heter en we moeten nog steeds veel klimmen (en dalen).

 Eenmaal bij de waterval kleden we ons snel om en gaan we onder de waterval zwemmen. We zijn sowieso de enige personen die deze tocht hebben ondernemen, maar omdat onze 4 metgezellen niet willen zwemmen, zijn we echt de enige in het water. Het water is heerlijk koel.

  

 Na 10 minuten kleden we ons weer om en deze activiteit is voldoende om het weer net zo heet als hiervoor te hebben. Als we onze schoenen weer aan hebben zijn we alweer toe aan een verfrissende duik. Maar helaas. We klauteren de berg op en lopen over een smal pad langs de rivier terug naar de eerste waterval. Daar blijven we een minuut of 10, als Ro en ik de trap vast omhoog gaan lopen, omdat Ro nog wat betere foto’s van de slang wil maken. Als de rest boven komt lopen we terug naar de auto. Het is ondertussen 16:15 uur. We rijden een half uurtje naar een kleine zoutvlakte waar soms olifanten zijn en we hebben geluk. Er staan 5 olifanten, waarvan 2 kleintjes, op hun gemak aan het zout te likken.

  

We zijn de enige auto en kijken 2 minuten naar de olifanten als er een personenauto met Thaise familie stopt. De man stapt uit en loopt met zijn camera recht op de olifanten af. Hoe dom kun je zijn? De baas, de grootste mama, rent trompenterend op de man af, want ze moet 2 kleintjes beschermen. De Thai rent naar zijn auto en ze scheuren weg. Beetje overdreven reactie, want wij staan er ook gewoon, maar ze zijn in ieder geval weg. Helaas besluit mama olifant dat het hier niet veilig is en ze verdwijnen de jungle in. We wachten nog een tijdje, maar ze komen niet terug. Als we na 10 minuten verder rijden en toch een behoorlijk stuk hebben afgelegd, zien we allemaal auto’s stil staan. “Onze” groep olifanten loopt hier op de weg, ze zijn onderweg naar de zoutvlakte een paar honderd meter verderop. Het is hier behoorlijk druk met auto’s, dus weer voelen ze zich niet op hun gemak en lopen weer de jungle in. Als alle auto’s weg zijn wachten we nog even in de hoop dat ze toch terugkomen, maar dat lijkt niet te gebeuren.

  

 Dan rijden we nog een uurtje rond tot het schemerig begint te worden, maar zien geen nieuwe dieren. De twee grote campings zijn boordevol Thaise kampeerders: we hebben in ons leven nog niet zoveel tentjes bij elkaar zien staan. Het terrein is groot, maar waar je ook kijkt, het is volgebouwd met tentjes. Dat schijnt elke zaterdagavond het geval te zijn, dus we hebben pech. We hadden beter op een doordeweekse dag kunnen gaan. Maar niks meer aan te doen. De gids neemt ons gelukkig mee naar een grasveld die dienst doet als camping, indien nodig. Er zijn nog niet zoveel mensen als we aankomen. We zouden kampeerspullen krijgen en we gingen er stom genoeg vanuit dat dat wel goed zou zijn. We hoefden dan niet onze eigen kampeerspullen mee te nemen. Wat baalden we dat we niet even geïnformeerd hadden wat we zouden krijgen. De tent was zo kort dat ik met mijn hoofd en voeten tegen het zeil duwde, hoe Ro zich ertussen wurmde is me een raadsel. Het matras mag die naam niet hebben, want het was een matje van een halve centimeter dik. Het maakte geen verschil of je erop of ernaast lag. Tot onze verbazing wordt er een 2e tent opgezet en blijkt de gids bij ons te blijven slapen. We nemen afscheid van de rest van de groep die nu door de chauffeur naar Bobby’s Appartement terug worden gebracht. De gids loopt naar het Visitor Center en haalt voor ons 2 maaltijden. Een simpele rijstmaaltijd, maar zeer gewaardeerd. Ondertussen proberen we foto’s te maken van de antilopen die op de camping rondlopen, maar helaas is het net iets te donker.

  

 Na het eten lopen we met z’n tweetjes naar het Visitor Center, ongeveer 400 meter verderop. Het is nu compleet donker, maar dankzij de volle maan is er redelijk licht. En dankzij onze zaklamp zien we een miniatuur antiloopje, heel erg schattig, we weten niet welke het was. We kopen ananas, lopen wat rond, bekijken een paar Sambar deers (grote antilopen) en lopen weer terug. Het is leuk om in het donker door de jungle te lopen. Terug bij de tent ben ik zo moe dat ik even wil gaan liggen (het is 20:00 uur) met het verzoek of Ro mij over een uur tot anderhalf wakker wil maken, mocht ik slapen. Het is ondertussen toch aardig druk op de “camping” en hoewel we onze tent in eerste instantie ver van de rest hadden gezet, helemaal achteraan, waren we nu ingebouwd. Het was aardig lawaaierig, maar toch viel ik in slaap. Een tijd later komt Ro binnen en zegt dat hij een Civet kat heeft gezien, maar ik ben te moe om op te staan. De volgende dag bleek deze vlak voor Ro te zijn overgestoken, toen hij een zijpad uitprobeerde. Ro komt ook in de tent liggen en we slapen toch wel iets. Maar om 1:00 uur worden we wakker. De meeste mensen slapen nu, maar bij de tent naast ons zitten jongeren zeer luid te schreeuwen en praten. Het is onmogelijk om nog in slaap te komen. Bovendien houden ze alle wilde dieren weg met hun geschreeuw! Na een uur heb ik er genoeg van en besluit dat als ik toch wakker ben, ik net zo goed buiten kan gaan wandelen. Ro wil niet mee, dus gewapend met mijn zaklamp loop ik het donker in. Ik zie hier en daar oogjes, maar het zijn steeds antilopen of vogels. Niks spannends. Als ik een Barking Deer in het vizier heb, die niet heel bang van mij is, besluit ik met haar mee te lopen. We lopen langs de junglegrens, steken de weg over en ze loopt met een omweg richting de jungle. Ik blijf wat dichter bij de weg, want daar is de jungle wel heel donker. Als ik langs het bewakers/politiekantoor loop, hoor ik uit de jungle een geluid komen, wat me sterk doet denken aan een leeuw. Het is zoals het zachte rommelende geluid dat leeuwen maken, dat diep uit de buik komt en op een lage toonhoogte. Ik sta stil en na een minuutje hoor ik het weer. Het is zowel beangstigend als mooi. Ik zorg wel dat het huisje slechts een paar meter achter mij ligt, terwijl de jungle zo’n 25 meter voor mij begint. Ik weet zeker dat ik de eigenaar van dit geluid (tijger, beer, buffel?) eruit kan rennen en ben niet bang. Bovendien is het volle maan, dus dan jagen de meeste dieren niet. En omdat de Barking Deer zonder moeite zojuist hier de jungle in liep, is het of geen vleeseter of ze weet dat er nu toch niet gejaagd wordt. Na 15 minuten luisteren en het geluid ongeveer elke minuut gehoord te hebben, wil ik Ro halen. Maar hij blijkt overdwars in de tent te liggen slapen. Ik wil hem niet wakker maken en loop maar weer terug. Na nog eens 10 minuten geluisterd te hebben beginnen de batterijen van mijn zaklamp minder te worden en loop ik terug. Ik kan de tent niet in zonder Ro wakker te maken, dus vraag ik hem of hij naar het geluid wil komen luisteren. Nu is hij te moe. Terwijl Ro weer overdwars verder slaapt, zit ik nog anderhalf uur rechtop in de tent om me heen te kijken. De jongeren schreeuwen nog volop en het schijnen van de zaklamp in hun gezicht werkt niet 100%. Soms doen ze even zachter, maar al gauw gaat het weer luid. Om half 5 is het eindelijk stil en ga ik proberen te slapen. Ik zoek een hoekje in het krappe tentje en val toch nog in slaap.

Uitgegeven: 30 Bath (€ 0,75)

 

Op zondag 27 januari willen we eigenlijk om 7 uur een wandeling gaan maken, maar helaas worden we pas tegen 8 uur wakker. We ruimen de tent op, wandelen een half uurtje rond en dan is onze chauffeur er al.

  

Vandaag zitten we niet op bankjes achterop de pick-up, maar hebben we een mooie auto tot onze beschikking. Vandaag hebben we een privétour, met alleen onze gids en chauffeur. Heerlijk!

 

We rijden eerst naar het Visitor Center waar we een bananenpannenkoek krijgen. Daarna geven we aan dat we vandaag alles op alles willen zetten om Gibbons te vinden. We hebben ze gisteren wel gehoord, maar niet gezien. We rijden weg en na 5 minuten rijden roepen de gids en ik tegelijk “stop”. We horen de Gibbons in de boom waar we bijna onder rijden. We stappen snel uit en zien inderdaad al snel een Gibbon familie van zowel zwarte als witte Gibbons. De auto moet doorrijden, omdat hij al het verkeer ophoudt en als hij wegrijdt realiseren we ons dat we in onze haast alleen de standaard lens bij hebben, niet de telelens. We maken toch alvast wat foto’s, vooral van de mama met haar baby op haar buik, maar ze zitten vrij hoog in de boom. Er zijn 5 Gibbons, waaronder 2 baby’s.

   

 We waren weer de eerste toeschouwers dus we hadden de Gibbons een paar minuten voor onszelf. Maar uiteraard stoppen alle auto’s met toeristen ook, om te vragen wat wij zien. Al gauw lopen er zo’n 20 mensen onder de boom. Gelukkig interesseert het de Gibbons helemaal niks. Dan komt de auto terugrijden om te kijken of we al klaar zijn. Dat is niet zo, maar we pakken snel de telelens en de gids zijn walkietalkie. We staan ruim een half uur onder de boom en als zelfs Ro begint te zeggen dat we verder moeten, geef ik met tegenzin toe dat hij de auto kan laten komen. Ze zijn gewoon zo leuk om naar te kijken! Vooral de jongeren springen door de bomen, hangen ondersteboven en rollen over de takken.

    

 Dan brengt de chauffeur ons naar een punt vanwaar we de tocht naar de enige krokodil in het park kunnen maken. Als we het pad oplopen, komt er een Thaise familie uit lopen die ons vol trots de foto van de krokodil laten zien. Ze lopen op flipflops en zien er niet moe of warm uit, dus we denken nog heel even dat dit makkelijk gaat worden. Helaas en gelukkig vindt de gids het pad geschikt voor kinderen, maar niet voor ons. Dus gaan we al snel van het pad af en lopen we door de jungle naar een riviertje. Daar lopen we langs, springend van rots naar rots.

 

 Als we een half uur gelopen hebben en ik bovenop een grote rots klim, zie ik in mijn ooghoek een groot reptiel. Ik zeg tegen de gids: “ah, there he is” maar aan zijn verbaasde gezicht te zien, kijk ik snel terug naar het reptiel en het blijkt een watermonitor te zijn. Hij lijkt verdacht veel op zijn Afrikaanse broer.

  

Ongelooflijk dat dieren zo ver uit elkaar zo weinig van elkaar geëvolueerd zijn. Ro kan er nog wat foto’s van maken als het achter de rots wegduikt. We rennen onze rots af en klauteren snel zijn rots op, als we hem op zijn gemak door de rivier naar de overkant zien zwemmen.

Volgens de gids hadden we veel geluk, want je ziet ze zelden. Even later staan we bovenaan een waterval. We klimmen naar beneden en bekijken de waterval vanaf de voorkant. Daarna moeten we een heel eind over de rotsen naar beneden klauteren, waarbij we soms gevaarlijk ver moeten springen. Maar naar beneden is altijd makkelijker dan omhoog. Helaas is dit gedeelte wel volledig in de brandende zon. En dit alles luisterend naar het geschreeuw van de Gibbons. Eenmaal beneden bewonderen we het laatste stuk van de waterval en terwijl we even bij moeten komen rennen er opeens 2 kleine Engelse meisjes voorbij. Uh, wat? Gelukkig blijkt er ook hier een gewoon wandelpad heen te gaan. De ouders kijken wel een beetje verbaast waarom wij er zo uitgeput uitzien.

   

 Maar goed. Terwijl zij weer via het pad verder wandelen, gaan wij de andere kant op en klauteren we via de stenen naar beneden. Als we boven een meertje op een rots stappen zie ik een gigantisch reptiel het water in glijden. Hij schrok waarschijnlijk van ons en gebruikte de steile rots als glijbaan waarbij hij zijn pootjes omhoog hield. Ik zag hem pas toen zijn hoofd al onder water ging en aangezien de rots steil was had ik letterlijk maar anderhalve seconde om hem het water in te zien glijden. Volgens de gids kan het geen krokodil zijn (en ik denk ook niet dat het dat was), maar dan was het een gigantische watermonitor van zeker 2 meter. De gids en Ro hadden hem helaas gemist. We klauteren weer verder en onderaan gaan we de jungle weer in. Heerlijk in de schaduw!

We lopen een paar minuten langs een rivier als de gids en ik elkaar aankijken omdat we iets hoorden aan de overkant van de rivier. Ik doe na wat ik hoorde en hij dacht dat ook te hebben gehoord. Hij denkt dat het wilde zwijnen zijn. We kijken naar de overkant en zien in de jungle wat bewegen. Opeens is het een lawaai van jewelste en zijn de wilde zwijnen aan het vechten ofzo. Door de verrekijker kan ik alleen een bruin babyzwijntje goed zien, die zich afzijdig stil houdt. De andere rennen te snel door de jungle heen en weer om ze goed te kunnen zien. Maar de baby en het geluid zijn ook al geweldig. Zeker omdat dit ook dieren zijn die je amper ooit ziet. Ik kan nu wel met zekerheid uitsluiten dat ik vannacht geen wilde zwijnen had gehoord. We lopen weer verder, zien vele termieten, spinnen en andere insecten en komen uiteindelijk bij de krokodil uit.

  

 Hij of zij woont hier helemaal alleen in het park. De krokodil ligt rustig op een grote omgevallen boomstam over de rivier en lijkt daar voorlopig niet weg te gaan. We hebben geluk dat we op deze manier goede foto’s kunnen maken.

  

Als we door de bijna droge rivier teruglopen naar de parkeerplaats blijken honderden vlinders zich hier te verzamelen. Terwijl Ro die probeert te fotograferen, zoek ik naar de Gibbons die we al de hele tijd horen.

 

 Opeens zie ik er één door de bomen springen. Maar zodra deze uit mijn zicht is verdwenen, kan ik ze alleen nog horen. We lopen het laatste stukje terug naar de auto en daar krijgen we direct onze lunch. We gaan aan een picknicktafel zitten en eten onze lekkere rijst met sperziebonen, wortels, kip of varken (?) en gebakken ei.

 

 Dan rijden we een klein stukje verder waar de gids ons bij een pad afzet naar een waterval. Hij verzekerd ons dat het makkelijk is en later denken we dat hij bedoeld hoe we de waterval zonder zijn hulp moeten vinden. Dat is inderdaad geen probleem. Maar makkelijk in de zin van “dat doen we wel effe” is helaas niet het geval. We volgen een pad en al gauw moeten we een 30 tal treden omlaag. Het idee dat we die straks weer omhoog moeten proberen we van ons af te zetten. We lopen over een brug over een redelijk droge rivier en gaan aan de andere kant op een bankje zitten.

  

Opeens valt het op dat er allemaal verhitte mensen onze kant op lopen. Een vrouw lijkt in het Thais te vragen of we nog naar de waterval gaan en als ik “ja” knik, lijkt ze ons succes te wensen. We lopen maar gauw door. Het is raar dat we de waterval helemaal niet horen. Als Ro ongeveer 1 pas voor mij loopt krijg ik opeens een hartaanval als er vanuit de jungle iets achter Ro langs rent en vervolgens over mijn voeten heen rent. Het blijkt een hagedis te zijn, niet echt in de top 10 van enge dieren, maar wat het beestje zo ongecontroleerd het pad over liet rennen, weet ik niet. Als we 100 meter voorbij het bord zijn waarop staat dat het nog 200 meter is, begint het ons te dagen. We staan bovenaan de hoge waterval en we moeten dus helemaal naar beneden om iets te zien. We moeten eerst nog wat treden op en neer en op en neer en dan zien we DE trap. Het blijken 198 treden redelijk steil naar beneden te zijn.

 

 Naar beneden gaat soepel en makkelijk. Beneden maken we foto’s van de waterval.

 

 Als we er aan toe zijn beginnen we aan de klim naar boven. En om de één of andere reden gaat het best soepel. We lopen in een gestaag tempo, stoppen elke 40 treden heel even en binnen no-time zijn we boven. Met een rood hoofd uiteraard, want het blijft heet midden in de zon, maar toch.  We lopen terug en op de brug vraag ik Ro of hij niet vergeten is dat we zo nog een 30-tal treden omhoog moesten. Ja, dat was hij vergeten, dus het kwam nu niet als een complete verrassing. Boven staan de gids en chauffeur lachend op ons te wachten. Maar ze hadden wel mogen zeggen dat een lange broek niet noodzakelijk was, want dit had ook wel op slippers en korte broek gekund. We rijden verder, deze keer de bergen in. We stoppen bij een groep makaken om foto’s te maken en om naar deze grappige aapjes te kijken.

 

     

De weg is slecht en het duurt lang voor we boven zijn. Bijna bovenaan stoppen we en lopen we een houten pad op, dat gemaakt is dwars door de jungle. Erg mooi gemaakt maar er zitten misschien we 100 treden enkele reis op. Onze kuiten beginnen een hekel aan ons te krijgen. Maar zelfs onze kuiten kunnen het uitzicht aan het einde over de jungle en bergen wel waarderen.

   

Eenmaal terug bij de auto rijden we tot bovenaan de berg door. Daar stoppen we bij een uitkijkpunt. Opeens zie ik in de verte iets zwart wits springen. De gids haalt een verrekijker en dan vinden we het pluizige bolletje terug. Het is een gigantische eekhoorn. Zo’n leuk ding. Ro haalt de zoomlens en kan er zelfs een paar foto’s van maken. Er komt later een tweede exemplaar, maar ze zijn maar af en toe aan de buitenkant van de boom zichtbaar.

  

En dan is het tijd om het park te gaan verlaten. We moeten helemaal terug de berg af en dwars door het park naar de uitgang. Na bijna drie kwartier rijden maken we een abrupte stop. De Giant Hornbill zit op een tak. Deze vogel zoeken we al 2 dagen. Deze hornbill heeft een spanwijdte van 152 centimeter, kan 130 centimeter lang worden en kan tot 4 kilo wegen. Een grote vogel dus. De gids weet dat er in deze boom een nest aanwezig is waar zijn vrouwtje en baby in wonen. Het mannetje komt meerdere keren per dag eten brengen. We zijn de afgelopen dagen diverse malen langs deze boom gereden en hij was nooit thuis. Het is toeval als je hem in die paar minuten ziet, als je niet onder de boom gaat kamperen. Alweer geluk.

   

Als we wegrijden zeg ik tegen Ro dat ik bijna begin te denken dat we  vandaag geen olifanten zullen zien. Dat zou de eerste keer in mijn leven zijn dat we tijdens een bezoek aan een park waar olifanten zijn, een dag geen olifanten hebben gezien. Ik ben een soort magneet voor olifanten. Ongeveer drie minuten nadat ik dit gezegd heb, staat er een kleine kudde olifanten naast de weg. Gelukkig maar, in Afrika was ik niet altijd blij met om zo’n magneet te zijn, maar nu kan ik ervan profiteren, haha. Een paar snelle auto’s jagen de olifanten terug de jungle in en dat geeft ons even tijd om achter op de laadbak van de auto te klimmen. Van hieruit hebben we een veel beter zicht op de olifanten, zodra ze de jungle weer uit komen. We weten dat ze wel moeten want minstens één baby staat aan de andere kant van de weg. Al snel komt de baby springend en draaiend de weg op. Hij geeft een kleine voorstelling. Dan komt mama en de rest van de familie de weg op en steken ze samen over.

  

Wat een mooie afsluiting van 2 indrukwekkende dagen. We rijden nog een half uurtje voor we het park uit zijn en daarna nog een half uur terug naar Bobby’s Appartments. Ro gaat gelijk douchen en ik check even de mail. Dan vraagt Mike, de eigenaar, of we bij hun willen eten, want zijn vriendin (de kok) is ziek. Ik geef aan dat we wel naar het winkelcentrum gaan om te eten en hij is blij. Een Duits stel vraagt of ze met ons mee mogen lopen, want ze weten de weg niet. Dat is prima en ik besluit later wel te douchen. Met z’n vieren lopen we langs de snelweg naar het winkelcentrum. We lopen de supermarkt in en ik maak bij de saladebar een geweldige salade voor mezelf, terwijl Ro gebakken varkensvlees en soep koopt. We nemen gelijk ontbijt voor de volgende dag mee. We lopen weer met z’n vieren terug en na het eten neem ik een welverdiende douche, al zeg ik het zelf. Niet veel later vallen we rond 21:30 uur compleet uitgeput in slaap.

Uitgegeven: 828 Bath (€ 22)

 

Maandag 28 januari ben ik al geruime tijd wakker als Ro rond 11 uur ook wakker wordt. Ik werkte stilletjes op de laptop, zodat ik hem niet wakker maakte. Dan ontbijten we in de kamer en gaat Ro aan Mike vragen of hij een plek in de slaaptrein vannacht voor ons kan reserveren. Het systeem ligt helaas plat en er kan niet gekeken worden of er plek is. We besluiten toch per trein terug te gaan naar Ayutthaya. Mocht er geen plek zijn, dan blijven we daar en nemen we de trein een nacht later. Dan komt het “gevreesde moment” waarop we al ons geld in mogen leveren: het betalen van de tour, 2 nachten hier, ontbijt en diner. We mogen 6.680 Bath (€ 167) achterlaten. Om 12:30 uur nemen we afscheid van Mike en worden we naar het station gebracht. We kopen 2 kaartjes (346 Bath, € 9 samen) voor de trein van 13:09, maar krijgen gelijk te horen dat de trein een uur vertraging heeft. Als de trein er eindelijk is rijden we in 2 uur terug naar Ayutthaya. In de trein verkoopt een oud vrouwtje gele dozen met zonnebloemen en iets eetbaars daarin. Ze spreekt geen Engels maar als we willen weten wat het is, doet ze een doos open. Erin liggen 12 kleine pakketjes in 3 gekleurde papiertjes. Het wordt niet duidelijk wat het is, dus kopen we het maar voor 50 Bath (€ 1,25). Het blijken 3 soorten bladerdeeg gebakjes te zijn: 1 met curry, 1 met vruchten, 1 met soort spijs. Best lekker.

Als we in Ayutthaya aankomen vragen we gelijk of er plek is in de nachttrein. We willen 2 benedenbedden, omdat die breder zijn en omdat je dan niet in de airco ligt. Helaas zijn er geen 2 beneden bedden meer bij elkaar in de buurt. We besluiten een benedenbed voor 816 Bath (€ 20,40) en een bovenbed voor 746 Bath (€ 19,15) te nemen. De trein vertrekt om 19:45 uur, dus we hebben nog bijna 4 uur tijd te doden. We lopen naar een restaurant aan de overkant en drinken en eten daar tot het eindelijk 19:15 uur is. We lopen terug naar het station en uiteraard is de trein naar Chang Mai te laat. Het is al bijna 21:00 uur als de trein eindelijk het perron oprijdt. Iedereen is door het personeel precies op de juiste plek op het perron gezet, zodat de deur die voor je opent, ook de plek is waar jouw bed is. We stappen in en er worden 2 bedden voor ons opgemaakt. We leggen de tassen op het bovenste bed en besluiten eerst maar samen beneden te blijven. Het blijkt zo breed en aangenaam bed te zijn, dat we besluiten samen beneden te slapen.

 

 Maar eerst kijken we 2,5 aflevering van de serie op de laptop, tot deze uitvalt omdat de accu op is. Dan gaan we maar slapen.

Uitgegeven: 9.021 Bath (€ 236)

 

Dinsdag 29 januari worden we na een verbazingwekkend goede nacht wakker. We zijn vaak wakker geweest en hebben niet heel diep geslapen, maar het was stukken comfortabeler dan we hadden verwacht. En terwijl we half onderuit gezakt in bed liggen, zoeft het landschap aan ons voorbij.

 

We besluiten dat ze in elke trein en elk vliegtuig bedden zoals deze moeten maken. Dit maakt het reizen een stuk aangenamer. Rond 9 uur, 12 uur na ons vertrek, komen we aan in Chang Mai. We stappen uit en lopen naar de uitgang. Meteen worden we belaagd door tientallen taxi- en tuktukchauffeurs. We zoeken de man met de beste prijs en worden naar zijn pick-up gebracht. We moeten wachten tot hij meer personen heeft gevonden. Eerst brengt hij een gezin naar de bushalte en daarna een Duitse jongen naar het hotel waar hij commissie van krijgt. Daarna gaan we naar onze backpacker: Giant House 2. Ze hebben gelukkig nog een kamer vrij en we gaan meteen wat research doen over wat we hier willen gaan ondernemen. Via het internet komen we erachter dat er eigenlijk weinig goede olifantengelegenheden zijn in Thailand. Eigenlijk is elke olifant waar in Thailand op gereden wordt mishandeld. Ze worden als ze ongeveer 2 tot 3 jaar oud zijn in een kist niet groter dan zijzelf gestopt, waar ze 7 tot 10 dagen in blijven, zonder water of eten. Ze worden elke dag geslagen. Totdat ze figuurlijk gebroken zijn en het gevecht opgeven. Ze worden daarna meegenomen en mochten ze nog tegensputteren dan begint het proces opnieuw. Daarna accepteren ze dat de mens de baas is en uiteindelijk kunnen toeristen erop rijden. De training zelf is vaak net zo gemeen. ELKE olifant waar in Thailand op gereden wordt heeft dit lot ondergaan. Helaas is het big business en willen vrijwel alle toeristen op een olifant rijden. Hiermee worden deze wanpraktijken in stand gehouden. Het ergste is nog dat bij ALLE jungle tours die we kunnen vinden, waarbij alles zit wat we willen doen (jungle hike, bamboeraften, Karen village en ossenwagen), ALTIJD een olifanten tocht inbegrepen is. De één na de andere organisatie en tour vallen af. De enige goede olifanten opvang is het Elephant Nature Park. Zij vangen mishandelde en zieke olifanten op. Toeristen mogen komen kijken of helpen, maar niemand mag op de olifanten rijden. Na voldoende research is duidelijk dat allerlei grote dierenorganisaties achter deze organisatie staan en we besluiten daar wel een week vrijwilligerswerk te willen doen. Het is duur, maar wel geweldig en voor een goed doel. Dan lopen we de stad in. Ro had op de kaart al een Duits restaurant gevonden waar ze de hele dag ontbijt serveren, dus daar gaan we heen. Het blijkt erg lekker te zijn.

  

Na het late ontbijt lopen we naar het kantoor van het Elephant Nature Park. Ze blijken tot begin maart helemaal volgeboekt te zijn, dus we kunnen hier geen vrijwilligerswerk gaan doen. We vinden het jammer, maar zijn ook blij voor hun dat het vol zit. Dat helpt ze vast bij het verzorgen van 35 olifanten en 250 straathonden. Daarna besluit ik eindelijk een Thaise massage te nemen. We gaan morgen toch niks bijzonders doen, voor het geval ik dan niet meer kan bewegen. Ik word meegenomen naar een kamertje waar er aan me wordt getrokken, geduwd, geslagen en gekneed.  Ik word in bochten gevouwen waarvan ik niet wist dat het mogelijk is en spieren worden uitgerekt waarvan ik niet wist dat ik ze had. Maar het doet niet echt pijn. Het valt me 100% mee. En het kost maar 180 Bath (€ 4,50) voor een uur! Ik ga terug naar onze kamer, waar Ro al met de was bezig is een ik verder schrijf aan dit verslag. Als het tijd is voor het avondeten lopen we de straat uit. We vinden een pizzeria waar we pizza eten. Ook lekker.

Uitgegeven: 1.285 Bath (€ 33)

 

Woensdag 30 januari is mijn zusje jarig. En terwijl zij nog slaapt, stuur ik alvast de felicitaties die kant op. We zijn laat wakker, pas rond 10 uur en dit is voor mij de eerste keer dat ik uitslaap. Dit was wellicht de beste nacht in Thailand tot nu toe. Geen lawaai, niet te warm en een goed bed. Ro begint zich nu ook ziek te voelen, maar heeft geen koorts, is wel verkouden. Ik werk de emails bij en rond 12 uur lopen we de stad in. We vinden een erg leuk restaurantje waar ik op een schommelbank kan eten.

    

Daarna lopen we de stad wat verder in. We bekijken schaalmodellen van gebouwen van de Universiteit van Architectuur.

 

Dan lopen we tegen een aantal tempels aan, die we al slenterend bezoeken. We hoeven geen entree te betalen en we kwamen er toch langs. Zulke erge cultuurbarbaren zijn we nou ook weer niet dat we ze dan niet bezoeken. De twee wassen beelden (tenminste, dat hopen we van harte) van 2 reeds overleden monniken, zijn wel een beetje eng.

     

Ro voelt zich ondertussen ook niet zo lekker meer en we gaan terug naar de kamer, waar hij rustig aan kan doen. Ik type weer verder aan dit verslag en om 17:00 uur laat ik me nogmaals masseren, maar nu vooral mijn rug en schouders. Uiteraard komt de rest ook even aan de beurt. Ik word weer in allerlei bochten gewrongen en ik hoor alles knoepen, knappen en piepen. Beetje eng, maar ik ga er maar vanuit dat ze weet wat ze doet. Als ze tegen het einde een hoofdmassage geeft, gaat het steeds zachter tot ze uiteindelijk in slaap valt. Ik vind het een beetje zielig, want ik weet hoeveel uur ze op een dag maken. Na een paar minuten is ze weer wakker en we raken aan de praat. Het blijkt dat ze hier altijd één week moeten werken en dan 1 dag vrij zijn. Dat is beter geregeld dan we tot nu toe hebben gehoord. Na de massage ga ik terug naar Ro, die net met zijn vader en moeder heeft gesproken via Skype. We willen ergens gaan dineren, maar het begint opeens zo hard te regenen dat we maar even wachten. Het komt met bakken uit de lucht vallen. Als het bijna droog is willen we weglopen, blijkt de straat blank te staan. We moeten tot over onze enkels door het water lopen om weg te komen.

 

Na een tijdje zijn we ineens in de buurt van de ontbijtplek van gisteren en we besluiten daar te eten. Het is weer heerlijk en we nemen een rozijnenmuffin mee naar de kamer, die nog lekkerder blijkt te zijn dan ie eruit ziet.

Uitgegeven: 1.314 Bath (€ 34)

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Donderdag 31 januari weten we welke tour we gaan doen: de driedaagse hikingtour door het Mae Tang gebied. Voor meer info: http://www.travelhubchiangmai.com/trekking_tours/chiangmai_trekking_3tang.html. We besluiten naar hun kantoor te lopen om te vragen of het mogelijk is deze tour zonder het olifantrijden te kunnen doen. Onderweg eet Ro nog even in een lokaal tentje, terwijl ik nog geen honger heb.

Als we langs een “Docter Fish” lopen kan ik de verleiding niet weerstaan en laten we onze voeten en onderbenen door een groot aantal deskundige vissen helemaal schoon eten. Je had de hongerige beestjes aan moeten zien vallen, vooral bij Ro blijkt er behoorlijk wat te halen te zijn. In het begin kietelt het, maar al snel went het en wordt zorgvuldig ieder dood huidcelletje verwijderd. Wat een luxe voor slechts 99 Bath (€ 2,50) per persoon.

   

Na een half uurtje nemen we afscheid van onze nieuwe vriendjes en lopen we zelfs soepeler dan voorheen. Onze voeten zijn extreem schoon en vooral afschrikwekkend wit! Dit moeten we vaker doen. Dan lopen we naar het tourbureautje, waar we de tour boeken, zonder olifanten (-100 Bath, € 2,50 pp), plus een bezoek aan de “longnecks” (+ 300 Bath, € 7,50 pp), totaal € 1.800 Bath (€ 45) per persoon. De “longnecks” behoren tot de Padaung stam, oorspronkelijk uit Myanmar. Als een klein meisje heb ik een documentaire over deze mensen gezien en altijd heb ik ze in het echt willen zien. De meisjes beginnen op jonge leeftijd met ringen om hun nek. Elke 2 jaar worden de ringen verwijderd (ze moeten hun hoofd zonder nekringen heel stil houden, want hun nek is niet gewend het hoofd zonder ringen te tillen) en worden er meer ringen teruggeplaatst. Op deze manier lijkt de nek elke keer iets langer te worden, terwijl eigenlijk de ribben en sleutelbeen naar beneden worden geduwd. Het moet een zeer pijnlijk gebeuren zijn. Er zijn vele theorieën over waarom dit ooit was ingevoerd, sommigen zeggen om ze mooier te maken, anderen juist om ze minder aantrekkelijk voor rivaliserende stammen te maken, of om ze op een draak te laten lijken, of als bescherming tegen tijgers. Tegenwoordig zeggen de vrouwen dat het bij hun identiteit hoort en ook omdat ze het mooi vinden. Dat laatste krijgen we later ook persoonlijk van een “longneck”- vrouw te horen. Als de tour geboekt en betaald is lopen we terug richting ons hostel. Onderweg begin ik ook honger te krijgen en eet  ik een laat ontbijt en Ro een vroege lunch in een barretje. De rest van de middag doen we rustig aan. Bij de receptie reserveren en betalen we wel vast de minibus naar Pai voor komende maandag voor 180 Bath (€ 4,50) p.p. voor een rit van 4 uur. Aan het eind van de middag lopen we nog een rondje op de markt, lopen we langs wat tempels en eten we onze waarschijnlijk laatste “goede” eten, voor we morgen op hongerdieet worden gezet. We kopen nog wel wat etenswaren, zoals nootjes en crackers, voor het geval dat.

Uitgegeven: 5.566 Bath (€ 145)

 

Vrijdag 1 februari worden we tegen 9 uur opgehaald. Er zit één ander stel in de auto, beetje zwijgzaam, waarschijnlijk Spaans, voor zover we hun gemompel kunnen horen. We rijden 3 kwartier tot we bij het toeristendorp van de “longnecks” aankomen. Eerst lopen we langs souvenierkraampjes van andere subgroepen van dezelfde Karen stam waar de longnecks ook een subgroep van zijn. Overal worden oude traditionele gebruiken getoond, zoals weefgetouwen. De mensen zijn vriendelijk en niemand vindt het erg als je een foto wit maken. Ze geven het zelfs zelf aan. Toch voelt het altijd een beetje als een menselijke dierentuin. Maar deze mensen hebben zelf de keus en het lijkt mij een veel makkelijkere baan dan een Thaise masseuse, die 14 uur per dag vieze voeten van backpackers masseren. Deze mensen zitten in hun kraampje en krijgen eigenlijk 3x betaald. Wij betalen toegang om hier te lopen, ze zitten in hun souvenirshop waar ze ons dingen verkopen en in hun souvenirshop staat het weefgetouw waar ze ondertussen de sjaals en dergelijke weven. We zijn gelukkig vóór de letterlijke buslading toeristen die later komen, maar wij vinden het toch vervelend om foto’s te maken. De bustoerist blijkt later erg enthousiast op de mensen af te stappen om zonder te vragen foto’s te maken van heel dichtbij. Kan me voorstellen dat dat erg irritant is. Maar omdat ik bij een meisje een sjaal koop (200 Bath, € 5) en zij me laat zien hoe ze dat maakt en ik bij een oudere vrouw een armband koop (100 Bath, € 2,50), voel ik me minder schuldig over het maken van foto’s. Toch voelt het hier een stuk beter dan de paar stammen die we in Afrika hadden bezocht. De mensen spreken hier ten eerste beter Engels, dus je kan echt met ze praten, maar ze begrijpen ook waarom wij gefascineerd zijn door hun. Ze snappen het concept van foto’s en zijn ook wat hartelijker en vriendelijker. Er is minder afstand tussen deze vrouwen en mij dan tussen mij en bijvoorbeeld de Himba vrouwen. Als we terug lopen en Ro een Pad Thai gaat eten, ga ik de wonderen van het weefgetouw bestuderen. Het is ontzettend veel werk om op deze traditionele manier de sjaals te maken, maar wel heel mooi. Ik ben dan ook heel blij  met mijn sjaal.

   

   

  

Daarna rijden we nog zo’n 10 minuten als de auto stopt en we worden verzocht over te stappen in een andere auto. Daar zitten al 8 personen in, dus het wordt even proppen om daar met z’n 12e in te komen. Het zijn 6 Engelse tieners, waar we liever niet 3 dagen de jungle mee in gaan. En een Amerikaanse moeder met een klein jongetje die wanhopig denkt bij de 6 tieners te passen, die haar vervolgens negeren. Grappig, maar 3 dagen?? Gelukkig doen zij de 2daagse tour. Na nog eens 15 minuten komen we aan op de markt, waar we 15 minuten rondlopen. Als we allemaal in de auto zitten worden Ro en ik eruit gehaald, want wij mogen weer in een andere auto. We zijn wel opgelucht.

   

We moeten 15 minuten wachten voordat deze groep terug is van de markt, maar tijdens de laatste 15 minuten in de auto maken we kennis met onze leuke groep: 2 Congolese dames waarvan ik de namen met de beste wil van de wereld niet kon onthouden, 3 Canadese (Valerie, Aaron en een van oorsprong Syriër/Saudi waarvan de naam ook onmogelijk was te verstaan/onthouden, maar die liefkozend Habibi wordt genoemd) en een jong Russisch stel (Nick en Mila). Na 20 minuten stoppen we in het olifantencentrum. We krijgen lunch en 15 minuten later komen de zielige olifanten terug van hun rit. De groep waarbij wij eerder in de auto zaten mogen nu, dus we moeten een uur wachten tot zij terug zijn. Als zij eindelijk terug zijn, mogen onze 7 medereizigers eindelijk en mogen Ro en ik nog een uur wachten. Bij het vertrek en hun terugkomst juggelen we met alle camera’s om van iedereen foto’s te maken met hun eigen camera op de olifant. Het is niet zo makkelijk als het lijkt, zeker omdat een baby olifant steeds onverwachts opduikt om de camera’s uit je hand te pakken met zijn slurfje.

  

Als ze eindelijk hier klaar zijn rijden we nog een klein stukje verder. Daar worden we de auto uitgezet en mogen we bepakt en bezakt met spullen voor 3 dagen de berg op wandelen. Het is 14:15 uur als we vertrekken, het heetst van de dag, en heet is het! Ze vertelden ons dat het een tocht van 5 kilometer was en dat we uiteindelijk 500 meter hoger zouden zijn dan nu. Het voelde als 5000 meter hoger! Het bleek een ware uitdaging, waarvan Valerie, Habibi en ik meerdere keren overtuigd waren dit niet te gaan halen. De dames uit de Congo hadden uiteraard nergens last van, het jonge Russische stel dartelde ook vrolijk omhoog, Ro en Aaron deden het ook redelijk goed, maar het was zwaar. Als we over de hele 5 km100 meter op een recht stuk hebben gelopen was het veel. Het was alleen omhoog omhoog omhoog en soms een stuk omlaag, zodat je weer omhoog omhoog omhoog kon. Er kwam geen einde aan. We liepen veel over de “weg” en niet dwars door de jungle, wat sommige mensen irriteerde, maar om eerlijk te zijn, het enige dat ik zag was de grond voor mijn voeten. Het was fijn dat er 2 mensen langzamer waren dan ik en dat zij harder klaagden dan ik en meer rustpauzes nodig hadden dan ik, want dan kon ik zonder schuldgevoel mee rusten in hun pauzes.

  

Om 16:30 uur zijn we boven. Het waren maar 2 uur, maar het voelde als 5. En effectief hebben we misschien een uur en drie kwartier gelopen. Bovenop de berg was een grote hut met 2 kamers: een eetkamer en een slaapruimte. Als we de “matrassen” zien zijn we blij dat we onze eigen matrassen mee naar boven hebben gesjouwd. De vloer is gemaakt van stokken met daarover bamboestokken, wat eigenlijk betekend dat als iemand zich omdraait, jij omhoog gegooid wordt. En aangezien de meeste mensen niet lekker lagen en de hele nacht zuchtend en steunend een goede houding zochten, werden we behoorlijk vaak omhoog gegooid. Maar zover was het nog niet. Eerst kwam nog de zonsondergang, gevolgd door een diner in de eetzaal, gevolgd door een zangvoorstelling van de lokale kinderen en afgesloten met een lang gesprek over de problemen in het Midden Oosten. Het is al na 23:00 uur als we gaan slapen. Wij liggen prima op onze matrassen, maar slapen ook niet zo goed.

    

   

Uitgegeven: 530 Bath (€ 14)

 

Zaterdag 2 februari worden we vroeg wakker van de hanen die onder onze vloer wonen. Om een uur of half 9 is iedereen wel uit bed. Er worden 2 ontbijtjes neergezet en de gids blijft maar zeggen dat we moeten ontbijten. Als Ro, die al uren op is, besluit dan maar als eerste te beginnen, blijken de 2 ontbijtjes voor de Congolese dames te zijn, omdat zij ons gaan verlaten en met een andere groep verder gaan. Ze vinden het gelukkig prima als Ro verder eet. Waarom de gids steeds zei dat we moeten gaan eten is ons een raadsel. Ongeveer een uur later staan alle tassen ingepakt klaar en krijgen wij eindelijk ons ontbijt. Daarna willen we allemaal gaan wandelen maar we moeten wachten tot 11:30 uur. We balen allemaal en hebben nog niet helemaal door hoe het werkt. Later weten we bijna zeker dat ons programma exact hetzelfde is als het 2 daagse programma, alleen moeten wij overal zo lang wachten dat het 3 dagen duurt. Wij hadden allemaal verwacht dat we veel zouden wandelen, maar dat is absoluut niet het geval.

     

Onze gids van de eerste dag is verdwenen en een jonge Thaise jongen neemt ons om 11:30 uur mee de jungle in. Hij heeft zijn koptelefoon op en is druk bezig zijn joints te draaien. Als z’n joint klaar is laat hij mij voorgaan en mag ik het komende half uur de groep door de jungle leiden. Als het “pad” splitst kies ik maar een kant, want hij geeft geen sjoege van achteraan. Als het niet goed is, dan neem ik aan dat we het wel een keer horen. Na een uur lopen stoppen we bij een huis, waar een andere groep toeristen een echte gids hebben die hun eetstokjes leert maken. Enigszins jaloers kijken we hiernaar. We zouden 5 minuten hier pauzeren, maar onze gids is verdwenen en komt stoned als een garnaal 3 kwartier later terug. We balen wel, maar moeten er ook wel om lachen. Hij is in ieder geval iets spraakzamer en doet iets meer zijn best. Hij laat het komende half uur naar de waterval zelfs een paar dingen zien!

 

Bij de waterval lunchen we en gaan er zelfs een paar mensen zwemmen. Maar het water is ons echt te koud.

    

Vervolgens lopen we in een goed uur naar de volgende waterval. Onderweg begint het zo hard te regenen dat iedereen in 3 seconde doorweekt is. Wij zijn de enige met een poncho, wat fijn is voor de rugzakken, want wij zijn de enige met droge kleren de rest van de trip. Bij de rest is alles in de rugzak ook doorweekt. Bij deze waterval gaan Nick en Habibi ook zwemmen.

De “gids” geeft aan dat we hier een uur blijven en wij vragen waarom. Uiteindelijk is het misschien iets korter, maar er wordt duidelijk tijd gerekt.

 

Bovendien blijken we een waterval overgeslagen te hebben, omdat de gids er blijkbaar geen zin in had. We wandelen nog 20 minuten en zijn dan al bij onze hut voor de nacht.

   

Weer slapen we gezellig met z’n allen op de grond tegen elkaar. Alleen de klamboes geven een beetje privacy. We maken onze bedden op en omdat wij onze matrassen aan de Russen kunnen geven (we hebben onze eigen comfortabele bedden mee), hebben zij allemaal 2 matrassen op elkaar. Niemand heeft nog zin om te bewegen en we praten/slapen de laatste 2 uur van de middag weg. Het eten is verbazingwekkend lekker (of we hebben gewoon erge honger) en onze gids verdwijnt een tijdje in zijn “magic room” waar hij waarschijnlijk opium rookt (dat hier veel illegaal verbouwd wordt), waarna hij ons “magic” laat zien. Hij legt allemaal houtjes in een vorm en we mogen er een bepaald aantal verleggen om iets anders te krijgen. We zijn er bijna elke keer van overtuigd dat hij te ver heen is en dat het onmogelijk is wat hij van ons vraagt, maar na enige aanmoediging om het antwoord te geven en hem bij de les te houden, bleek het toch steeds te kloppen. We vermaken ons prima. Het is weer een uur of 11 als we gaan slapen.

Uitgegeven: 120 Bath (€ 3)

 

Zondag 3 februari heeft de rest weer redelijk slecht geslapen door de matrassen en wij ook een beetje omdat het vrieskoud was. Gelukkig maakt de zon ons weer een beetje warm. Vandaag krijgen we een sneetje toast minder (3 i.p.v. 4) en ook weer een gekookt ei en jam. Ook nu moeten we weer tot 11 uur wachten voordat we gaan wandelen. We wachten en wachten. Deze trip lijkt meer uit wachten dan iets anders te bestaan. Na 20 minuten lopen zegt de gids dat we stil moeten zijn, omdat er een olifant in de jungle aan de andere kant van het riviertje staat. We zijn compleet verbaast want we waren in de veronderstelling dat hier geen wilde olifanten voorkomen. De gids probeert ons te laten haasten en al snel begrijpen we waarom: de olifant staat aan een ketting. Maar ach, waarschijnlijk staat ie liever hier in de jungle te eten met toeristen om minstens 50 meter afstand, met een looproute van 20 meter in de schaduw, dan de hele dag in de zon met toeristen op zijn rug. Toch blijft het zielig.

We lopen verder en nog eens 20 minuten later komen we de jungle uit. We lopen over een pad langs de rivier en als we langs de eerste plek komen waar de boten voor het raften liggen, wordt Aaron erg boos als we daar niet beginnen. Hij had deze tour een jaar geleden ook al gedaan en alles was toen veel beter. Nu moeten we 20 minuten stroomafwaarts langs de rivier lopen, voordat we bij “onze” boten zijn. Volgens Aaron hebben we nu alle stroomversnellingen gemist. Het leek al niet echt op White Water Rafting, want er is amper wit water te zien, maar toch. We krijgen een lifejacked en helm (niet in Ro’s maat) en 2 boten en laten onze spullen in een auto achter.

Wij gaan samen met de Russen. De Canadezen hebben een stuurman die zo uit de Nazi tijd kwam. Ze worden gecommandeerd en beschreeuwd. Het is zo grappig, dat wij niet kunnen stoppen met lachen. Als ze moeten peddelen dan schreeuwt de stuurman zo hard “Go Go Go” dat ze alle drie verward en verschrikt iets anders doen. Daardoor zitten ze vaak vast op stenen en wordt er nog harder geschreeuwd. Onze stuurman is vriendelijk en duidelijk en we werken ons behendig door de kleine stroomversnellingen heen. Het valt niet te vergelijken met het White Water Rafting dat Ro op de Zambezi in Afrika heeft gedaan, maar ik vind het wel leuk. Als Valerie ons vanuit hun boot nat spettert begint een watergevecht tussen de boten. De Nazi stuurman is not amused als hij steeds een lading water van ons over zich heen krijgt. Maar ondertussen heeft Habibi hem ferm toegesproken dat hij moet ophouden met zijn gecommandeer, dus hij zegt niks, maar als blikken konden doden, waren wij er niet meer. Als Ro met zijn peddel een grote schep water de andere kant op wil gooien, verliest hij zijn evenwicht en valt uit de boot. Ik kom niet meer bij van het lachen. Het water is amper 30 centimeter diep hier, dus hij ligt als een vis op het droge op zijn rug te spetteren. Onze stuurman wacht een beetje en net als Ro eindelijk weer in de buurt is, laat hij de boot weer een stukje gaan. Het is te grappig voor woorden. Eenmaal in de boot varen we weer rustig verder. Er zijn een paar “ruwere” stukken en op één moment hangen we vast op een rots met een kleine daling daarna. We hangen heel scheef en ik zit op het laagste stuk. Het enige wat ik vast kan houden is een touw lager dan mezelf en dat helpt niet. Ik glij langzaam de boot uit en alles is te glibberig om vast te houden. Gelukkig krijg ik een beetje grip en blijf ik in de boot als we de steen afglijden. Het is een heerlijk tochtje en op het eind liggen bamboe vlotten. Ik ga voorop zitten, met Ro achter mij en daarna de Russen. De Canadezen willen het andere vlot nemen, maar ze moeten achterop ons vlot. Ze zeuren nog even dat we 2 vlotten willen, maar we krijgen er maar 1. Met 8 man op 1 gammel bamboevlot is echt een slecht idee. Het vlot is constant minstens 25 centimeter onder water en als iemand wil staan, omdat het water nogal ranzig is, dan begint de Nazi stuurman vanaf de oever te schreeuwen dat we moeten gaan zitten. Het is te grappig en we kunnen de hele 15 minuten niet stoppen met lachen. We zinken, Aaron schommelt constant gevaarlijk heen en weer en vanaf de oever worden de commando’s naar ons hoofd geslingerd. Het slaat nergens op, maar grappig is het wel.

 

Ook op de oever ben ik zo blij met mijn waterschoentjes, want we moeten een halve kilometer naar de auto lopen en de rest doet dat op blote voeten. Eenmaal bij de auto krijgen we een lunch, maar ik heb geen honger. Van de foto’s die tijdens het raften en vlotvaren zijn gemaakt, zijn er een paar uitgeprint en in lijstjes gestopt. Ze zijn wel leuk, maar dat krijgen we echt geen jaar mee in onze rugzak zonder dat het kapot gaat. Digitaal kunnen we ze niet kopen. Als we bijna gaan pak ik de foto’s erbij en wil ik er snel een foto van maken. Uiteraard mag dat niet en de vrouw komt aangerend. De eerste foto van het vlot is scherp, die van het raften helaas niet. Beetje flauw dat dat niet mag.

 

Dan stappen we in de bus en rijden we in een uur terug naar Chang Mai. De tour was misschien niet geweldig, maar ach, wat kan je verwachten voor € 15 per dag, inclusief overnachtingen, maaltijden, “gidsen”, vervoer en activiteiten? We hebben ons in ieder geval prima vermaakt. We brengen de Canadezen eerst naar hun hotel en spreken met z’n 7e om 21:00 uur hier af. Daarna worden wij teruggebracht naar ons hostel, waar we rond 16:00 uur aankomen. We douchen en wassen ons grondig. Als we weer aangenaam ruiken lopen we de stad in voor wat eten. We eten kleine hapjes bij verschillende stalletjes. Aangezien we in ruim twee weken tijd nog steeds geen last van onze buik en/of darmen hebben gehad, lijken we het lot steeds iets verder te tarten. We eten vlees en milkshakes op straat. Uiteraard kijken we wel hoe ze het bewaren en of het er goed uitziet, maar we snappen niet waarom we nog nooit ziek zijn geworden. Ik drink mijn honingmilkshake dan ook met de gedachte dat dit gestraft gaat worden, wat niet het geval is.

  

Daarna gaan we nog een half uur terug naar onze kamer en tegen half 9 lopen we weg. Iets voor 21:00 uur komen we aan en de Russen zijn er al. Even later komen Aaron en Habibi ons halen. Ik ga nog even mee naar Aaron’s kamer om foto’s uit te wisselen en weet dan wat het verschil is tussen een 140 Bath per persoon kamer en een 450 Baht per persoon kamer. Het is geen 4 sterren hotel ofzo, maar er zitten heel wat standaarden tussen. Daarna lopen we naar de “Rooftop Bar” waar we bovenop het dak in de bar op de grond zitten. Het is er druk en gezellig en voor het eerst in wellicht jaren drink ik alcohol: een Rum Cola en een …….  Cola. Als Valerie en Aaron samen letterlijk een emmer drank kopen, help ik ze daar ook nog maar even mee. Ro houdt het op 2 biertjes. Het is gezellig, er komen steeds meer mensen bij en veel te snel is het middernacht geweest.

 

Iedereen moet vroeg op, dus we gaan ervandoor. We slenteren nog even over de nachtmarkt waar sommigen nog wat eten en dan nemen we afscheid. We moeten nog een aardig eindje lopen naar het hostel, maar ondanks dat het midden in de nacht is voelt het absoluut veilig. Heel fijn.

Uitgegeven: 867 Bath (€ 23)

 

Maandag 4 februari gaat de wekker op half 9. Om 10 uur zitten we bepakt en bezakt in de receptie te wachten op onze minibus. Deze zou ons tussen 10 en half 11 komen ophalen. Het wordt kwart voor 11. Er zitten al 5 toeristen in de bus en daarna moeten we nog langs 4 andere hotels om 6 anderen op te halen. Het is al 12 uur geweest als we Chang Mai verlaten. We gaan naar het dorpje Pai, een stukje verder naar het noorden. Het schijnt er erg mooi te zijn. De rit ernaartoe is niet zo prettig. We moeten 662 haarspeldbochten door voor we er zijn. De meesten in de minibus zijn wagenziek, inclusief wij. Maar ik raak al snel in gesprek met een Canadese man die veel reist en aangezien ik toch zo ongelukkig zit dat ik de weg niet kan zien, besluit ik dat afleiding wellicht de enige manier is om niet te kotsen. En zo praten we de komende 3 uur vol. Eenmaal in Pai moeten we een kleine kilometer lopen naar de bungalow die we gereserveerd hebben. We zijn moe, onze kuiten beginnen eindelijk te sputteren en het is warm. Maar dit gaat de plek worden waar we mogen luieren! We gooien onze tassen af, laten de misselijkheid zakken en na een uurtje lopen we het stadje in, eten bij de eerste gelegenheid een clubsandwich en spaghetti met garnalen.

 

We lopen nog een klein rondje en gaan terug naar onze kleine, zeer basic, maar oh zo schattige bungalow (voor slechts 250 bath, € 6,25, per nacht).

 

Uitgegeven: 546 Bath (€ 14)

 

Dinsdag 5 februari is Ro veel vroeger uit de veren dan ik en gaat de stad in om een ontbijtje te scoren. Als ik wakker word staat er yoghurt met home made Muesli en bananen klaar. Wat een goed begin van een hete dag. We doen deze dag niet zo veel. Als we ’s middags een rondje door de stad lopen, eet Ro een soort Chicken Noodle Soep bij een lokaal tentje. Pai is een echt toeristendorp. Het zit bom- en bomvol met restaurantjes, hotelletjes, winkeltjes en andere toeristendingen. Het ziet er allemaal gezellig uit, maar niemand zit bij deze simpele lokale eetgelegenheid. De oude man ontvangt ons hartelijk en zijn vrouw gaat gelijk voor Ro koken. Voor mij is de temperatuur te hoog om te eten. Als de soep klaar is verteld dat man waar we aan het eind van de middag heen kunnen wandelen voor het mooiste uitzicht over Pai. We krijgen drinken en een banaan, terwijl de man verteld. We verzekeren hem dat we er naartoe zullen wandelen en het is volgens de man een aardige klim, waar het nu, met 37 graden, te heet voor is.

 

Dus we gaan eerst terug naar onze bungalow en wachten tot het afkoelt, met een kleine d-tour langs een Wat.

   

Rond 16:30 uur lopen we het dorp uit. De weg gaat constant omhoog, omdat Pai in een dal ligt, omgeven door bergen. Maar het is goed te doen. We gaan naar de tempel op de berg. Als we er bijna zijn, zien we DE trap.

Vol goede moed beginnen we eraan, maar onze kuiten waren nog niet 100% hersteld en het zijn 354 treden (zelf geteld!). Bovenaan heb ik een minuutje nodig om op adem te komen, maar dan kan ook ik van het uitzicht genieten. Na een half uurtje lopen we een rondje over het terrein en als we terugkomen, beginnen de toeristen die met de auto en scooter omhoog gereden worden, binnen te lopen. Het wordt een drukte van jewelste, want iedereen blijkt de “zonsondergang” te willen zien. Wij hadden er niet zo’n hoge verwachtingen van en het was ook niet heel bijzonder.

   

Maar het gaf ons 15 minuten extra om ons voor te bereiden om de terugtocht, die uiteraard een stuk makkelijker was. Terug in de bungalow eten we nog een yoghurt met de heerlijke muesli (voordat het ongedierte het vindt) en het 2e heerlijke broodje dat we eerder deze dag bij een Italiaan met een kar hadden gekocht.

Uitgegeven: 727 Bath (€ 19)

 

Woensdag 6 februari is Ro weer vroeg in de weer om voor het ontbijt te zorgen (wat een heerlijk leven heb ik toch!) en daarna pakken we onze spullen, want we gaan voor één nachtje upgraden. Na bijna drie weken maximaal 350 bath (€ 9) te hebben uitgegeven voor een kamer, hebben we besloten naar de Unicorn Lodge te verhuizen voor 600 Bath (€ 15). We krijgen hiervoor een koelkast en tv (beide onbelangrijk), maar waar het ons om te doen was: een zwembad! Even af koelen en, ook heel belangrijk, zeker weten dat al het vuil van ons af kan weken. Omdat de nachten erg koud zijn en de dagen erg heet, is het water pas aan het eind van de middag aangenaam. Maar dan is de zon niet meer warm genoeg om op te warmen. Dus duiken we gelijk om 12 uur het zwembad in en na 10 seconden jodelen is het heerlijk. We zwemmen, zonnen, zitten in de schaduw, lezen en zwemmen nog een beetje meer.

   

Gisteren hadden we bijna 3 kilo aan kleren laten wassen voor 80 Bath (€ 2) en dat was zo goed bevallen dat we vandaag nogmaals 2,5 kilo laten wassen voor 75 Bath, inclusief de lakens en handdoeken. Een paar uur later krijg je alles droog en opgevouwen terug! ’s Avonds lopen we de drukke avondmarkt op. Ik heb vandaag voor het eerst deze reis een beetje last van mijn rug/long, misschien omdat ik veel achter de laptop hebben gezeten, of omdat we (ondanks dat dit een dal is) ons toch hoger in de bergen bevinden. Ik besluit een Thaise massage te nemen, mijn vierde massage sinds we in Thailand zijn, voor 150 bath (€ 3,75) voor een uur. Het is bijna voor niks! We moeten even wachten, maar dan is het mijn beurt. Deze massage is de beste van de vier. Ze is echt heel goed en ik word deze keer minder in bochten en hoeken gevouwen.

 

De pijn in mijn rug/long is gelijk een stuk minder, niet over, maar wel beter. Ro had een tijdje toegekeken en daarna allerlei lekkers op de markt uitgeprobeerd en nu lopen we samen weer verder over de markt. Ro haalt nog een noodle salade voor zichzelf bij een kraampje, maar als hij even in de supermarkt drinken haalt en ik het schaaltje vast moet houden, is de salade op onverklaarbare wijze verdwenen als hij terugkomt. Wat was dat lekker zeg! Het is al 21:30 uur als we teruglopen naar de kamer. Wat is het toch heerlijk dat we in Thailand gewoon ’s avonds over straat kunnen lopen!

Uitgegeven: 1.924 Bath (50)

 

Donderdag 7 februari zorgen we ervoor dat we om 12 uur met al onze bagage bij het zwembad zitten, omdat we dan vast moeten uitchecken, maar er is niemand, dus het had ook eigenlijk niks uitgemaakt. We moeten om 14:00 uur bij het busstation zijn (volgens Ro, volgens mij 14:30 uur) en aangezien het maar 5 minuten lopen is, zijn we uiteraard op tijd.

De zeer ongeïnteresseerde vrouw die hier elke dag zit, ligt te slapen. Gisteren waren we hier geweest om een kaartje voor vandaag te kopen, maar ze had aangegeven dat we vandaag gewoon op tijd moesten zijn. Reserveren was niet nodig, verzekerde ze ons. Als ze na een minuut of 10 eindelijk wakker wordt vragen we of de minibus naar Chang Mai zo komt, ze mompelt wat, kijkt op een blaadje en valt zonder antwoord te geven weer in slaap. Het zal wel goed zijn. Er komt nog een Chinese moeder met dochter bijzitten en zij moeten ook naar Chang Mai. Als de vrouw eindelijk echt wakker wordt vraagt ze onze tickets. Wij geven aan dat we die niet hebben. Ze zegt dat er geen plek in de minibus is. Wij worden een beetje boos en geven aan dat we hier niet voor niks gisteren waren. Ze ziet in dat zij fout zat en begint gelijk te bellen. We weten niet wat ze heeft geregeld, maar we mogen mee. De minibus is redelijk op tijd en ik ga snel met de 2 Chinezen op de 3 voorste bankjes zitten. Ro gaat op de stoel schuin achter ons zitten. We kunnen ook voorin naast de bestuurder zitten, maar bij een ongeluk lijkt een glazen voorruit minder prettig dan een zachte bank voor je. En vanaf mijn plek heb ik vol zicht op de weg voor me, wat de misselijkheid ten goede zal komen. Bovendien hebben we beide de beste beenruimte, wat een opluchting is na de vorige keer. De Chinese vrouw pakt direct een kotszakje erbij, dus ik bereid me voor op het ergste. Gelukkig heeft ook deze keer niemand gekotst. We rijden langs een aantal hostels om de rest van de passagiers op te halen en dan zijn alle 13 stoelen bezet. Toevallig stappen de 2 Canadezen van de heenweg ook in, maar omdat ze bijna de laatste zijn, zitten ze achterin en is praten onderweg niet makkelijk. Daardoor kan ik ongestoord voor me blijven kijken. Nu zie ik pas hoe scherp de haarspeldbochten zijn en hoe je letterlijk constant van de een in de andere draait. Er komt geen einde aan.

Na 2 uur draaien stoppen we even om te eten en de benen te strekken. Na nog eens 2 uur zijn we terug in Chang Mai. We worden ergens afgezet en we hebben geen idee waar we zijn. We lopen samen met de Canadezen, zoekend naar een hostel dat een kamer vrij heeft. Zij hebben beet, wij nog niet. Als we in bekend gebied komen besluiten we richting ons eerdere backpackers hostel te lopen, ondertussen overal vragen of ze een kamer vrij hebben. Alles is vol. We hebben ook een reservering voor een hotel een eind hiervandaan, maar dan moeten we zeker 100 Bath voor een taxi betalen. Dus als dat niet hoeft, dan liever niet. Bij ons Giant House is geen kamer beschikbaar, maar we vragen of we in de tassenopslag mogen slapen, want we weten dat dat vaker gebeurt. Volgens mij niet door vrouwen, want ze kijken eerst verbaast, maar het maakt me niet zo veel meer uit. Het is nog goedkoper dan normaal (200 Bath, € 5) en we hebben alle voorzieningen. Bovendien willen we gewoon de tassen kwijt en gaan eten. Het is 19:00 uur geweest en ons ontbijt was onze laatste maaltijd. We gooien de tassen op de matrassen en lopen Chang Mai in. Voor de 2e keer in 3 weken gaan we een eetgelegenheid voor de 2e keer in. We proberen elke keer ergens anders te eten, zodat we steeds iets nieuws vinden, maar van deze plek weet ik dat ze heerlijke yoghurt met banaan en honing hebben en daar had ik net zin in. Ik bestel deze samen met een fruitsalade, terwijl Ro het varkensvlees uitprobeert. Het is weer heerlijk. Daarna wandelen we nog even rond, maar we zijn eigenlijk behoorlijk moe en gaan terug naar onze opgewaardeerde bezemkast.

Uitgegeven 882 Bath (€ 23)

 

Vrijdag 8 februari moeten we weer terug naar Bankok, willen we op tijd voor het Chinese Nieuwjaar in Chinatown zijn. Omdat de slaaptrein uiteraard ’s nachts gaat, kunnen we pas om 17:30 uur vertrekken. Wat betekent dat we om 16:00 uur bij Giant House weg moeten en we eigenlijk weinig kunnen doen vandaag. Dus werk ik ons fotoalbum bij en leest Ro “Life of Pi”. Dit boek heb ik de afgelopen 2 dagen gelezen en aangezien ik graag de film nu wil zien, en dat is ook nog eens 1 van de welteverstaan 2 films is die we bij hebben, moet Ro nu ook snel lezen. ’s Middags lunchen we in de stad. Als het eindelijk tijd is nemen we een tuktuk die ons voor 100 Bath (€ 2,50) in een half uurtje naar het station brengt. Het fijne van Thailand is (tot nu toe) dat een afgesproken prijs ook een afgesproken prijs is. Als redelijk ervaren reizigers zullen wij nooit iets ondernemen zonder vooraf de prijs te onderhandelen, maar in Afrika wilde dat niet zeggen dat je op het eind geen smeekbede, eis of vraag kreeg of het toch niet meer kan worden. Daar hebben we hier geen last van. Je geeft wat is afgesproken en iedereen is blij. Afrika blijft voor mij nog steeds de voorkeur hebben ten opzichte van Azië, maar Azië heeft een behoorlijk aantal pluspunten die toch langzaam aan terrein winnen. Ook het nooit lastig worden gevallen op straat, de veiligheid en het kunnen snuffelen in winkeltjes zonder opdringerige eigenaren behoort tot de pluspunten. Maar goed, terug naar de tuktuk. Deze vriendelijke oude man bracht ons letterlijk tot aan de ingang van het station (als het mogelijk was, was hij erin gereden) en we liepen om 16:30 ons perron op.

Een uur te vroeg, maar volgens de kaartverkoper moesten we er eigenlijk anderhalf uur eerder zijn. Geen idee waarom (was ook niet nodig) maar of je nou op de ene plek of op de andere plek zit te wachten, dat maakt ook niks uit. Er blijkt om 17:00 uur ook een trein te gaan en als zij weg zijn gereden en het minstens 100 meter perron hebben verlaten komen er 4 jongens aangerend. Een man praat in een walkietalkie en de trein die al uit ons zicht was, stopt en komt terug. De jongens rennen naar het einde van het perron en als de trein een paar minuten later terug is, stappen ze in. Wat heerlijk als de trein er is voor de mensen en iedereen de tijd heeft om op elkaar te wachten. En 25 minuten later is onze trein er ook en we stappen in. We hebben helaas weer een boven- en benedenbed moeten nemen, 2 benedenbedden was niet meer mogelijk. De meeste wagons zijn geen slaapwagons en de onze is nog volledig in zitpositie. Pas later op de avond worden er bedden van gemaakt. Het benedenbed lijkt een heel stuk smaller dan de vorige keer, dus één van ons lijkt gedoemd daadwerkelijk boven te slapen. Waarschijnlijk niet de koukleum (ik), want die bevriest onder die airco. De ander slaapt in de winter het liefst met het raam open, dus lijkt mij de oplossing simpel.

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Gelukkig biedt Ro even later zelf al aan om boven te slapen, een aanbod dat ik graag aanneem. Gelukkig blijkt ons bed het enige bed in deze coupe te zijn met een stopcontact, waardoor ik de rest van de avond op de laptop aan het verslag hierboven kan werken. We slapen allebei slecht, omdat de trein veel meer lijkt te schokken en schudden dan de heenweg. Maar we komen de nacht goed door.

Uitgegeven: 2.600 Bath (€ 68)

 

Zaterdag 9 februari zijn we rond 7 uur wakker en rond 8 uur worden onze bedden weer veranderd in zitplaatsen. We zouden om 8:30 uur in Bangkok zijn, maar het was al bijna 10:30 uur toen we daadwerkelijk het perron opliepen. Voordeel was wel dat we nu veel meer van het landschap hebben gezien, omdat we nu veel langer in het licht hebben gereden. Op het station worden we weer behulpzaam geholpen door een vrouw die alle informatie geeft die nodig is. Zoals verwacht mogen we bus 53 weer pakken en ze verteld ons waar de bushalte is. We lopen erheen en na een minuut of 10 komt de bus. We hadden zekerheidshalve een kamer gereserveerd bij de goedkoopste plek die we konden vinden in een populaire backpackers buurt niet ver van waar we de vorige keer waren (ongeveer een kilometer dichter bij het paleis). We hadden lage tot geen verwachting en gingen er vanuit dat het niet zou lijken op hetgeen de foto’s beloofde. Na een lange rit dwars door Chinatown (waar de voorbereidingen voor het Chinese Nieuwjaar al in volle gang waren), worden we door de chauffeur gewaarschuwd dat dit onze stop is. We stappen uit en lopen naar de plek waar het hotel volgens de kaart moet zijn. Geen hotel. We lopen nog een tijdje zoekend rond, maar het is zo ontzettend heet en vooral benauwd in Bangkok en zo midden op de dag is dat geen pretje met 3 zware rugzakken. Ik besluit op een terras met alle tassen te wachten, terwijl Ro bevrijd van zijn last gaat zoeken. Na een kwartier komt hij terug. Hotel is gevonden (totaal op een andere plek aan de lange straat dan de kaart zegt) en we hebben de sleutel. Snel de spullen naar de uiteraard stiekem toch tegenvallende kamer gebracht

   

 en alle hoop op een verkwikkende douche verdwijnt als er amper water uit de douche komt, die ook nog eens steenkoud is. En geloof me, als je zelf snikheet bent, is ijs- en ijskoud bijna niet te doen zonder een hartaanval. Ro heeft ondertussen uit diverse bronnen vernomen dat oudjaarsdag toch morgen is en niet vandaag zoals we de afgelopen dagen hadden begrepen, waardoor we deze dag gelukkig niet veel meer hoeven te doen. Het is gewoon te heet om iets te ondernemen. We lopen nog een rondje en bij een Israëlisch tentje is de maandspecial een pita broodje met falafel en hummus en salade, inclusief een verse vruchtenshake, voor slechts 99 Bath (€ 2,50). We bestellen er twee en krijgen een reuzenbroodje dat smaakt zoals we ze in Jordanië ook hadden. Erg lekker. Ook lopen we langs het theater om te kijken of er toevallig een leuke voorstelling is vandaag, maar dat is niet het geval. We lopen nog een beetje door de stad, maar eigenlijk willen we gewoon even in de airco in onze kamer zitten.

 

Onze kamer mag dan wel een teleurstelling zijn, maar voor 350 bath (€ 9) krijgen we er wel airco bij, voor het eerst in Thailand. Normaal zijn kamers met airco veel duurder. Dus we besluiten het merendeel van de avond te genieten van deze meevaller. We skypen de hele avond en als het middernacht is kunnen Ro’s ouders hem gelijk feliciteren met zijn verjaardag.

Uitgegeven: 1.272 Bath (33)

 

Zondag 10 februari is Ro’s verjaardag. We hebben ongeveer 1 miljoen Chinezen en andere nationaliteiten uitgenodigd voor zijn verjaardag in Chinatown, dus we gaan maar snel die kant op. Om een uur of 10 staan we bij de ferry opstapplaats en er komt een toeristenboot voorbij, maar wij wachten op de lokale boot. Dat scheelt toch 50 Bath (€ 1,25), alle beetjes helpen. Niet veel later komt de juiste boot en we worden als vee met veel te veel mensen op de boot gedreven. Maar ach, zelfs als we zinken, dan is de oever altijd dichtbij. Alleen zou dat zonde van de camera zijn. Na een kwartier zijn we in Chinatown. We stappen uit en willen eerst naar de hoofdstraat lopen. Onderweg zien we onze eerste draken in een zijstraat, waar we uiteraard even gaan kijken. In elke draak zitten 2 mensen (die bijna dood moeten gaan van de hitte). Toeschouwers stoppen geld in de “bek” van de draak en gaan er meestal ook mee op de foto. Het is een interessant schouwspel, vol muziek en dans. Er is altijd minstens 1 man met een masker bij.

   

We lopen weer verder. De hoofdstraat is al deels afgezet en er rijdt al veel minder verkeer dan normaal. We lopen een uur rond en komen nog meer draken en voorstellingen tegen, ook één met alleen kinderen.

    

Alles is feestelijk versierd, de mensen zijn in opperbeste stemming en overal worden spullen en eten te koop aangeboden. Drinkwater wordt op diverse plekken in de stad gratis aangeboden. We zien een hotel met een terras aan de straat, iets wat bijna niet voor lijkt te komen. We gaan aan de tafel aan de straat zitten en de kaart blijkt een dure bedoeling. Voor een cola light betaal ik 40 Bath (€ 1), wat bij ver het meeste is sinds we in Thailand zijn. We hebben ook wel honger en ondanks dat het erg duur is, vinden we het ook niet zo charmant van onszelf als we deze geweldige plek een tijd bezet houden met alleen wat te drinken. Dus bestellen we het goedkoopste op de kaart: frietjes voor 120 Bath (€ 3) en een bananen in kokosnootmelk voor 80 bath (€ 2). Het bord frietjes is zo klein dat ik de frietjes bijna op 2 handen kan tellen en echt gecharmeerd van de zoete kokosmelk zijn we ook niet. Maar we zitten en kunnen onze voeten laten rusten. We hadden begrepen dat de optocht met draken om 17 uur zou beginnen, dus we moesten nog 4 uur wachten. We lopen nog wat meer rond, lopen door en langs tempels, door straatjes vol stalletjes, proberen allemaal rare gerechtjes uit (de één lekkerder dan de ander), maar we hebben het eigenlijk gewoon te heet. Het is zo benauwd en omgeven door duizenden en duizenden en duizenden mensen maakt het niet beter.

 

De uren verstrijken langzaam, maar eindelijk loopt het tegen 4 uur. We zijn weer in de buurt van het hotel en besluiten binnen in de airco een ijsje en drinken te halen, uiteraard weer veel te duur, maar de airco is zoooooo lekker. Als het half 5 is geweest besluiten we een plekje aan het hek te gaan zoeken. Er staan al wel wat meer mensen. Als we al een tijdje staan maakt het hotel hun terras nog groter, tot aan het hek, en krijgen we een stoel en tafel. Nou, dat is tenminste comfortabel. Onze Nederlandse buren hadden begrepen dat het tussen 17 en 20 uur zou beginnen, dus we baalden wel een beetje, want we zijn het wachten meer dan zat. Maar ach, we zitten goed, het is mooi weer en er is genoeg te zien. Opeens gaan er heel veel mensen op de straat vóór ons hek staan en is het een drukte van jewelste. Ro gaat er ook tussen staan, ik houd de stoelen nog even bezet. Maar als er een nieuwe afzetting bij komt en het steeds drukker wordt, ga ik bij Ro staan. Na een uurtje staan we daar nog.

Dan verteld het Nederlandse stel dat de optocht in een andere straat bezig is en zij gaan dat proberen te zoeken. Wij beginnen ook te lopen, maar er is geen beginnen aan. Alles is onduidelijk, er gaan geen grote aantallen mensen een bepaalde kant op en we zijn bang deze straat te ver te verlaten om dan uiteindelijk alles te missen. Dus we zoeken in de buurt, geven het op, en zoeken een plekje ergens in de menigte. Omdat de meeste mensen klein zijn, is eigenlijk elk plekje goed voor ons. Al sinds 17 uur is de politie druk bezig de weg vrij te  houden, iedereen te vertellen dat er geen foto’s gemaakt mogen worden (???) en worden alle mensen die zich in de gebouwen langs de weg bevinden en zichtbaar zijn vanaf buiten als terroristen beschouwd. We begrijpen het allemaal niet zo goed, maar wachten af. Rond 20:30 uur lijkt er eindelijk iets te gaan gebeuren. Er komen 2 treintjes de straat in rijden en stoppen ergens een tijdje. Dan rijden ze langs ons, met voorop een wat oudere dame in een t-shirt en korte broek, alleen op een stoel. Daarachter zitten allemaal heren en dames. We gaan er vanuit dat het iemand belangrijks is, maar hebben geen idee wie. Daarachter rijden nog een stuk of 3 auto’s. Gelijk na de laatste auto stormt iedereen de straat op en worden de kleedjes neergelegd en worden de “winkeltjes” opgebouwd. We begrijpen er niks van. Was dit het? Waar zijn de draken?  Alle toeristen in onze omgeving kijken net zo teleurgesteld als wij. De toeristen naast ons vragen een vrouw wie dat was en we begrijpen dat het een prinses is. Leuk, maar waar zijn de draken? We beginnen maar met lopen en we vinden het eigenlijk wel grappig en enigszins dom van onszelf dat we hier de hele dag op gewacht hebben. Onderweg zien we een mengelmoes van geamuseerde toeristen en geïrriteerde toeristen. Het blijkt dat dit de dochter van de koning is en dat ze bij diverse winkels uitstapt om de winkel een goed jaar te wensen. Het schijnt een geweldige eer te zijn. Ook alle mensen aan de kant van de weg die haar gezien hebben (wij dus ook) zijn gezegend voor een goed jaar. Mooi, heeft het toch iets opgeleverd.

 Afbeelding van Prinsess Maha Chakri Sirindhorn (Wikipedia)

 

We banen ons een weg door deze normaal zeer drukke 6-baans weg vol met mensen. Het lijkt wel Koninginnedag met al die kleedjes en spullen op de grond, alleen minstens 10x drukker dan Koninginnedag in Amsterdam.

 

We lopen langzaamaan terug naar de ferry. Daar aangekomen blijkt er alleen nog een ferry te zijn die oversteekt, verder niks. Als we een tijdje staan te wachten begint het blijkbaar op te vallen en een vrouw vraagt waar we heen moeten. We vertellen dat en zij zegt dat er geen ferry meer gaat en dat we een taxi moeten nemen. Wij zeggen dat dat te duur is en dat we graag met de ferry willen. Maar die blijken echt niet meer te gaan. We twijfelen heel even of we haar moeten geloven als ze opeens 300 bath (€ 7,50) in mijn handen drukt, zodat we met een taxi naar ons hotel kunnen. We zijn verbaast en proberen het geld terug te geven en zeggen dat het heel lief is, maar echt niet nodig. Na heel veel bevestigingen van onze kant dat we het geld heus wel hebben en dat we zeker veilig terugkomen, accepteert ze het geld terug. We bedanken haar hartelijk en lopen terug naar de straat. We proberen een taxi aan te houden en een Russische zeer gestreste vrouw vraagt waar we heen moeten. We blijken in dezelfde buurt een hotel te hebben, dus we besluiten een taxi te delen. Volgens haar is het sowieso niet zo duur. Na een minuut of 5 hebben we een taxi en de meter begint op 35 Bath (€ 0,87). Een 20 minuten later stoppen we bij haar hotel, wij herkennen waar we zijn en stappen ook uit, en we moeten 60 bath (€ 1,50) betalen. Dat valt zeker mee, zeker omdat de Russische vrouw de helft betaalt. We lopen nog langs een taartenwinkel, maar die is helaas net gesloten. Dan lopen we naar het hotel, waar we rond 22:15 uur aankomen en vallen niet veel later in slaap. Het was een zeer lange lange verjaardag, één die we nooit meer vergeten, en bijzonder was deze 33e verjaardag zeker.

Uitgegeven: 1.038 Bath (€ 27)

 

Maandag 11 februari checken we om 12 uur uit. We moeten naar de andere kant van de rivier en een stuk naar links. We moeten lang wachten op de ferry. We wilden eigenlijk de 2e halte eruit, maar de vrouw op de boot geeft aan dat we de 1e moeten hebben en daar de tuktuk moeten nemen. Wij twijfelen, want vanaf die andere lijken we te kunnen lopen. Maar de vrouw is zo vastberaden dat ze ons bijna de ferry afduwt als we bij de 1e stop zijn. Onze stribbelingen worden weggewuift en daar staan we dan, op de oever, terwijl de ferry wegvaart. Maar dankzij de korte tijd aan boord en het zeer snelle afscheid, hebben we niet betaald. Volgens Ro is dit ook wel te lopen, ondanks de hitte en de tassen. Als we de weg vragen zegt de vrouw dat het zeker 40 minuten lopen is. We kunnen dat bijna niet geloven, maar zij zegt dat we dat echt niet moeten lopen. Ze begint een taxi voor ons aan te houden, maar die komen niet. Dan komt er een politieagente en zij wordt opgedragen een taxi voor ons te vinden. Als ze er even later één voor ons heeft zorgt ze ervoor dat de meter wordt aangezet en we veilig en wel kunnen vertrekken. Wat een service. Het blijkt inderdaad een behoorlijk eind te zijn, mede omdat er een zijkanaal van de rivier was en de brug behoorlijk ver weg was. Maar de taxi brengt ons er voor slechts 48 Bath (€ 1,25) naar toe. We kopen een kaartje, stappen in de trein rond 13:15 uur, wetende dat ie pas om 13:55 uur vertrekt en dat wordt uiteraard 14:30 uur. De banken zijn van hout en enigszins gammel.

 

Het is een 2 uur durende rit naar Kanchanaburi, waar the Bridge on the River Kwai ligt. Na 2 uur hobbelen is niet alleen de bank, maar ook onze kont van hout. Eenmaal op het station

lopen we in de richting van waar we denken dat de kamer is, die we uiteraard ook gereserveerd hebben, in het VN Guesthouse. Ook nu waren de foto’s erg mooi en de prijs erg laag, maar deze keer worden we niet teleurgesteld en is het ook echt een leuke plek met eindelijk weer een goede douche. Sinds Pai kan ik mijn haren wassen en de shampoo er ook daadwerkelijk weer uitkrijgen.

  

Wat dan ook het eerste is dat ik doe. Daarna lopen we de stad in om te eten. We zien een leuk restaurant, worden hartelijk begroet en ik neem een pompoensoep die precies zo als thuis blijkt te smaken en Ro een soort Pad Thai met garnalen en zeevruchten. Daarna lopen we een rondje door het stadje en op de weg naar de avondmarkt lopen we langs een pizzeria. We zien dat een wat oudere zeer gespierde, redelijk magere Italiaan buiten in een houtoven zijn pizza’s staat te pakken. We twijfelen, want ze zijn wel heel duur. Dan loopt er een Canadees naar binnen die zegt dat dit erg lekkere pizza’s zijn, inclusief de lasagne, (in ieder geval de lekkerste van Thailand) en raad ons aan dit te proberen. We gaan de door airco gekoelde ruimte in, direct aan de voorgevel van glas, zodat we de Italiaan aan het werk kunnen zien. Het is buiten sowieso snikheet, maar naast een houtoven werken lijkt ons gekkenwerk.  Maar hij rent en haalt voor elke pizza de kaas binnen uit de koeling en brengt het daarna weer terug. Hij maakt voor ons samen één lasagne voor 300 Bath (€ 7,50), bij ver het duurste gerecht dat we in Thailand hebben gehad, en wellicht ook het lekkerste. Daarna lopen we naar de Night Market waar we veel zien, vooral ook veel dieren te koop: puppies, baby egels, muisjes, geiten en zelfs een baby hert. Het is zielig, zeker in deze hitte, maar de meesten lijken goed verzorgt. Ro koopt nog een portie gefrituurde garnalen en we lopen terug naar de kamer. Maar niet voor we eindelijk Ro's verjaardagstaart hebben gekocht.

Uitgegeven: 1.858 Bath (€ 49)

 

Dinsdag 12 februari besluiten we de trein naar Nam Tok te nemen (100 Bath, € 2,50 p.p.), over de 77 kilometer lange spoorlijn die nog bestaat van de in 1942 – 1943 gebouwde 414 kilometer lange spoorlijn die Siam (Thailand) met Burma (Myanmar) moest verbinden. De lijn werd gemaakt door de Japanners en daarvoor gebruikten ze ruim 300.000 Aziatische gevangenen (waarvan ruim 100.000 dit niet overleefden) en 60.000 krijgsgevangenen, waaronder o.a. veel Nederlanders, Engelse en Australiërs (waarvan 12.000 het niet overleefden). De gevangenen werden gedwongen tot 18 uur per dag, elke dag, te werken onder zeer zware omstandigheden. Ze kregen twee miezerige maaltijden per dag en geen medische zorg. Om 10:35 uur hoort de trein te vertrekken, maar we vertrekken pas tegen 11:00 uur. En terwijl wij de Bridge over the River Kwai overrijden, staat het er helemaal vol toeristen.

  

Het is 2 uur rijden naar Nam Tok, het eindstation, en helaas is dit dezelfde soort trein met allemaal houten banken. We hebben een mooi plekje, maar al gauw blijkt dat we een bepaalde stoel hebben gekocht en die gaat uiteraard achteruit en is in de zon. Elke stoel in deze coupé is bezet en dat maakt het allemaal nog warmer. Zeker omdat ik midden in de zon zit en geen wind vang, omdat we achteruit gaan. Maar het uitzicht is mooi en we genieten toch van de tocht.

     

Ro wilde proberen om de Sai Yok waterval in Sai Yok Nationaal Park te bezoeken, maar bij aankomst blijkt dat verder weg dan we dachten. We worden voor 10 Bath (€ 0,25) met een groep andere toeristen in een pickup naar het busstation gereden. Van daaruit kunnen we de bus naar de Hellfire Pass nemen, wat we ook willen bezoeken. Als we op de bus staan te wachten, blijken er nog 6 toeristen ook heen te willen. Maar omdat de trein laat was en de bus maar niet komt, vermoeden we dat we de trein terug niet meer kunnen halen, die om 16:30 uur vertrekt, terwijl het nu al bijna 14:00 uur is. Een vrouw heeft het schema van de lokale bussen en er zou nog een bus om 16:30 van Hellfire pass naar Kanchanaburi gaan. We besluiten met z’n 8e daar op te rekenen, en mocht het niet lukken, dan kunnen we samen de taxi kosten delen. Als de bus eindelijk komt is het nog een minuut of 20 rijden, wat ons 40 Bath (€ 1) samen kost. Vanaf het punt waar we worden afgezet is het nog een kilometer of iets meer lopen. We hebben 2 uur de tijd en moeten dan uiterlijk terug zijn bij de weg. We gaan eerst even het museum in, maar besluiten toch eerst de wandeling naar Hellfire Pas te maken en de overgebleven tijd in het museum door te brengen.

Het is ongeveer een kilometer naar beneden lopen en dan zijn we al in de pas. Deze +/- 70 meter lange doorgang was door de gevangen uit de rotswand gehakt en geknald. Eerst moest er een gat worden gemaakt om het dynamiet in te plaatsen, dan werden de brokstukken weggehaald en kon het volgende gat gemaakt worden. Dit was een lang en tijdrovend karwei dat vele levens heeft gekost.

   

De weg terug is helaas omhoog en bevat vele trappen. De hitte werkt niet mee. En WIJ hoeven alleen eenmalig omhoog te klimmen, terwijl de mannen die hier werkten veel zwaarder werk deden, maanden en maanden achter elkaar, in dezelfde weersomstandigheden en erger. We kunnen het ons haast niet voorstellen. We gaan het museum weer in. We lezen alle borden, maar pas als we de film zien met zowel bewegende beelden als de foto’s realiseer je je echt wat het betekende om hier gevangen te zijn. De mannen waren zo mager, dat het net wandelende skeletten waren. Eén foto van een Australiër was bijna eng om naar te kijken, zo mager was hij.

Het is ongelooflijk dat zoveel mensen het überhaupt overleeft hebben. De aanleg van het spoor heeft 19 maanden geduurd. Niet lang daarna is een groot deel van het spoor vernietigd door een luchtaanval.

Dan is het 16:00 uur geweest en willen we zorgen dat we op tijd bij de weg zijn. Als we een eindje gelopen hebben, zien we de andere 6 toeristen verspreid voor ons lopen. We zetten de vaart erin, zodat wij straks niet alleen achterblijven. We gaan in een huisje zitten, hopen dat dat de bushalte is en wachten nog 20 minuten op de bus. Die brengt ons voor 50 Bath (€ 1,25) p.p. naar Kanchanaburi.

Goedkoper, sneller en comfortabeler dan de trein. Rond 18:00 uur komen we aan in Kanchanaburi, waar we even afkoelen onder de douche en daarna de stad in gaan om wat te eten. Ro eet blauwe rijst met kip en ik weer een spinzaielasagna, maar ergens anders, voor de helft van het geld, 2x zo groot, toch wel minder lekker, maar nog steeds goed. Na het eten is het tijd voor Ro om zijn belofte na te komen: een Thaise massage! Je kan niet in Thailand zijn geweest zonder een massage en aangezien dit onze één na laatste avond is en morgen de massages in Bangkok veel duurder zijn, gaan we nu. De eerste salon heeft gelijk tijd voor ons allebei en we worden mee naar boven genomen. We liggen naast elkaar, maar de massages zijn niet hetzelfde. Dit is mijn 3e Thaise massage en ze waren alle drie heel anders, maar die van Ro is ook anders dan de mijne. Bepaalde rare houdingen waar ik in gegooid word, doet ze niet bij Ro. Andere dingen doet ze bij hem veel harder en langer dan bij mij. Na een uur en samen 300 Bath (€ 7,50) armer, is Ro een ervaring rijker. Hij weet niet zeker of hij het nogmaals zou doen, maar hij is toch blij het meegemaakt te hebben.

Uitgegeven: 1.468 Bath (€ 39)

 

Woensdag 13 februari moeten we terug naar Bangkok, maar omdat we de Bridge over the River kwai nog moeten bewandelen, het museum misschien nog willen bezoeken en de begraafplaats nog moeten bezichtigen besluiten we een minibus naar Bangkok te regelen voor 13:30 uur. We lopen rond 9:30 uur naar het station op zoek naar een taxi. We vinden een pick-up die ons voor 100 Bath (€ 2,5) naar de brug wil brengen, een beetje duur, maar we hebben niet heel veel tijd en er zijn gewoon geen taxi’s. Tien minuten later zijn we bij de brug.

    

We lopen naar de overkant en terug. Het is op zichzelf geen bijzondere brug, maar als je erbij nadenkt wie en hoe ze dit gemaakt hebben, zet het het geheel in een ander daglicht. De trein zou om 10:45 uur hier zijn, dus daar wachten we op. Want dat geeft een leukere foto. Maar om 11:15 uur is ie er nog niet en we moeten op onze kamer om 12 uur uitchecken. We besluiten terug te gaan. Er is geen taxi dus we beginnen met lopen. Als we een paar honderd meter gelopen hebben komt er een vrouw op een scooter aan met een zijspan. Wij mogen in het zijspan, terwijl zij ons naar het centrum terugbrengt.

   

Ik neem nog snel een laatste douche, we pakken onze spullen in en leveren de sleutel in. We laten de tassen bij de receptie, terwijl we naar het museum lopen. De toegang blijkt 120 Bath (€ 3)  te zijn en we hebben het idee dat het enigszins hetzelfde is als bij Hellfire Pass, dus lopen we door naar de begraafplaats. De graven worden zorgvuldig onderhouden, vol met bloemen en persoonlijke boodschappen op de grafstenen. Het is een treurig gezicht en toch ook mooi. Er blijken honderden en honderden grafstenen van Nederlanders te staan. Wij wisten niet dat er zoveel Nederlanders gevangen hadden gezeten hier en dat er ook zoveel waren gestorven.

    

We lopen langs bijna alle grafstenen en daarna lopen we terug naar het hotel. Daar nemen we nog snel een ontbijt/lunch, wanneer de minibus ons om 13:45 uur op komt halen. We gaan achterin zitten en rijden door naar het busstation. Als de minibus vol is begint onze weg naar Bangkok. Onze chauffeur heeft klaarblijkelijk geen angst om te sterven en gaat als een idioot door het verkeer. We hadden niet anders verwacht, maar we snappen het gewoon niet. Deze man wisselt constant van baan en neemt altijd de baan waar hij het verste naar voren kan. Ook als hij op de snelle baan zit, achter een auto die net zo hard rijdt als ons, gaat hij naar de andere baan als daar een eindje verderop een vrachtwagen heel langzaam rijdt. Je weet dat je toch terug moet naar deze baan en je kan er nergens tussen, maar toch gaat hij naar de andere baan, geeft vol gas, om vlak achter de vrachtwagen vol op de rem te stampen. Vervolgens kan hij zich wel of niet op een plek wurmen op de andere baan, soms 1 auto voor waar we waren, soms ook een paar daarachter. Het nut is ons niet duidelijk. Zeker niet omdat er een zwarte pickup vrijwel de hele weg in onze buurt rijdt, die rustig door het verkeer rijdt zonder rare fratsen en blijkbaar net zo snel in Bangkok is als wij. De eerste 15 minuten zit je strak van de zenuwen in je stoel, maar daarna leg je je er bij neer en ga je er vanuit dat deze man al jaren dag in dag uit tussen Bangkok en Kanchanaburi rijdt, dus de kans dat  het nu net deze rit vreselijk mis gaat, is klein. Met dat in het achterhoofd ontspannen we ons en komen we de 2 uur durende dodemansrit wel door. In Bangkok zet de chauffeur ons niet heel ver van het hotel af, zodat we kunnen lopen. We hebben uiteraard weer een kamer gereserveerd en omdat het hotel van de laatste keer de goedkoopste in deze buurt is, airconditioning heeft en één van de enige hotels die nog een kamer beschikbaar heeft, gaan we daar maar heen. Helaas blijkt onze reservering niet goed aangekomen te zijn, maar hij regelt iets en we krijgen toch een kamer. We koelen af onder de airco terwijl we vanaf ons bed de eekhoorntjes bekijken en fotograferen.

 Het is onze laatste avond in Thailand, dus we lopen nog een rondje door de stad. We eten weer een pitabroodje met falafel bij de Israëliër. Daarna leest Ro het boek “Life of Pi” uit, zodat we daarna de film ervan kunnen bekijken. We zijn er beide over eens dat het boek vele malen mooier was, maar de manier waarop het gefilmd was vinden we erg mooi.

Uitgegeven: 2.300 Bath (€ 60)

 

Donderdag 14 februari, Valentijnsdag, wordt een lange dag. We gaan naar Cambodja met de minibus. We weten dat deze vervoersmethode een manier van oplichterij is, maar als we alle scams kunnen voorkomen, dan zijn we veel goedkoper uit dan met het openbaar vervoer. Voor de 300 kilometer naar de grens plus de 150 kilometer van de grens naar Siem Reap moeten we 300 Bath (€ 7,50) per persoon betalen. De persoon van het tourbureautje waar we dit hadden geboekt geeft aan dat we de grensovergang ook zelf mogen regelen, als we maar op tijd voor de bus zijn. We moeten dan een sticker bij de grens krijgen, zodat ze in Cambodja weten dat we betaald hebben. Er zal een persoon komen die het visum voor 1200 Bath (€ 30) voor ons wil regelen, terwijl het visum maar US$ 20 (€ 15) kost. Deze persoon strijkt dan € 15 per paspoort in zijn zak. Wij zeggen daar geen gebruik van te willen maken en dat is volgens deze man geen probleem. We moeten wel eisen dat hij onze sticker geeft. Voordeel van deze minibusjes is dat ze ons om 8 uur ’s ochtends voor de deur van het hotel ophalen, zodat we niet eerst de halve stad door hoeven naar het busstation. De minibus is er exact om 8 uur en de mensen die we na ons op moeten halen, slapen in onze straat. Het lijkt een goed begin van de dag, maar schijn bedriegt. Even verderop staan we een half uur stil om de buskaartjes naar Siem Reap te krijgen, die we na 5 minuten hebben en daarna 25 minuten voor de grap stilstaan. James, een Amerikaan, verteld dat ze dit express doen. Ze rekken alles zo lang mogelijk. Eerst omdat we dan laat bij de grens zijn en ze blijven volhouden dat we zonder hun hulp de grens niet meer op tijd over kunnen om de bus te halen. En na de grens wordt er net zolang gerekt tot we ver in de avond aankomen, zodat alle hotels vol zitten en de tuktuk chauffeurs je naar de hotels kunnen brengen waar ze commissie op krijgen en waar ze de prijs verhogen omdat je weinig keus hebt. Maar wij hebben een kamer gereserveerd, helaas weten we van de reacties op de bookingssite dat het daar ook vaak voorkomt dat je kamer er toch niet meer is. Maar dat zien we daar wel. Eerst Thailand uitkomen. Tijdens de rit schijnt ook deze chauffeur als een bezetenen te rijden, maar omdat ik totaal geen enkel zicht heb op de weg, zie ik het niet en lijkt het minder erg. Uiteraard voel ik de momenten waarop het rempedaal in volle ijverigheid wordt ingestampt wel, maar ik zit met mijn knieën zo vast in de stoel voor mij, dat ik toch geen kant op kan.  We stoppen onderweg 2x een tijdje bij een tankstation, waar de chauffeur vast commissie krijgt als we daar iets kopen. Dat doen we dus niet. Het is ongeveer 13:00 uur als we in de plaats bij de grens aankomen. We stoppen bij een eettentje. Een jongeman komt naar ons toe en stelt zich voor als de officiële door de overheid aangestelde hulp voor het verkrijgen van een visum. We geloven er geen woord van. Als hij ons busbewijs wil hebben geef ik aan dat ik die liever zelf houdt omdat wij anders geen bewijs hebben dat we hebben betaald. Hij valt gelijk tegen me uit en vraagt hoe ik dan denk in die bus te komen. Ik zeg geen idee te hebben, maar dat ik dan de beloofde sticker wil. Hij is gelijk op zijn tenen getrapt en boos en loopt weg met ons bewijs. James had steeds aangegeven dat hij precies weet hoe het werkt, dat we niemand nodig hebben en dat we de grens zelf kunnen doen. We krijgen hier het formulier dat we in moeten vullen en als we dat gedaan hebben komt hij onze paspoorten ophalen. James en Kevin, een Amerikaan/Duitser, geven aan dat zij zijn hulp niet nodig hebben. De man begint allerlei horrorverhalen op te hangen, maar zij geven aan daar geen behoefte aan te hebben en het gewoon zelf doen. Geïrriteerd komt hij bij ons. Wij geven aan ook geen gebruik te maken van zijn services. Het onweer staat op zijn gezicht. De 3 Argentijnse jongens zijn vervolgens aan de beurt en zij weten niet zo goed wat te doen. Ze geven hem 1.200 Bath, bedenken zich, vragen hun geld en paspoorten terug en besluiten het samen met ons ook zelf te doen. Van onze bus met 11 personen zijn er 7 mensen die geen gebruik van zijn services maken. Ondertussen was er een 2e minibus aangekomen, die mee kan genieten van alle gebeurtenissen en in no-time zijn er, voor zover wij nog konden zien, in ieder geval 5 personen die ook besloten geen gebruik van zijn services te maken. Dat kost hem dus € 180, wat zijn humeur niet ten goede komt. Hij pakt onze ingevulde formulieren kwaad terug, want die zijn van hem, niet van ons. We lachen er alleen maar om. We geven aan dat we graag naar de grens willen, omdat hij maar blijft zeggen dat we de bus niet halen. Maar eerst willen we onze sticker als bewijs dat we betaald hebben voor de bus. Die krijgen we niet. Wat we ook proberen, hij weigert en zegt dat hij die op het busstation in Cambodja komt brengen. We geloven er niks van, maar zelfs bedreigen heeft geen zin en besluiten naar de grens te gaan. Onze chauffeur is zo vriendelijk ons te brengen, terwijl de 4 andere passagiers achter blijven. Bij de grens worden we op een parkeerplaats afgezet. Direct daarvoor is een kantoor waarop Visa Cambodja staat. James verzekerd ons dat dit de juiste plek is, helaas blijken zijn verhalen vaker niet dan wel waar. Als we binnen zijn krijgen we de formulieren nogmaals en vullen ze weer in. We hebben onze twijfels, omdat we het raar vinden dat aan de Thaise kant we het Cambodjaanse visum regelen, maar James is zo overtuigd dat we niet naar ons eigen gevoel luisteren. We moeten 1000 Bath (€ 25) per persoon betalen, terwijl het visum maar US$ 20 (€ 15) zou moeten kosten, maar soms vragen ze meer. Als de man met onze paspoorten wegloopt weten we zeker dat dit zo’n zelfde soort bureautje is, alleen dan met vriendelijke mensen en door ons uitgezocht. We besluiten het er maar bij te laten en we wachten op ons paspoort. James heeft ondertussen ook door dat dit niet de immigratie is, maar verzekert ons dat we de lange rijen niet willen zien en dat we blij mogen zijn dat we het zo doen. Vijf anderen hebben het bureau wel verlaten en waren al doorgelopen, maar toen waren onze paspoorten al weg. We zijn eigenlijk allang blij dat die eikel ons geld niet kreeg. Vrij snel komt de man terug met onze paspoorten met visum. Op dat moment worden 3 personen afgezet bij ons die het ook allemaal zelf gaan regelen en we al eerder hadden ontmoet. We verliezen ze even uit het oog want alleen James krijgt de uitleg hoe we de exit stempel voor Thailand moeten krijgen, en wij krijgen alleen te horen: “volg hem maar”. Ook hier had James geen idee wat te doen en liep hij ergens heen wat ons zeer onwaarschijnlijk leek. Hij luistert niet zo goed, maar uiteindelijk ging hij toch mee onze kant op. Er staat een gigantische rij voor de stempelhokjes en we moeten lang wachten in de hitte. Kevin komt er ook aan en sneakt bij ons in de rij. Het duurt zeker een uur voor we aan de beurt zijn, maar het verkrijgen van het stempel gaat verbazingwekkend snel. Dan moeten we nog een stempel bij ons visum voor Cambodja krijgen. James verzekerde ons drie dat we nu heel veel tijd besparen omdat wij die al hebben en anders daar nog lang in de rij moesten staan. De rij voor het stempeltje is uiteraard weer erg lang en direct achter ons komen de 3 personen die aan waren gekomen toen wij ons visum hadden. De tijd die het ons kostte de kleine omweg van James goed te maken, hadden zij nodig gehad om het visum zelf voor US$ 20 te halen. We baalden een beetje van die grote mond van James, die ons nu € 20 had gekost, maar we waren er zelf bij en hadden het ook anders kunnen doen. En het was hoe dan ook goedkoper dan die eerste man betalen en het feit dat hij vandaag minstens € 180 minder had verdiend dan hij had gehoopt, maakt een hoop goed. Als we eindelijk aan de beurt zijn willen ze van Ro wel zijn vingerafdrukken, van mij niet. Dan lopen we met z’n vieren Cambodja in, zonder sticker als bewijs dat we de bus betaald hebben.

Uitgegeven: 55 Bath (€ 1,30)

 

We zijn vier weken in Thailand geweest. De tijd is voorbij gevlogen. We hebben er erg van genoten en vinden Thailand een leuk land. Het eerste wat we doen als we een land in gaan is kijken hoe de straathonden en –katten er aan toe zijn en hoe ze reageren op mensen. Dat zegt zoveel over de aard van de bevolking. In Thailand zijn straathonden niet bang voor mensen, ze gaan amper aan de kant en zijn niet bang voor mensen. Bovendien zie je vaak eten en drinken voor ze staan. Dit is voor ons een teken dat de Thai over het algemeen een (dier)vriendelijk volk is. Heel veel Thaise mensen hebben ook zelf een hond en lijken er, uiteraard in de omstandigheden waarin ze zelf leven, goed voor te zorgen. In het zicht van toeristen kan iemand zich altijd anders gedragen, maar dieren zien dat verschil niet, dus als ze niet bang zijn, gebeurt er waarschijnlijk ook niks als je niet kijkt. De olifanten van Thailand zijn dan wellicht een ander verhaal en het zal heel veel moeite kosten om alle toeristen ervan te overtuigen niet op een olifant te rijden, maar wie weet lukt dat ooit.

Zelf ervaren wij de Thaise mensen ook als zeer vriendelijk. We hebben ons nooit onveilig gevoeld of ongewenst. Iedereen is hartelijk en wil je helpen. Niet voor geld, maar gewoon omdat dat zo hoort. Tuurlijk zullen er ook minder leuke dingen gebeuren, maar daar hebben wij niks van meegekregen, op de scam van het minibusje naar Cambodja na. Maar ja, dat wisten we van tevoren en hebben we bewust voor gekozen.

Gedurende de 15 maanden in Nederland hadden we veel nutteloze kennis in ons hoofd, waar we nu eindelijk weer iets mee konden. Zoals welke boom dat is, of een vrucht eetbaar is, welk dier dat is en welk gedrag je kan verwachten en spoorzoeken. Het is fijn dat we deze kennis weer afgestoft kan worden en we weer van de leuke en interessante dingen van het leven kunnen genieten.

 

We hebben in totaal 47.040 Bath (€ 1.176) uitgegeven in Thailand in 28 dagen. Dat komt neer op een dagbudget van € 42 samen, dus € 21 per persoon per dag. Ons budget is gemiddeld € 50 per dag, dus daar lijken we mooi onder te zitten, maar we moeten er nu ver onder blijven, willen we het dure Australië en Nieuw Zeeland straks compenseren. We zullen zien hoe het in Cambodja gaat.

 

 

 

 

 

 

 

Foto's                                    

 

Nederland

 

Zuid Oost Azië

Thailand 1

Cambodja

Vietnam

Laos

Thailand 2

Maleisië 1

Borneo Sarawak

Borneo Brunei

Borneo Sabah

Maleisië 2

Indonesië Java

Indonesië Bali

Indonesië Lombok & Sumbawa

Indonesië Flores,Rinca&Komodo

Indonesië Sumbawa & Lombok

Maleisië 3

 

Australië & Nieuw Zeeland

Western Australia

South Australia

New South Wales (NSW)

New Zealand South Island

New Zealand North Island

NSW & Victoria

Tasmanië

Victoria

NSW & Canberra

Queensland

Northern Territory

Western Australia

 

Nederland

YourCompany.Com © 2003 • Privacy Policy • Terms Of Use